Allergie en intolerantie
IgE antilichamen bijengif
Antistoffen tegen bijengif; zinvol na een algemene allergische reactie op een bijensteek, niet als test zonder zo'n reactie.
Alles over deze analyseWat meet dit
Bij een steek spuit een honingbij gif in de huid; de angel blijft meestal in de huid achter. Bij de meeste mensen geeft dat alleen pijn, roodheid en zwelling rond de steek. Na een eerdere steek kan het lichaam IgE-antistoffen tegen eiwitten in het gif maken; dat heet sensibilisatie. Bij een allergie kan een volgende steek dan een reactie in het hele lichaam geven. Deze test meet in het bloed de hoeveelheid IgE-antistoffen tegen bijengif, in kU/l.
- Sensibilisatie voor bijengif: het lichaam heeft IgE-antistoffen tegen het gif van de bij aangemaakt
- Steun bij de vraag of een eerdere algemene (systemische) reactie na een steek past bij een allergie voor bijengif, samen met het verhaal over de reactie
- Samen met de test op wespengif: hulp bij de vraag of een reactie door een bij of een wesp kwam
Verhoogd
Een waarde boven de afkapgrens betekent dat je IgE-antistoffen tegen bijengif hebt: sensibilisatie. Dat is niet hetzelfde als een allergie. Heb je na een steek van een bij een reactie gehad in het hele lichaam, zoals jeuk of bulten over de hele huid, dikke lippen of tong, benauwdheid, duizeligheid of flauwvallen, dan past een positieve uitslag bij een allergie voor bijengif. Zonder zo'n reactie komt een positieve uitslag vaak voor en zegt die weinig: in een Oostenrijks onderzoek had 23 tot 67 procent van de mensen die nooit een reactie op een steek hadden gehad toch antistoffen tegen bijen- of wespengif, vaker naarmate het totale IgE hoger was. De hoogte van de waarde voorspelt niet hoe ernstig een volgende reactie zal zijn.
Verlaagd
Een waarde onder de afkapgrens betekent dat er geen IgE-antistoffen tegen bijengif zijn gevonden. Een allergie voor bijengif is dan minder waarschijnlijk, maar na een duidelijke algemene reactie niet uitgesloten: in de eerste weken na een steek kan de waarde nog niet meetbaar zijn, en bij een deel van de mensen met een echte allergie vindt de bloedtest geen antistoffen. De allergoloog kan dan herhalen of verder onderzoeken, bijvoorbeeld met een huidtest. Een negatieve uitslag verandert niets aan wat je bij een nieuwe ernstige reactie doet.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een ernstige reactie na een steek, zoals benauwdheid, een dikke tong of keel, duizeligheid of flauwvallen, bel je direct 112; een uitslag van deze test verandert daar niets aan. Na een algemene reactie verwijst de huisarts meestal naar een allergoloog, en de huisarts en allergoloog beslissen samen met jou, op basis van de reactie en de uitslagen, over een adrenaline-injectiepen voor noodgevallen en over immuuntherapie met insectengif. Volgens de Europese richtlijn is die immuuntherapie de enige behandeling die nieuwe algemene reacties op een steek voorkomt.
Betrouwbaarheid
Een positieve IgE-uitslag toont sensibilisatie aan, geen allergie. Bij insectengif weegt dat extra zwaar: antistoffen zonder eerdere reactie komen veel voor en voorspellen slecht of je bij een volgende steek reageert. De Europese vereniging voor allergologie (EAACI) raadt testen daarom alleen aan na een algemene (systemische) reactie op een steek, niet na alleen een grote zwelling rond de steek en niet bij mensen die nooit een reactie hebben gehad. Na zo'n reactie vormt de uitslag samen met het verhaal over de reactie en zo nodig een huidtest de basis voor het besluit over behandeling.
Beperkingen
- Antistoffen zonder eerdere algemene reactie komen veel voor, vooral bij mensen met een hoog totaal IgE; de uitslag is alleen te duiden samen met het verhaal over de reactie.
- Antistoffen tegen suikergroepen die zowel in bijengif als in wespengif zitten, kunnen beide tests positief maken; dan blijft onduidelijk op welk gif je echt reageert. Onderzoek naar losse gifeiwitten (componenten) kan dat uitzoeken.
- In de eerste weken na een steek kan de waarde nog niet meetbaar zijn; een negatieve uitslag kort na een reactie wordt daarom later herhaald.
- De hoogte van de waarde zegt niet hoe ernstig een volgende reactie zal zijn.
Hoe vaak komt dit voor
Volgens de Europese richtlijn krijgt tot 7,5 procent van de volwassenen en tot 3,4 procent van de kinderen ooit een algemene allergische reactie op een insectensteek; in Noord- en Midden-Europa gaat het vooral om wespen en honingbijen. Imkers en hun gezinsleden worden vaker gestoken en hebben vaker een allergie voor bijengif. Antistoffen tegen insectengif zonder klachten komen veel vaker voor dan een allergie.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol na een algemene (systemische) allergische reactie op een steek van een bij: klachten op andere plekken dan de steek, zoals jeuk of bulten over het hele lichaam, dikke lippen of tong, benauwdheid, duizeligheid of flauwvallen. Niet zinvol na alleen pijn, roodheid of een grote zwelling rond de steek, en niet als je nooit een reactie hebt gehad: een positieve uitslag zegt dan weinig. Weet je niet zeker of het een bij of een wesp was, dan worden meestal beide gifsoorten getest; een achtergebleven angel in de huid wijst op een bij.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag zonder eerdere reactie kan onnodige angst voor steken geven, en leiden tot een adrenaline-injectiepen of verder onderzoek dat niet nodig is.
- Een negatieve uitslag na een duidelijke algemene reactie kan ten onrechte geruststellen; bij een nieuwe ernstige reactie blijft direct 112 bellen nodig.
Bronnen
- Thuisarts.nl: Ik ben gestoken door een insect
- FMS Richtlijnendatabase: Anafylaxie bij kinderen, module Adrenaline bij anafylaxie bij kinderen (tabel indicaties adrenaline-auto-injector)
- Biló BM, Ruëff F, Mosbech H, et al. (EAACI Interest Group on Insect Venom Hypersensitivity). Diagnosis of Hymenoptera venom allergy. Allergy 2005;60(11):1339-1349
- Sturm GJ, Varga EM, Roberts G, et al. EAACI guidelines on allergen immunotherapy: Hymenoptera venom allergy. Allergy 2018;73(4):744-764
- Sturm GJ, Schuster C, Kranzelbinder B, et al. Asymptomatic sensitization to hymenoptera venom is related to total immunoglobulin E levels. International Archives of Allergy and Immunology 2009;148(3):261-264
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen