Stolling
Cardiolipine (IgG) antistoffen
De IgG-klasse van de cardiolipine-antistoffen; hoort bij onderzoek naar het antifosfolipidensyndroom.
Alles over deze analyseWat meet dit
Cardiolipine is een vetachtige stof (fosfolipide) in celmembranen. Deze test meet alleen de IgG-klasse van de antistoffen tegen cardiolipine. IgG is de antistofklasse die lang in het bloed blijft; IgM verschijnt vaker tijdelijk, bijvoorbeeld na een infectie. Daardoor is een blijvend verhoogd IgG het sterkste signaal van de twee als het gaat om een verhoogde stollingsneiging.
- Ondersteuning bij een vermoeden van het antifosfolipidensyndroom, een aandoening waarbij het bloed makkelijker stolt
- Mogelijke verklaring voor trombose op jonge leeftijd, trombose die terugkeert of trombose op een ongewone plaats
- Mogelijke verklaring voor herhaalde miskramen of andere zwangerschapsproblemen
Positief
Een positieve uitslag betekent dat er IgG-antistoffen tegen cardiolipine zijn gevonden. Van de twee klassen is dit de meest betekenisvolle, maar ook hier geldt dat één meting niet genoeg is: volgens de NVKC wordt de bepaling na ongeveer 12 weken herhaald om te zien of de antistoffen blijven. Blijven ze aanwezig in een duidelijk verhoogde hoeveelheid én is er trombose of een zwangerschapsprobleem geweest, dan is er reden om aan het antifosfolipidensyndroom te denken. Zonder zulke gebeurtenissen betekent een positieve uitslag meestal niets.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er geen IgG-antistoffen tegen cardiolipine zijn gevonden. Het antifosfolipidensyndroom is daarmee niet uitgesloten: iemand kan alleen IgM-antistoffen hebben, of alleen lupus anticoagulans of antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I. Bij trombose zonder duidelijke oorzaak blijft verder onderzoek dus soms nodig.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve uitslag wordt de bepaling volgens de NVKC na ongeveer 12 weken herhaald om te zien of de antistoffen blijven. Is dat zo en is er ook trombose of een zwangerschapsprobleem geweest, dan verwijst de huisarts naar een internist; daar worden ook lupus anticoagulans en antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I bepaald. Een positieve uitslag zonder trombose of zwangerschapsprobleem is volgens de FMS-richtlijn geen reden om met bloedverdunners te beginnen.
Betrouwbaarheid
De uitslag zegt vooral iets na trombose of herhaalde miskramen. Bij mensen zonder zulke gebeurtenissen is de kans op het antifosfolipidensyndroom zeer klein en komen fout-positieve uitslagen veel vaker voor dan de aandoening zelf. De uitslag telt volgens de FMS-richtlijn alleen mee als hij na ongeveer 12 weken opnieuw positief is en de hoeveelheid antistoffen duidelijk verhoogd is. IgG weegt daarbij zwaarder dan IgM, omdat IgM vaker tijdelijk verhoogd is na een infectie.
Beperkingen
- Een tijdelijke positieve uitslag komt vaak voor tijdens of kort na een infectie, bij sommige medicijnen en op hogere leeftijd; de NVKC adviseert daarom de bepaling na ongeveer 12 weken te herhalen.
- Alleen een blijvend positieve uitslag in een duidelijk verhoogde hoeveelheid telt mee; een licht verhoogde waarde die één keer is gemeten zegt weinig.
- Cardiolipine-antistoffen zijn maar één van de drie bepalingen voor het antifosfolipidensyndroom; de andere twee zijn lupus anticoagulans en antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I.
- Laboratoria gebruiken verschillende methoden en afkapwaarden; uitslagen van verschillende labs zijn niet zonder meer te vergelijken.
Hoe vaak komt dit voor
Het antifosfolipidensyndroom is zeldzaam. Cardiolipine-antistoffen worden veel vaker gevonden dan het syndroom voorkomt: ook bij gezonde mensen, tijdelijk na infecties en vaker op hogere leeftijd. Trombose zelf komt wel regelmatig voor, maar heeft meestal een andere oorzaak, zoals een operatie, langdurig stilzitten, zwangerschap of de pil.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij een gerichte vraag van een arts: trombose op jonge leeftijd of op een ongewone plaats, trombose die terugkeert zonder aanleiding, herhaalde miskramen of andere zwangerschapsproblemen, of een bekende auto-immuunziekte zoals lupus. Bij mensen zonder zulke gebeurtenissen is de voorspellende waarde laag: een positieve uitslag betekent dan meestal niet dat je het antifosfolipidensyndroom hebt, en er volgt geen behandeling.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag zonder trombose en zonder zwangerschapsproblemen komt vaak voor en betekent meestal niets. Dat kan leiden tot onnodige ongerustheid over trombose en tot herhaald onderzoek zonder dat er iets wordt gevonden.
- Een negatieve uitslag sluit het antifosfolipidensyndroom niet uit, omdat lupus anticoagulans en antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I apart worden bepaald.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen