Hart en vaten
Apolipoproteïne A1
Het belangrijkste eiwit van HDL, het 'goede' cholesterol; loopt vrijwel gelijk op met de HDL-waarde.
Alles over deze analyseWat meet dit
Apolipoproteïne A1 (ApoA1) is het eiwit waaruit HDL-deeltjes grotendeels zijn opgebouwd. HDL haalt overtollig cholesterol uit de weefsels en de vaatwand op en brengt het naar de lever, waar het wordt hergebruikt of via de gal wordt uitgescheiden. Het ApoA1-gehalte stijgt en daalt volgens de NVKC mee met het HDL-cholesterol. De meting geeft dus een tweede kijk op dezelfde afvoerroute van cholesterol.
- Lage HDL-functie: een lage waarde past bij een hoger risico op hart- en vaatziekten
- Zeldzame erfelijke aandoeningen met een tekort aan ApoA1 en een zeer laag HDL
- Effect van leefstijl of cholesterolverlagende behandeling op het 'goede' cholesterol
Verhoogd
Een hoog ApoA1 gaat meestal samen met een hoog HDL-cholesterol en is in het algemeen gunstig. Het past bij regelmatig sporten, gewichtsverlies en het gebruik van oestrogenen (anticonceptie of hormoontherapie); ook zwangerschap, sommige medicijnen tegen epilepsie en een zeldzame erfelijke aandoening geven hogere waarden. Een hoge waarde is geen bescherming tegen een hoog LDL-cholesterol, roken of een hoge bloeddruk. Klachten geeft een hoog ApoA1 niet.
Verlaagd
Een laag ApoA1 gaat meestal samen met een laag HDL-cholesterol: de afvoer van cholesterol uit het lichaam verloopt dan minder goed, wat past bij een hoger risico op slagaderverkalking. Het komt voor bij roken, overgewicht, onbehandelde diabetes, langdurige nierziekte en bij gebruik van bètablokkers, plaspillen of mannelijke hormonen. Zeldzaam is een erfelijke aandoening met zeer weinig ApoA1 en HDL. Klachten geeft een lage waarde niet.
Bij een afwijkende uitslag
De huisarts beoordeelt ApoA1 samen met het complete lipidenprofiel en het totale risicoprofiel; een laag ApoA1 leidt niet tot een ander beleid dan een laag HDL: aandacht voor gewicht, beweging, roken en bloedsuiker, en zo nodig behandeling van een verhoogd LDL of non-HDL. Bij zeer lage waarden zonder verklaring kan verwijzing naar een internist volgen.
Betrouwbaarheid
ApoA1 is een risicomarker en geen test die een ziekte aantoont. Het hart- en vaatrisico wordt in Nederland geschat met SCORE2 op basis van non-HDL-cholesterol, dat zonder extra meting uit het gewone lipidenprofiel volgt. Omdat ApoA1 en HDL vrijwel gelijk opgaan, voegt de bepaling voor de meeste mensen weinig toe aan een gemeten HDL. De meting hoeft niet nuchter.
Beperkingen
- Er zijn geen Nederlandse afkapwaarden voor ApoA1; de gebruikte grenzen komen uit richtlijnen voor de tweede lijn en uit laboratoriumreferenties.
- Tijdens en enkele weken na een infectie, operatie of hartinfarct is de waarde tijdelijk lager.
- Roken, alcohol, gewicht, beweging, zwangerschap en medicijnen zoals oestrogenen, bètablokkers, plaspillen en anabole steroïden beïnvloeden de waarde.
- Laboratoria gebruiken verschillende meetmethoden; vergelijk uitslagen bij voorkeur binnen hetzelfde laboratorium.
Hoe vaak komt dit voor
Er zijn geen aparte Nederlandse cijfers voor een verlaagd ApoA1; het loopt grotendeels gelijk op met een laag HDL-cholesterol, dat veel voorkomt bij overgewicht en diabetes type 2. In 2024 waren ruim 1,6 miljoen mensen in Nederland bij de huisarts bekend met een vetstofwisselingsstoornis. Erfelijke aandoeningen met een tekort aan ApoA1 zijn zeldzaam.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol als aanvulling bij een uitgebreid onderzoek naar de vetstofwisseling, bijvoorbeeld bij hart- en vaatziekten op jonge leeftijd in de familie of bij een zeer laag HDL-cholesterol waarvan de oorzaak onduidelijk is. Voor de meeste mensen voegt ApoA1 weinig toe aan het gewone lipidenprofiel, waarin HDL al wordt gemeten. Zonder totaal cholesterol, HDL, LDL en triglyceriden erbij is een losse ApoA1-waarde lastig te plaatsen.
Nadelen en risico's
- Een laag ApoA1 wordt soms als apart 'hartrisico' gelezen, terwijl het dezelfde informatie geeft als het HDL-cholesterol en een geïsoleerd laag HDL niet met medicijnen wordt behandeld.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen