Nier en zouten
Chloride
Een zout in het bloed dat samen met natrium de vochtbalans en de zuurgraad regelt; wordt meestal samen met andere zouten beoordeeld.
Alles over deze analyseWat meet dit
Chloride is een negatief geladen zout (elektrolyt) dat vooral via keukenzout (natriumchloride) binnenkomt. Samen met natrium, kalium en bicarbonaat regelt het de hoeveelheid vocht in het lichaam en de zuurgraad van het bloed. De nieren scheiden overtollig chloride uit met de urine. Chloride volgt meestal natrium: stijgt of daalt natrium, dan doet chloride vaak hetzelfde. Een losse chloridewaarde zegt daarom weinig; de betekenis blijkt uit de combinatie met natrium en bicarbonaat.
- Verstoring van de vochtbalans, zoals uitdroging
- Verstoring van de zuur-basebalans (metabole acidose of alkalose), samen met bicarbonaat
- Verlies van zouten door langdurig overgeven of diarree
Verhoogd
Een verhoogd chloride komt volgens de NVKC vooral voor bij uitdroging, bijvoorbeeld door te weinig drinken, zweten of koorts; natrium is dan meestal ook verhoogd. Het kan ook passen bij een metabole acidose (het bloed is te zuur doordat het lichaam base verliest), bijvoorbeeld bij langdurige diarree of een nierprobleem; bicarbonaat is dan verlaagd. Ook snel ademen (hyperventilatie) kan chloride licht verhogen. Een licht verhoogde waarde met normale andere zouten heeft meestal geen betekenis.
Verlaagd
Een verlaagd chloride gaat volgens de NVKC vaak samen met een verlaagd natrium. Verlies van chloride ontstaat vooral bij langdurig overgeven, omdat maagzuur chloride bevat. Het kan ook passen bij een metabole alkalose (het bloed is te basisch), bijvoorbeeld bij plaspillen of langdurig overgeven; bicarbonaat is dan verhoogd. Ook bij chronische longziekten kan chloride verlaagd zijn. Klachten horen meestal bij de oorzaak en niet bij het chloride zelf.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een afwijkend chloride beoordeelt de huisarts de waarde samen met natrium, kalium, bicarbonaat, kreatinine, drinken en medicijnen, en herhaalt de meting als er geen duidelijke verklaring is. Bij een vermoeden van een verstoorde zuur-basebalans kan aanvullend onderzoek volgen, soms in het ziekenhuis.
Betrouwbaarheid
De chloridemeting is nauwkeurig, maar een losse waarde is volgens de NVKC alleen goed te duiden samen met natrium, kalium, bicarbonaat en de situatie van de persoon. De meting zegt vooral iets bij zieke mensen of bij onderzoek naar de zuur-basebalans. Kleine afwijkingen bij iemand zonder klachten zijn vaak tijdelijk en zonder betekenis.
Beperkingen
- Te weinig of juist veel drinken, zweten, overgeven en diarree verschuiven de waarde tijdelijk.
- Plaspillen, laxeermiddelen en infuusvloeistof met zout beïnvloeden chloride.
- De referentiewaarden verschillen iets per laboratorium en meetmethode.
Hoe vaak komt dit voor
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkend chloride voorkomt. Bij gezonde volwassenen zonder klachten of medicijnen is een duidelijk afwijkende waarde ongewoon. Afwijkingen worden vooral gezien bij uitdroging, langdurig overgeven of diarree en bij zieke mensen in het ziekenhuis.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt het meest bij langdurig overgeven of diarree, uitdroging, gebruik van plaspillen of bij een vermoeden van een verstoorde zuur-basebalans, altijd samen met natrium, kalium en bicarbonaat. Duursporters die veel zweten kunnen kleine verschuivingen hebben. Bij gezonde volwassenen zonder klachten is de uitslag vrijwel altijd normaal.
Nadelen en risico's
- Een licht afwijkend chloride zonder klachten heeft meestal geen betekenis, maar kan onnodig ongerust maken als het los van de andere zouten wordt gelezen.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
