Vitaminen, mineralen en aminozuren
Calcium
Het calcium in je bloed; een afwijking hangt meestal samen met de bijschildklier, vitamine D, de nieren of het eiwit albumine.
Alles over deze analyseWat meet dit
Calcium (kalk) zit vooral in de botten en tanden; het kleine deel in het bloed is nodig voor spieren, zenuwen en de bloedstolling. Deze analyse meet het totale calcium in het bloed: het vrije, werkzame deel plus het deel dat vastzit aan eiwitten, vooral albumine. Het bijschildklierhormoon (PTH) en vitamine D houden de waarde binnen nauwe grenzen, door calcium uit de botten vrij te maken of meer calcium uit de darm op te nemen. De uitslag zegt daarom niets over hoeveel calcium er in je botten zit of hoeveel je via voeding binnenkrijgt.
- Een te hoog calcium (hypercalciëmie), meestal door een te actieve bijschildklier (primaire hyperparathyreoïdie) of door te veel vitamine D of calcium uit tabletten
- Een te laag calcium (hypocalciëmie), bijvoorbeeld bij een tekort aan vitamine D of magnesium, een verminderde nierfunctie of een te traag werkende bijschildklier
- Een schijnbaar afwijkend calcium door een te laag of te hoog albumine
Verhoogd
Een verhoogd calcium (hypercalciëmie) bij iemand zonder klachten komt het vaakst door een te actieve bijschildklier (primaire hyperparathyreoïdie). Meestal zit er dan een goedaardig gezwelletje in één van de bijschildklieren, die daardoor te veel bijschildklierhormoon (PTH) maakt. Andere oorzaken zijn hoge doseringen vitamine D, veel calciumtabletten of maagzuurtabletten met calcium, plaspillen van het type thiazide, lithium, een te snel werkende schildklier, sarcoïdose en lang bedlegerig zijn. Een licht verhoogde waarde geeft vaak geen klachten; bij hogere waarden kunnen dorst, veel plassen, moeheid, misselijkheid, verstopping, nierstenen en verwardheid ontstaan. Zelden: een kwaadaardige aandoening, zoals uitzaaiingen in het bot of de ziekte van Kahler (een beenmergziekte).
Verlaagd
Een verlaagd totaal calcium komt meestal door een laag albumine in het bloed. Het vrije, werkzame calcium is dan normaal en de calciumhuishouding is niet verstoord; daarom wordt calcium altijd samen met albumine beoordeeld. Een echt verlaagd calcium past bij een tekort aan vitamine D, een verminderde nierfunctie, een tekort aan magnesium, slechte opname in de darm of een te traag werkende bijschildklier, bijvoorbeeld na een operatie aan de hals. Klachten die erbij kunnen horen zijn tintelingen in de vingers en rond de mond, spierkrampen en spiertrekkingen.
Voorbereiding
- Slik je calciumtabletten? Neem ze op de prikdag pas na de afname.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een verhoogd calcium herhaalt de huisarts de meting samen met albumine, fosfaat, de nierfunctie en het bijschildklierhormoon (PTH). Past de uitslag bij een te actieve bijschildklier, dan volgt meestal verwijzing naar de internist. Bij een verlaagd calcium kijkt de huisarts naar albumine, vitamine D, magnesium en de nierfunctie.
Betrouwbaarheid
De meting van totaal calcium is nauwkeurig, maar een losse waarde is lastig te duiden zonder albumine, omdat een groot deel van het calcium aan dit eiwit vastzit. Volgens de NVKC en Het Acute Boekje van de internisten wordt een afwijkende waarde beoordeeld samen met albumine, fosfaat, magnesium, de nierfunctie en zo nodig PTH en vitamine D.
Beperkingen
- Een laag of hoog albumine verandert het totale calcium, terwijl het werkzame calcium normaal kan zijn.
- Lang stuwen bij de afname en uitdroging kunnen de waarde licht verhogen.
- Vitamine D-supplementen, calciumtabletten, maagzuurtabletten met calcium, thiazideplaspillen en lithium beïnvloeden de waarde.
- Referentiewaarden verschillen per laboratorium.
Hoe vaak komt dit voor
Een te actieve bijschildklier (primaire hyperparathyreoïdie), de belangrijkste oorzaak van een verhoogd calcium bij mensen zonder klachten, komt voor bij ongeveer 1 op de 100 mensen. De aandoening geeft vaak weinig klachten, waardoor een verhoogd calcium soms de eerste aanwijzing is. Een echt verlaagd calcium is bij gezonde volwassenen zeldzaam; meestal gaat het dan om een laag albumine.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt het meest bij klachten die kunnen passen bij een te hoog calcium (dorst, veel plassen, moeheid, verstopping, nierstenen) of een te laag calcium (tintelingen, spierkrampen), bij botontkalking, bij gebruik van hoge doseringen vitamine D of calcium, bij gebruik van thiazideplaspillen of lithium en bij een verminderde nierfunctie. Bij gezonde mensen zonder klachten komt een licht afwijkende waarde vaak door het albumine of de afname. Wie bijvoorbeeld veganistisch eet en wil weten of de calciuminname voldoende is, heeft weinig aan deze meting: het lichaam houdt het calcium in het bloed stabiel, ook bij een lage inname.
Nadelen en risico's
- Een licht afwijkend calcium door een afwijkend albumine of door de afname kan zonder herhaalmeting tot onnodige ongerustheid of onnodig vervolgonderzoek leiden.
- Een normale uitslag kan ten onrechte geruststellen over de calciuminname of de sterkte van de botten; daar zegt de bloedwaarde niets over.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
