Lever en alvleesklier
Cholinesterase
Een enzym uit de lever; laat zien hoe gevoelig iemand is voor bepaalde spierverslappers en zegt iets over de lever.
Alles over deze analyseWat meet dit
De test meet de activiteit van pseudocholinesterase (butyrylcholinesterase), een enzym dat de lever maakt en aan het bloed afgeeft. Het enzym breekt bepaalde stoffen af, waaronder de spierverslapper succinylcholine die bij een narcose wordt gebruikt. Omdat de lever het enzym maakt, is de activiteit ook een maat voor hoeveel eiwit de lever kan aanmaken. Daarnaast remmen sommige insecticiden (organofosfaten) het enzym.
- Een aangeboren verminderde werking van het enzym, waardoor bepaalde spierverslappers bij een narcose langer werken
- Een verminderde aanmaakfunctie van de lever
- Vergiftiging met organofosfaat-insecticiden
Verhoogd
Een verhoogde activiteit komt voor bij overgewicht, leververvetting, een verhoogd vetgehalte in het bloed, diabetes en bij eiwitverlies via de nieren. Een verhoogde waarde geeft zelf geen klachten en heeft meestal weinig betekenis.
Verlaagd
Een verlaagde activiteit heeft volgens de NVKC meestal een erfelijke oorzaak: een afwijking in de bouw van het enzym. Wie dat heeft, merkt er in het dagelijks leven niets van, maar kan na een narcose met succinylcholine veel langer verlamd blijven dan verwacht. Daarnaast kan een lage waarde passen bij een ernstig verminderde leverfunctie, ondervoeding, een ernstige ziekte of vergiftiging met organofosfaat-insecticiden. Zwangerschap, de anticonceptiepil en sommige medicijnen verlagen de waarde licht zonder dat er een ziekte is.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een duidelijk verlaagde waarde is het vooral belangrijk dat de anesthesioloog dit weet vóór een eventuele operatie; soms volgt aanvullend onderzoek naar de erfelijke variant, en dan kunnen ook familieleden een verhoogde gevoeligheid hebben. Bij een verlaagde waarde met andere afwijkende leveruitslagen kijkt de huisarts naar de oorzaak van de leverfunctiestoornis.
Betrouwbaarheid
Een duidelijk verlaagde activiteit wijst betrouwbaar op een verhoogde gevoeligheid voor succinylcholine; welke erfelijke variant erachter zit, blijkt pas uit aanvullend onderzoek met remmers of DNA. Als maat voor de leverfunctie is cholinesterase minder specifiek dan albumine en de stollingstijd (PT of INR), omdat ook voeding, zwangerschap en medicijnen de waarde verlagen. Bij mensen zonder klachten zegt een licht afwijkende waarde weinig.
Beperkingen
- Zwangerschap, de anticonceptiepil en andere oestrogenen verlagen de activiteit zonder ziekte.
- Sommige medicijnen, zoals bepaalde middelen tegen kanker, cyclofosfamide en neostigmine, verlagen de activiteit.
- Overgewicht, leververvetting en een hoog vetgehalte in het bloed verhogen de waarde.
- Referentiewaarden en de meetmethode verschillen per laboratorium; uitslagen van verschillende laboratoria zijn niet goed vergelijkbaar.
Hoe vaak komt dit voor
Een aangeboren verminderde werking van het enzym is niet zeldzaam: ongeveer 1 op de 25 tot 30 mensen van Europese afkomst draagt één afwijkende variant, wat de werking hooguit licht verlaagt. Een ernstige vorm, waarbij beide genen zijn aangedaan, komt bij ongeveer 1 op de 3000 tot 5000 mensen voor.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt vooral iets vóór een narcose bij iemand die zelf of in de familie eerder ongewoon lang verlamd bleef na een operatie, bij een vermoeden van vergiftiging met insecticiden en als aanvulling bij een bekende leverziekte. Bij mensen zonder klachten zegt een licht afwijkende waarde weinig.
Nadelen en risico's
- Een licht verlaagde waarde door zwangerschap, de pil of medicijnen kan ten onrechte als leverprobleem of erfelijke afwijking worden gelezen.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen