Nier en zouten
Natrium
Het belangrijkste zout in het bloed; een afwijkende waarde wijst meestal op een verstoring van de vochtbalans, niet van de zoutinname.
Alles over deze analyseWat meet dit
Natrium is het belangrijkste zout buiten de cellen en bepaalt samen met water de hoeveelheid vocht in het bloed en de weefsels. Het lichaam houdt de natriumconcentratie heel nauwkeurig constant via dorst, de nieren en hormonen zoals het antidiuretisch hormoon (ADH). Een afwijkende waarde ontstaat daarom zelden door te veel of te weinig zout eten: meestal is er te veel of te weinig water in verhouding tot het zout. Natrium wordt bijna altijd samen met kalium en kreatinine bepaald.
- Een te laag natrium (hyponatriëmie), meestal door medicijnen, hartfalen, leverziekte, nierziekte of een verstoorde vochtregeling (SIADH)
- Een te hoog natrium (hypernatriëmie), vrijwel altijd door uitdroging
- Controle bij gebruik van plaspillen en bloeddrukverlagers, volgens de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement
Verhoogd
Een verhoogd natrium betekent bijna altijd dat het lichaam water tekortkomt: te weinig drinken bij hitte, koorts, diarree of overgeven, of bij ouderen die minder dorst voelen. Zolang iemand kan drinken en dorst voelt, is een hoog natrium zeldzaam. Een zeldzame oorzaak is diabetes insipidus, waarbij de nieren te veel water uitplassen door een tekort aan of ongevoeligheid voor ADH. Klachten zijn dorst, een droge mond, sufheid, verwardheid en bij hoge waarden spierschokken of insulten. Een licht verhoogde waarde bij iemand die zich goed voelt is vaak een gevolg van te weinig drinken voor de afname.
Verlaagd
Een verlaagd natrium is de meest voorkomende afwijking van de zouten in het bloed, vooral bij ouderen. Vaak zijn medicijnen de oorzaak: thiazideplaspillen (bijvoorbeeld hydrochloorthiazide), antidepressiva (SSRI's), sommige anti-epileptica en pijnstillers. Andere oorzaken zijn hartfalen, levercirrose of nierziekte (het lichaam houdt dan water vast), een verstoorde afgifte van ADH (SIADH) bij longziekten of hersenaandoeningen, veel water drinken in korte tijd (bijvoorbeeld bij duursport), een te traag werkende schildklier of een bijnierprobleem. Ook een sterk verhoogde bloedsuiker verlaagt natrium tijdelijk. Een licht verlaagd natrium geeft meestal geen klachten; bij lagere waarden ontstaan misselijkheid, hoofdpijn, verwardheid, vallen en in ernstige gevallen insulten.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een licht afwijkend natrium zonder klachten herhaalt de huisarts de meting, vaak samen met kalium, kreatinine en glucose, en loopt de medicijnen en het drinkgedrag na; een verdachte plaspil of antidepressivum wordt zo mogelijk aangepast. Bij een duidelijk verlaagde waarde volgt onderzoek naar de oorzaak met urine-onderzoek en schildklier- en bijnierwaarden, en bij klachten of een sterk afwijkende waarde verwijzing naar de internist of de spoedeisende hulp.
Betrouwbaarheid
De natriummeting zelf is nauwkeurig en verschilt weinig tussen laboratoria. De uitslag zegt alleen weinig over de oorzaak: een licht verlaagd natrium bij iemand zonder klachten is vaak tijdelijk en heeft veel mogelijke verklaringen, van medicijnen tot veel drinken. Duiding vraagt kennis van medicijngebruik, vochtinname en de overige uitslagen (kalium, kreatinine, glucose) en soms een urinetest.
Beperkingen
- Thiazideplaspillen, SSRI's, sommige anti-epileptica en NSAID's verlagen natrium; de NHG adviseert daarom controle na het starten van deze middelen.
- Veel water drinken kort voor de afname of juist weinig drinken, hitte, koorts en zware inspanning verschuiven de waarde tijdelijk.
- Een sterk verhoogde bloedsuiker verlaagt natrium; sterk verhoogde vetten of eiwitten in het bloed kunnen afhankelijk van de meetmethode een vals lage waarde geven.
Hoe vaak komt dit voor
Een licht verlaagd natrium komt veel voor: bij thuiswonende ouderen wordt het naar schatting bij 5 tot 10 op de 100 mensen gevonden, meestal door medicijnen, en in het ziekenhuis nog vaker. Bij jonge gezonde volwassenen is een afwijkend natrium ongewoon. Een verhoogd natrium is buiten het ziekenhuis zeldzaam en komt vooral voor bij kwetsbare ouderen met uitdroging.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij gebruik van plaspillen, antidepressiva of andere medicijnen die natrium kunnen verlagen, bij hartfalen, lever- of nierziekte, bij ouderen met vallen, verwardheid of sufheid, bij uitdroging na diarree, overgeven of hitte, en bij duursporters die veel drinken. Volgens de NHG-Standaard Cardiovasculair risicomanagement wordt natrium gecontroleerd na het starten van een thiazideplaspil. Bij gezonde volwassenen zonder medicijnen of klachten is de uitslag vrijwel altijd normaal en voegt de test weinig toe.
Nadelen en risico's
- Een licht verlaagd natrium is vaak een bijwerking van medicijnen en geen ziekte; zonder die context kan de uitslag onnodig ongerust maken.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
