Hart en vaten
LDL-cholesterol
Het 'slechte' cholesterol dat zich in de vaatwand afzet; de belangrijkste cholesterolwaarde voor risicoschatting en behandeling.
Alles over deze analyseWat meet dit
LDL (low-density lipoproteïne) is het transportdeeltje dat cholesterol van de lever naar de weefsels brengt. Te veel LDL-deeltjes dringen de vaatwand binnen en stapelen daar op tot slagaderverkalking (atherosclerose). Hoe hoger en hoe langer het LDL verhoogd is, hoe groter de kans op een hartinfarct of beroerte; verlagen van LDL verlaagt dat risico aantoonbaar. De meeste laboratoria berekenen LDL uit totaal cholesterol, HDL en triglyceriden (Friedewald-formule); bij hoge triglyceriden wordt het direct gemeten.
- Verhoogd risico op hart- en vaatziekten door slagaderverkalking
- Familiaire hypercholesterolemie (erfelijk hoog cholesterol): de huisarts denkt daaraan bij een LDL boven 5 mmol/l
- Effect van cholesterolverlagende behandeling (streefwaarde afhankelijk van het risico)
Verhoogd
Een verhoogd LDL-cholesterol geeft geen klachten, maar verhoogt op termijn de kans op slagaderverkalking, een hartinfarct en een beroerte. Hoe zwaar dat weegt hangt af van de hoogte, de duur en de andere risicofactoren; de NHG-Standaard koppelt de behandeling aan het totale risico. Bij een laag of matig verhoogd risico is er geen streefwaarde en zijn cholesterolverlagende medicijnen meestal niet nodig; bij een hoog risico is de streefwaarde lager dan 2,6 mmol/l en na een hart- of vaatziekte lager dan 1,8 mmol/l. Bij een LDL boven 5 mmol/l, zeker met hart- en vaatziekten op jonge leeftijd in de familie, kan er sprake zijn van erfelijk hoog cholesterol. Andere oorzaken van een hoge waarde: een te traag werkende schildklier, nierziekte met eiwitverlies, leverziekte met galstuwing, zwangerschap, anorexia en sommige medicijnen.
Verlaagd
Een laag LDL is meestal gunstig: het komt door aanleg, een gezonde leefstijl of cholesterolverlagende medicijnen, en een zeer laag LDL door medicijnen geldt volgens de richtlijn als veilig. Een onverklaard laag of dalend LDL kan horen bij een te snel werkende schildklier, ondervoeding, een ernstige leverziekte, een chronische ontsteking of een acute ziekte; zeldzaam is een erfelijke stoornis in de vetstofwisseling. Klachten geeft een laag LDL zelf niet.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een verhoogd LDL schat de huisarts het tienjaarsrisico met SCORE2 en bespreekt leefstijl; bij een hoog risico of een LDL boven 5 mmol/l volgt meestal een herhaalmeting, aanvullend onderzoek (schildklier, nierfunctie, glucose) en zo nodig een statine of verwijzing voor DNA-onderzoek naar erfelijk hoog cholesterol.
Betrouwbaarheid
LDL is een risicomarker en de belangrijkste stuurwaarde voor behandeling, maar op zichzelf geen diagnose. Volgens de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement beoordeelt de huisarts het LDL binnen de SCORE2-risicoschatting, waarin leeftijd, geslacht, roken, bloeddruk en non-HDL-cholesterol meewegen; welke waarde 'te hoog' is, hangt van dat risico af. Nuchter meten is volgens de richtlijn niet nodig. Omdat LDL meestal wordt berekend, is de uitslag bij hoge triglyceriden (boven ongeveer 4,5 mmol/l) onbetrouwbaar; het laboratorium meet LDL dan direct of de huisarts gebruikt non-HDL.
Beperkingen
- Berekend LDL (Friedewald) is onbetrouwbaar bij hoge triglyceriden, bijvoorbeeld na een vette maaltijd of alcohol; non-HDL-cholesterol of direct gemeten LDL is dan de betere maat.
- Tijdens en enkele weken na een acute ziekte, operatie of hartinfarct is het LDL tijdelijk verlaagd.
- Zwangerschap, een te traag werkende schildklier, nierziekte, galstuwing en medicijnen zoals corticosteroïden en plaspillen verhogen de waarde; statines en andere cholesterolverlagers verlagen haar.
- De waarde schommelt van dag tot dag; bij een grenswaarde is een tweede meting nodig voordat een behandeling wordt gestart.
Hoe vaak komt dit voor
In 2024 waren ruim 1,6 miljoen mensen in Nederland bij de huisarts bekend met een vetstofwisselingsstoornis, waaronder een te hoog cholesterol; dat is ongeveer 9 op de 100 inwoners, het vaakst tussen de 55 en 70 jaar. Erfelijk hoog cholesterol komt in families voor: kinderen, broers en zussen van iemand met de genfout hebben elk een kans van 1 op 2 om die ook te hebben.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij een risicoschatting op hart- en vaatziekten (de SCORE2-tabel geldt vanaf 40 jaar, eerder bij risicofactoren), bij hart- en vaatziekten of sterk verhoogd cholesterol in de familie, bij diabetes, hoge bloeddruk, nierschade of roken, en bij controle van cholesterolverlagende medicijnen. Bij jonge, gezonde volwassenen zonder risicofactoren kan een eenmalige meting erfelijk hoog cholesterol uitsluiten; herhaald meten is dan niet nodig.
Nadelen en risico's
- Bij mensen met een laag risico wordt een licht verhoogd LDL soms ten onrechte als reden voor medicijnen gezien; de richtlijn koppelt behandeling aan het totale risico, niet aan de losse waarde.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
