IJzer
Ferritine
Het opslageiwit voor ijzer; de beste enkele maat voor de ijzervoorraad, maar ook verhoogd bij ontsteking.
Alles over deze analyseWat meet dit
Ferritine is het eiwit waarin het lichaam ijzer opslaat, vooral in de lever en het beenmerg. Een kleine hoeveelheid komt in het bloed terecht en die loopt gelijk op met de totale ijzervoorraad: een laag ferritine betekent een lege voorraad, ook als het hemoglobine (Hb) nog normaal is. Ferritine is tegelijk een acutefase-eiwit: bij een ontsteking, infectie of leverschade stijgt het, los van de ijzervoorraad. Daarom wordt het vaak samen met CRP, het bloedbeeld en de transferrinesaturatie beoordeeld.
- IJzertekort, ook voordat er bloedarmoede is
- Bloedarmoede door ijzergebrek (ijzergebreksanemie)
- IJzerstapeling, waaronder erfelijke hemochromatose (samen met de transferrinesaturatie)
- Aanwijzing voor ontsteking, leverziekte of het metabool syndroom bij een verhoogde waarde zonder ijzerstapeling
Verhoogd
Een verhoogd ferritine betekent lang niet altijd te veel ijzer. Omdat ferritine een acutefase-eiwit is, stijgt het bij elke ontsteking of infectie, bij leverziekte, bij overmatig alcoholgebruik en bij het metabool syndroom (overgewicht met een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol of een hoge bloedsuiker); dat zijn de meest voorkomende oorzaken van een verhoogd ferritine. Echte ijzerstapeling is waarschijnlijker als ook de transferrinesaturatie verhoogd is (boven 45 procent); die combinatie kan wijzen op erfelijke hemochromatose, een aandoening waarbij het lichaam te veel ijzer uit de voeding opneemt. Klachten van ijzerstapeling ontstaan pas laat: vermoeidheid, gewrichtspijn (vooral in de hand), buikpijn, een donkerder huid en bij mannen erectieproblemen. Sterk verhoogde waarden vragen altijd om nader onderzoek naar de oorzaak.
Verlaagd
Een verlaagd ferritine betekent vrijwel altijd een ijzertekort; er is geen andere oorzaak die ferritine laag maakt. Volgens de NHG-Standaard Anemie is een ferritine onder 15 µg/L bewijzend voor ijzergebrek, is ijzergebrek tussen 15 en 100 µg/L nog goed mogelijk, zeker bij een ontsteking, en is het boven 100 µg/L vrijwel uitgesloten. De meest voorkomende oorzaken zijn bloedverlies (hevige menstruatie, bloedverlies uit maag of darm), een verhoogde behoefte (zwangerschap, groei) en een lage inname of slechte opname (vegetarische of veganistische voeding, coeliakie, een maagoperatie). Klachten die bij een tekort horen zijn vermoeidheid, kortademigheid bij inspanning, haaruitval, rusteloze benen en bij bloedarmoede bleekheid en hartkloppingen.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een laag ferritine zoekt de huisarts naar de oorzaak van het ijzertekort: bij vrouwen met hevige menstruaties is die meestal duidelijk, bij mannen en bij vrouwen na de overgang volgt volgens de NHG-Standaard onderzoek van maag en darm om bloedverlies uit te sluiten. Bij een verhoogd ferritine bepaalt de huisarts CRP, leverwaarden en de transferrinesaturatie; is de saturatie boven 45 procent en blijft het ferritine verhoogd, dan volgt DNA-onderzoek naar hemochromatose (HFE-genotypering) en zo nodig een verwijzing naar de internist of MDL-arts.
Betrouwbaarheid
Voor ijzertekort is ferritine de beste enkele bloedtest: een lage waarde is vrijwel bewijzend en volgens de NHG-Standaard Anemie sluit een waarde boven 100 µg/L ijzergebrek nagenoeg uit. Het grijze gebied tussen 15 en 100 µg/L en elke verhoogde waarde zijn minder eenduidig, omdat ontsteking en leverschade ferritine verhogen. Daarom wordt ferritine beoordeeld samen met CRP en het bloedbeeld (Hb, MCV), en bij een verhoogde waarde samen met de transferrinesaturatie.
Beperkingen
- Elke ontsteking of infectie, ook een verkoudheid, verhoogt ferritine tijdelijk en kan een ijzertekort maskeren; bij een verhoogd CRP is de waarde moeilijker te duiden.
- Leverziekte, alcoholgebruik, overgewicht en het metabool syndroom verhogen ferritine zonder ijzerstapeling.
- IJzertabletten en ijzerinfusen verhogen de waarde; kort na een infuus is ferritine weken tot maanden niet te duiden.
- Referentiewaarden verschillen per laboratorium en per geslacht; de ondergrens op de uitslag kan afwijken van de grenzen die de NHG-Standaard Anemie voor ijzergebrek gebruikt.
Hoe vaak komt dit voor
Bloedarmoede komt in de huisartsenpraktijk bij ongeveer 9 op de 1000 mensen per jaar nieuw voor; bij de helft is ijzergebrek de oorzaak, bij vrouwen ongeveer vier keer zo vaak als bij mannen, vooral tussen 15 en 50 jaar door menstrueel bloedverlies. IJzertekort zonder bloedarmoede komt nog vaker voor. Erfelijke hemochromatose is zeldzamer: ongeveer 0,5 tot 1,5 procent van de Noord-Europese bevolking draagt de aanleg (twee kopieën van de C282Y-variant), maar slechts een klein deel van hen krijgt klachten.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij klachten die bij ijzertekort passen (vermoeidheid, kortademigheid bij inspanning, haaruitval, rusteloze benen), bij vrouwen met hevige menstruaties, bij zwangerschapswens, bij vegetarische of veganistische voeding, bij duursporters en bij bloedarmoede met kleine rode bloedcellen (laag MCV). Ook zinvol bij een vermoeden van ijzerstapeling, bijvoorbeeld bij hemochromatose in de familie, dan altijd samen met de transferrinesaturatie. Bij mannen en bij vrouwen na de overgang met ijzertekort zoekt de huisarts naar bloedverlies uit maag of darm; de test vervangt dat onderzoek niet.
Nadelen en risico's
- Een verhoogd ferritine door een ontsteking of overgewicht wordt gemakkelijk aangezien voor ijzerstapeling; dat kan tot onnodige ongerustheid en onderzoek leiden.
- Bij een vastgestelde erfelijke hemochromatose is de uitslag ook van belang voor ouders, broers, zussen en kinderen (nevenbevinding met gevolgen voor bloedverwanten).
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen