Nier en zouten
Kalium
Een zout dat onmisbaar is voor hart en spieren; een afwijkende waarde komt vaak door de afname zelf, medicijnen of de nieren.
Alles over deze analyseWat meet dit
Kalium is een zout dat vooral in de cellen zit; maar ongeveer 2 procent zit in het bloed. Het is nodig voor de prikkelgeleiding in hart, zenuwen en spieren. De nieren regelen de hoeveelheid nauwkeurig, met hulp van het bijnierhormoon aldosteron. Omdat er zo weinig kalium in het bloed zit, hebben kleine verschuivingen al gevolgen voor het hartritme. Juist daarom is de meting gevoelig voor de manier van bloedafname: kapotte bloedcellen in het buisje geven veel kalium af en laten de uitslag vals hoog uitvallen.
- Een te hoog kalium (hyperkaliëmie) bij nierschade, bij bloeddrukverlagers (ACE-remmers, ARB's, kaliumsparende plaspillen) of bij een bijnierprobleem
- Een te laag kalium (hypokaliëmie) door plaspillen, diarree, overgeven of overmatig zweten
- Controle van medicijnen die kalium beïnvloeden, volgens de NHG-Standaarden Chronische nierschade en Cardiovasculair risicomanagement
Verhoogd
Een licht verhoogd kalium bij iemand zonder klachten komt heel vaak door de afname zelf en niet door het lichaam. Lang stuwen, herhaaldelijk een vuist maken, een moeizame afname, een vingerprik waarbij de vinger wordt uitgeknepen, of een buisje dat te lang of te warm onderweg is naar het laboratorium: in al die gevallen gaan bloedcellen kapot (hemolyse) en komt kalium vrij in het monster. Het laboratorium meldt hemolyse vaak bij de uitslag. Een echt verhoogd kalium past bij een verminderde nierfunctie, bij medicijnen zoals ACE-remmers, ARB's, spironolacton, kaliumsparende plaspillen en NSAID's, bij kaliumsupplementen of zoutvervangers met kalium, bij ontregelde diabetes en bij een tekort aan bijnierhormoon (ziekte van Addison). Een licht verhoogde waarde geeft geen klachten; bij hoge waarden ontstaan spierzwakte, tintelingen en hartritmestoornissen, en dat is een spoedsituatie.
Verlaagd
Een verlaagd kalium ontstaat vooral door verlies: via de nieren bij plaspillen (thiaziden, furosemide) en bij veel drop of zoethout, via de darm bij diarree, overgeven of laxeermiddelen, en via de huid bij overmatig zweten. Ook een te hoge productie van aldosteron door de bijnier (met hoge bloeddruk), insuline, salbutamol en een tekort aan magnesium verlagen kalium. Klachten zijn spierzwakte, krampen, obstipatie, vermoeidheid en bij lage waarden hartritmestoornissen. Bij gebruik van plaspillen controleert de huisarts kalium daarom regelmatig.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een onverwacht verhoogd kalium laat de huisarts eerst een nieuwe, zorgvuldige afname doen, zonder lang stuwen en met snel transport naar het laboratorium. Blijft de waarde verhoogd, dan beoordeelt de huisarts de nierfunctie en de medicijnen en past die zo nodig aan; bij een sterk verhoogde waarde of klachten volgt direct een hartfilmpje en verwijzing. Bij een verlaagd kalium worden plaspillen en verliezen nagelopen, wordt zo nodig kalium aangevuld en bij een onverklaarde of hardnekkige daling volgt onderzoek naar de bijnier.
Betrouwbaarheid
De kaliummeting is nauwkeurig, maar de uitslag is bij uitstek gevoelig voor de afname en het transport van het monster. Volgens de NVKC moet een onverwacht verhoogd kalium daarom altijd met een nieuwe, zorgvuldige afname worden bevestigd voordat er iets mee gebeurt. Bij nierschade en bij gebruik van bloeddrukverlagers is kalium volgens de NHG-Standaarden een vaste controlewaarde, omdat zowel een te hoog als een te laag kalium het hart kan ontregelen.
Beperkingen
- Hemolyse door lang stuwen, vuist maken, een moeizame afname, een vingerprik of ruw transport geeft een vals verhoogde waarde; dit is de meest voorkomende oorzaak van een te hoog kalium.
- Een sterk verhoogd aantal bloedplaatjes of witte bloedcellen verhoogt kalium in het buisje na de afname (pseudohyperkaliëmie).
- Medicijnen (ACE-remmers, ARB's, spironolacton, plaspillen, NSAID's, insuline, salbutamol), kaliumsupplementen en drop beïnvloeden de waarde.
- Zware inspanning vlak voor de afname verhoogt kalium tijdelijk; de waarde herstelt binnen ongeveer een uur.
Hoe vaak komt dit voor
Bij gezonde volwassenen zonder medicijnen is een echt afwijkend kalium zeldzaam; een vals verhoogde waarde door de afname komt daarentegen regelmatig voor. Een verhoogd kalium komt vooral voor bij mensen met chronische nierschade (ongeveer 1 op de 10 volwassenen) die ACE-remmers, ARB's of kaliumsparende middelen gebruiken. Een verlaagd kalium wordt vooral gezien bij gebruik van plaspillen en na diarree of overgeven.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij een verminderde nierfunctie, bij gebruik van plaspillen, ACE-remmers, ARB's, spironolacton of kaliumsupplementen, bij hartritmestoornissen, spierzwakte of krampen, bij aanhoudende diarree of overgeven en bij hoge bloeddruk die moeilijk te behandelen is (dan kan een bijnierprobleem meespelen). Volgens de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement wordt kalium samen met de nierfunctie gecontroleerd na het starten of verhogen van deze medicijnen. Bij gezonde volwassenen zonder medicijnen of klachten is de uitslag vrijwel altijd normaal en is de belangrijkste afwijking een vals verhoogde waarde door de afname.
Nadelen en risico's
- Een vals verhoogd kalium door hemolyse komt vaak voor en kan zonder herhaalmeting tot onnodige ongerustheid of zelfs onnodige spoedzorg leiden.
- Bij een vingerprik is de kans op hemolyse groter dan bij een afname uit de ader.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen