
Urine
Pyridinoline: Deoxypyridinoline
Meet uw botgezondheid met onze Pyridinoline (PYD) en Deoxypyridinoline (DPD) urine testen; essentieel voor het monitoren van botafbraak en het beoordelen van osteoporose risico.
€ 60,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Spieren en botten · Urine
Deoxypyridinoline in urine is een maat voor het tempo van botafbraak; het is geen test op botontkalking.
In het kort
Deoxypyridinoline (urine)
Uitleg
De analyse meet hoeveel deoxypyridinoline er met de urine wordt uitgescheiden. Deoxypyridinoline is een dwarsverbinding tussen collageenvezels die bijna alleen in bot en in tandbeen voorkomt. Die verbindingen komen vrij bij de afbraak van bot en verlaten het lichaam via de urine. Daardoor is deoxypyridinoline specifieker voor bot dan pyridinoline. Botweefsel wordt het hele leven afgebroken en opnieuw opgebouwd; deze marker zegt iets over het tempo van de afbraak op dat moment, niet over hoeveel bot er is.
Uitslag
Een hoge waarde past bij een verhoogd tempo van botafbraak. Dat komt voor in de jaren rond en na de overgang, bij langdurig gebruik van prednison, bij een overactieve bijschildklier of schildklier, bij langdurige bedrust en na een recente botbreuk, waarbij de waarde weken tot maanden verhoogd blijft. Een hoge waarde betekent niet dat er botontkalking is en zegt op zichzelf niets over het risico op een botbreuk. Bij kinderen en jongeren in de groei is de waarde normaal hoog.
Een lage waarde past bij een laag tempo van botafbraak. Dat kan normaal zijn, of passen bij een behandeling met een middel dat botafbraak remt. Een lage waarde betekent niet dat de botten sterk zijn: de hoeveelheid bot wordt gemeten met een botdichtheidsmeting (DXA) en niet met deze marker.
Bij een vraag over botontkalking schat de huisarts eerst het risico op een botbreuk in en vraagt zo nodig een botdichtheidsmeting aan; daarbij hoort laboratoriumonderzoek in bloed. Op een afwijkende markerwaarde alleen volgt geen vast vervolgonderzoek.
Betrouwbaarheid
Een losse waarde zegt bij één persoon weinig over de hoeveelheid bot of over het risico op een botbreuk. De diagnose osteoporose wordt gesteld met een botdichtheidsmeting (DXA); het laboratoriumonderzoek dat de richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie daarbij noemt, zoekt naar een onderliggende oorzaak en bestaat onder andere uit calcium, albumine, kreatinine, TSH en vitamine D in bloed. Een enkele portie urine wisselt sterk met hoeveel je drinkt en met wat je de dag ervoor hebt gegeten. Daarom wordt de uitslag meestal gecorrigeerd voor het kreatininegehalte, of wordt urine 24 uur lang verzameld.
Voor wie
De uitslag zegt vooral iets bij onverklaarde of ernstige botafwijkingen of bij het volgen van een behandeling die botafbraak remt, en dan in combinatie met ander onderzoek. Het is geen onderzoek naar botontkalking: bij mensen zonder klachten voegt de uitslag niets toe aan het inschatten van het botbreukrisico. Wie daar iets over wil weten, heeft een risico-inschatting en zo nodig een botdichtheidsmeting nodig.
Botontkalking komt vaak voor, vooral bij vrouwen na de overgang en bij ouderen. Botontkalking wordt vastgesteld met een botdichtheidsmeting, niet met markers in urine.
FMS-richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie en Thuisarts.nl
Laten testen
Deoxypyridinoline (urine) zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagen