Overige analyses
Irregulaire erytrocytenantistoffen (indirecte Coombs)
Zoekt antistoffen tegen andere bloedgroepen dan je eigen; van belang bij een bloedtransfusie of een zwangerschap.
Alles over deze analyseWat meet dit
Rode bloedcellen hebben aan de buitenkant veel kenmerken: de bloedgroepen. Komt bloed van iemand anders in je bloedbaan, bijvoorbeeld door een bloedtransfusie of tijdens een zwangerschap of bevalling, dan kan je afweersysteem antistoffen maken tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt. Die heten irregulaire erytrocytenantistoffen; de natuurlijke antistoffen van de ABO-bloedgroep horen daar niet bij. De test (indirecte Coombs-test of antistofscreening) brengt je bloed in contact met testbloedcellen met bekende bloedgroepen en kijkt of er antistoffen aan binden.
- Antistoffen tegen rode bloedcellen na een eerdere bloedtransfusie, zwangerschap, miskraam of bevalling
- Antistoffen die bij een volgende bloedtransfusie een reactie kunnen geven of in een zwangerschap het kind kunnen treffen
Positief
Een positieve uitslag betekent dat er antistoffen tegen rode bloedcellen in je bloed zijn gevonden. Je merkt daar zelf niets van. De screening zegt nog niet tegen welke bloedgroep de antistof gericht is; daarvoor is aanvullend onderzoek nodig (antistofidentificatie). Niet elke antistof is van belang: sommige geven geen problemen, andere wel. Bij een bloedtransfusie moet dan bloed worden gekozen zonder die bloedgroep, en in een zwangerschap kan de antistof via de navelstreng bij het kind komen en bloedarmoede geven. Een positieve uitslag kan ook komen door een anti-D-injectie in de zwangerschap of na de bevalling, of door antistoffen tegen je eigen rode bloedcellen.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er op dit moment geen irregulaire antistoffen zijn gevonden. Antistoffen kunnen in de loop van de jaren zo ver dalen dat ze niet meer meetbaar zijn, en na een nieuwe transfusie of zwangerschap snel weer stijgen. Ook kan na de afname alsnog een nieuwe antistof ontstaan. Daarom bepaalt het ziekenhuis vóór een transfusie altijd opnieuw de antistoffen, en wordt dit in de zwangerschap via de verloskundige of gynaecoloog gecontroleerd.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve uitslag volgt antistofidentificatie om te bepalen tegen welke bloedgroep de antistof gericht is en of die van belang is. Ben je zwanger, dan bespreekt de verloskundige of gynaecoloog het vervolg; soms is ook bloedonderzoek bij de biologische vader nodig. Voor een latere transfusie of zwangerschap is het belangrijk dat zorgverleners van de antistof weten.
Betrouwbaarheid
De antistofscreening is een gangbare en betrouwbare laboratoriumtest. Ziekenhuizen gebruiken haar vóór een bloedtransfusie, en in Nederland krijgt iedere zwangere haar rond de 12e week via de verloskundige of gynaecoloog, als onderdeel van het bevolkingsonderzoek PSIE van het RIVM. De uitslag geldt alleen voor het moment van afname. Deze test vervangt het bloedonderzoek in de zwangerschap niet, en ook niet de bepaling die het ziekenhuis vóór een transfusie zelf doet.
Beperkingen
- De uitslag is een momentopname: na een transfusie, zwangerschap of bevalling kunnen nieuwe antistoffen ontstaan, en oude antistoffen kunnen tot onder de meetgrens dalen.
- Een anti-D-injectie, bijvoorbeeld rond 30 weken zwangerschap of na de bevalling, geeft weken tot maanden een positieve uitslag zonder dat je zelf antistoffen hebt gemaakt.
- Antistoffen tegen je eigen rode bloedcellen en sommige medicijnen (bepaalde behandelingen met antistoffen) kunnen de test verstoren.
- Het laboratorium heeft voor deze test een eigen buis nodig met je naam en geboortedatum erop; zonder eenduidige naam kan de bepaling niet worden gedaan.
Hoe vaak komt dit voor
In het landelijke bloedonderzoek bij zwangeren (PSIE) werden in 2024 bij het eerste bloedonderzoek bij ongeveer 3 op de 1000 zwangeren antistoffen gevonden die mogelijk van belang zijn voor het kind; bij ongeveer 2 op de 1000 bleken ze dat ook echt te zijn. Bij ongeveer de helft was de antistof al bekend uit een eerdere zwangerschap of ander onderzoek. Bij mensen die nooit een transfusie of zwangerschap hebben gehad, zijn irregulaire antistoffen zeldzaam.
Voor wie is dit zinvol
In Nederland krijgt iedere zwangere dit onderzoek al gratis via de verloskundige of gynaecoloog, rond de 12e week en bij een deel van de zwangeren opnieuw rond 27 weken; deze test vervangt dat niet. Zinvol voor wie na een eerdere bloedtransfusie, zwangerschap, miskraam of bevalling wil weten of er antistoffen zijn, bijvoorbeeld met het oog op een volgende zwangerschap, en vóór een geplande ingreep als de behandelaar erom vraagt. Het ziekenhuis doet vóór een transfusie altijd een eigen, recente bepaling. Bij mensen die nooit bloed van een ander in hun bloedbaan hebben gehad, is de kans op een positieve uitslag klein.
Nadelen en risico's
- De uitslag kan ten onrechte de indruk geven dat het bloedonderzoek in de zwangerschap of de bepaling in het ziekenhuis vóór een transfusie overbodig is.
- Een positieve uitslag door een antistof zonder betekenis, of door een anti-D-injectie, kan onnodige zorgen geven.
Bronnen
- NVKC, allesovertesten.nl: Irregulaire antistoffen
- RIVM, pns.nl: Onderzoek naar bloedgroepen en bloedgroepantistoffen
- RIVM, pns.nl: Bloedonderzoek zwangeren voor professionals (PSIE)
- RIVM: Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE), Procesmonitor 2024
- Thuisarts.nl: Ik ben zwanger en krijg een bloedonderzoek
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen