Ontsteking en afweer
Anti-nucleaire Antilichamen Screening
Zoekt afweerstoffen tegen de eigen celkernen; helpt bij een vermoeden van lupus of een verwante auto-immuunziekte.
Alles over deze analyseWat meet dit
De test zoekt naar antinucleaire antistoffen (ANA): afweerstoffen die het lichaam maakt tegen onderdelen van de eigen celkern. Normaal maakt het afweersysteem antistoffen tegen bacteriën en virussen; bij een auto-immuunziekte richten ze zich ook tegen eigen weefsel. Het laboratorium gebruikt de standaardmethode: immunofluorescentie op HEp-2-cellen, waarbij de antistoffen op gekweekte cellen oplichten onder een fluorescentiemicroscoop. De uitslag is geen getal op een doorlopende schaal maar negatief of een titer (hoe ver het bloed verdund kan worden en toch nog oplicht), in de praktijk met het kleuringspatroon erbij. Een hogere titer betekent meer antistoffen; het patroon geeft een eerste richting welke antistoffen het kunnen zijn.
- Systemische lupus erythematodes (SLE), een auto-immuunziekte die gewrichten, huid, nieren en andere organen kan aantasten
- Systemische sclerose (verharding van huid en bindweefsel) en mixed connective tissue disease (een mengbeeld van bindweefselziekten)
- Soms het syndroom van Sjögren (ontsteking van traan- en speekselklieren) en myositis (spierontsteking); bij deze ziekten is de ANA-test juist vaak negatief
- Auto-immuunhepatitis (leverontsteking door de eigen afweer)
Positief
Een positieve ANA betekent dat er antistoffen tegen de celkern zijn gevonden. Dat is op zichzelf geen diagnose. ANA komen ook voor bij gezonde mensen, vaker naarmate je ouder bent, meestal met een lage titer; bij 90-jarigen was in onderzoek meer dan 20 op de 100 positief. Ook infecties, andere auto-immuunziekten en sommige medicijnen kunnen een positieve ANA geven. De uitslag krijgt pas betekenis bij klachten die bij een systemische auto-immuunziekte passen; een hoge titer maakt zo'n ziekte waarschijnlijker en het lab zoekt dan meestal verder naar specifieke antistoffen (ENA en anti-dsDNA).
Negatief
Een negatieve ANA maakt SLE en systemische sclerose onwaarschijnlijk, omdat de test bij deze ziekten meestal positief is. Voor het syndroom van Sjögren en voor myositis geldt dat niet: daarbij is de ANA-test vaak negatief terwijl andere antistoffen wel aantoonbaar zijn. Bij een blijvend vermoeden kan een arts daarom toch aanvullend onderzoek laten doen, bijvoorbeeld naar anti-SS-A en anti-SS-B of een myositispanel.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve ANA laat het laboratorium volgens de richtlijn meestal specifieke antistoffen bepalen: een ENA-screening en, bij een homogeen of gespikkeld patroon, anti-dsDNA. Bij klachten die passen bij een systemische auto-immuunziekte verwijst de huisarts naar een reumatoloog of internist. Een positieve ANA zonder passende klachten is meestal geen reden voor verwijzing; soms kiest een arts ervoor om de klachten in de tijd te volgen.
Betrouwbaarheid
De ANA-test is gevoelig maar weinig specifiek: bij de meeste mensen met SLE is de uitslag positief, maar een positieve uitslag komt ook voor zonder auto-immuunziekte. Volgens het uitvoerende laboratorium zit de grootste waarde daarom in de negatieve uitslag, die een auto-immuunziekte als SLE of systemische sclerose onwaarschijnlijk maakt; een positieve uitslag is vooral het startpunt voor onderzoek naar specifieke antistoffen (ENA). Volgens de CMI/NVKC-richtlijn en een overzichtsartikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde heeft de test alleen waarde als er een duidelijk klinisch vermoeden is van een systemische auto-immuunziekte. De Nederlandse Vereniging voor Reumatologie heeft 'een ANA-test alleen om de juiste redenen aanvragen' opgenomen in haar verstandige keuzes. Een ANA-test met de vraag 'of er iets auto-immuuns speelt' levert vooral uitslagen op die niet bij het beeld passen.
Beperkingen
- ANA komen voor bij gezonde mensen en vaker op hogere leeftijd, meestal met een lage titer.
- Sommige medicijnen (onder andere hydralazine en procaïnamide), infecties zoals tuberculose en andere ziekten kunnen een positieve ANA geven.
- Deze test gebruikt de HEp-2-methode die de richtlijn aanbeveelt; een screening met een mengsel van vaste antigenen (ENA-screen) vindt minder antistoffen en is volgens de richtlijn geen vervanging van de ANA-test.
- Titers hangen af van de gebruikte cellen, apparatuur en afkapwaarde; uitslagen van verschillende laboratoria zijn niet zonder meer te vergelijken.
Hoe vaak komt dit voor
De ziekten waarvoor de ANA-test bedoeld is, zoals SLE en systemische sclerose, zijn zeldzaam. Een positieve ANA komt veel vaker voor dan die ziekten: van de mensen die vanuit de huisartsenzorg werden getest had 6 op de 100 een positieve ANA, en daarvan had maar ongeveer 3 op de 10 een hoge, klinisch meer relevante titer. Bij ouderen neemt het aantal positieve uitslagen zonder ziekte verder toe.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol als verschillende klachten samen passen bij een systemische auto-immuunziekte: ontstoken gewrichten met huiduitslag (vooral na zonlicht), witte of blauwe vingers bij kou, onverklaarde koorts, ontsteking van long- of hartvlies of eiwit in de urine. Bij alleen vermoeidheid of gewrichtspijn zonder andere aanwijzingen is de kans klein dat de uitslag iets verduidelijkt. Specialisten raden aan de test niet te gebruiken als algemene controle op auto-immuunziekten bij mensen zonder klachten.
Nadelen en risico's
- Een positieve ANA zonder klachten komt vaak voor en kan leiden tot ongerustheid, herhaalde testen en verwijzingen zonder dat er een ziekte wordt gevonden.
- Een negatieve uitslag sluit het syndroom van Sjögren en myositis niet uit en kan daardoor ten onrechte geruststellen.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen