Overige analyses
aPTT
Een stollingstijd die vooral een deel van de stollingsfactoren test; gebruikt bij onderzoek naar een bloedingsneiging.
Alles over deze analyseWat meet dit
De aPTT (geactiveerde partiële tromboplastinetijd) meet in seconden hoe lang het duurt voordat bloedplasma in het laboratorium een stolsel vormt, nadat er stoffen aan zijn toegevoegd die de stolling starten. Bloedstolling is een keten van reacties tussen stollingsfactoren: eiwitten die vooral in de lever worden gemaakt. De aPTT test vooral de factoren VIII, IX, XI en XII en de laatste stappen van de stolling. Een langere tijd betekent dat het plasma in de buis trager stolt; dat betekent niet altijd dat iemand in het dagelijks leven makkelijker bloedt.
- Een tekort aan stollingsfactoren die de aPTT meet, zoals bij hemofilie (erfelijke bloederziekte) of soms bij de ziekte van Von Willebrand
- Lupus anticoagulans: afweerstoffen die de aPTT in de buis verlengen, maar in het lichaam juist de kans op trombose vergroten
- Het effect van heparine en sommige andere antistollingsmiddelen
- Een verminderde aanmaak van stollingsfactoren bij een ernstige leverziekte
Verhoogd
Een verlengde aPTT betekent dat het plasma in het laboratorium trager stolt dan verwacht. Volgens de NVKC komt dat meestal door een tekort aan een of meer stollingsfactoren, door een remmer van de stolling of door antistollingsmiddelen zoals heparine; ook dabigatran en, minder sterk, cumarines verlengen de aPTT. Een erfelijk tekort, zoals hemofilie, geeft klachten als snel blauwe plekken, lang nabloeden na een wondje, tandartsbehandeling of operatie, en veel bloedverlies bij de menstruatie. Lupus anticoagulans en een tekort aan factor XII verlengen de aPTT wel, maar geven geen bloedingen. Bij een licht verlengde aPTT zonder klachten kan ook de afname de oorzaak zijn; bij herhaling is de waarde dan vaak normaal.
Verlaagd
Een verkorte aPTT heeft meestal geen betekenis. Volgens de NVKC past een kortere tijd bij een tijdelijk verhoogde hoeveelheid stollingsfactor VIII, bijvoorbeeld na een ontsteking of verwonding; ook in de zwangerschap is factor VIII hoger. Een moeizame afname, waarbij de stolling in de buis al op gang komt, kan de tijd eveneens verkorten. Een verkorte aPTT geeft zelf geen klachten en is als losse waarde geen betrouwbare maat voor de kans op trombose.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een verlengde aPTT herhaalt de huisarts de bepaling, meestal samen met de protrombinetijd, fibrinogeen en bloedplaatjes, en vraagt naar medicijnen en bloedingsklachten. Blijft de aPTT verlengd of is er een bloedingsneiging, dan volgt verwijzing naar een internist-hematoloog of hemofiliebehandelcentrum voor bepaling van de afzonderlijke stollingsfactoren en van lupus anticoagulans.
Betrouwbaarheid
De aPTT is een globale test: hij laat zien dat de stolling in de buis trager of sneller verloopt, maar niet waardoor. Bij een bloedingsneiging wordt de aPTT samen met andere stollingstesten beoordeeld, zoals de protrombinetijd, fibrinogeen en het aantal bloedplaatjes. Een normale aPTT sluit een lichte bloedingsstoornis niet uit; de ziekte van Von Willebrand en stoornissen in de werking van bloedplaatjes geven vaak een normale aPTT. De uitslag hangt af van het gebruikte reagens, dus referentiewaarden verschillen per laboratorium.
Beperkingen
- Stollingstesten zijn gevoelig voor de afname: een lang aangelegde stuwband, een moeizame prik of een buisje dat niet precies tot de streep is gevuld, kan de uitslag verstoren.
- Het plasma moet binnen enkele uren na de afname worden gescheiden en zo nodig ingevroren; bij een vertraagd transport is de uitslag minder betrouwbaar.
- Heparine en dabigatran verlengen de aPTT sterk, cumarines en andere DOAC's in wisselende mate; een normale aPTT zegt niet of een DOAC werkt.
- Een hoge hoeveelheid factor VIII, bijvoorbeeld bij een ontsteking of in de zwangerschap, verkort de aPTT en kan een licht tekort aan een andere factor verbergen.
Hoe vaak komt dit voor
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkende aPTT voorkomt. Hemofilie is zeldzaam en komt vrijwel alleen bij jongens en mannen voor, bij ongeveer 1 op de 5000 tot 10.000. De ziekte van Von Willebrand is de meest voorkomende erfelijke bloedingsstoornis, maar veel mensen met een lichte vorm hebben weinig klachten en een normale aPTT.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij een bloedingsneiging, zoals snel blauwe plekken, lang nabloeden na een wondje, tandartsbehandeling of operatie, of veel bloedverlies bij de menstruatie, en bij een bloedingsstoornis in de familie; meestal samen met de protrombinetijd. Ook bij een ernstige leverziekte. Bij mensen zonder bloedingsklachten en zonder bloedingsstoornis in de familie zegt een losse aPTT weinig, ook als voorbereiding op een operatie. Wie heparine gebruikt, wordt via de behandelaar gecontroleerd; deze test vervangt dat niet.
Nadelen en risico's
- Een licht verlengde aPTT door de afname of door lupus anticoagulans kan onnodig ongerust maken over een bloedingsneiging en tot herhaald onderzoek leiden.
- Een normale aPTT kan ten onrechte geruststellen bij bloedingsklachten, omdat lichte bloedingsstoornissen zoals de ziekte van Von Willebrand vaak een normale aPTT geven.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen