Infecties
Quantiferontest TBC IGRA
Bloedtest die laat zien of je besmet bent geraakt met de tuberculosebacterie; zegt niet of je ziek bent.
Alles over deze analyseWat meet dit
De Quantiferontest is een IGRA (interferon-gamma release assay). In het laboratorium wordt bloed in contact gebracht met eiwitten die alleen bij de tuberculosebacterie voorkomen. Heeft iemand eerder contact gehad met de bacterie, dan reageren afweercellen (T-cellen) hierop door de stof interferon-gamma af te geven; bij 0,35 IE/ml of meer is de test positief. Een eerdere BCG-vaccinatie en de meeste andere mycobacteriën beïnvloeden de test niet.
- Tuberculose-infectie (ook latente tuberculose genoemd): besmet met de bacterie, maar niet ziek en niet besmettelijk
- Aanwijzing voor besmetting bij iemand met (een vermoeden van) actieve tuberculose; de test maakt geen onderscheid tussen infectie en ziekte
Positief
Een positieve test betekent dat je afweersysteem ooit in contact is geweest met de tuberculosebacterie. Meestal gaat het om een tuberculose-infectie zonder ziekte: je hebt dan geen klachten en bent niet besmettelijk. Ongeveer 1 op de 10 mensen met een infectie wordt later ziek, het vaakst in de eerste 2 jaar na besmetting; bij een verminderde afweer is die kans groter. De test kan geen onderscheid maken tussen een infectie zonder ziekte, actieve tuberculose en een eerder behandelde tuberculose. Klachten die bij actieve tuberculose horen zijn langdurig hoesten, nachtzweten, afvallen, moeheid en koorts.
Negatief
Een negatieve test maakt een tuberculose-infectie onwaarschijnlijk. De afweerreactie ontstaat pas enkele weken na besmetting; daarom adviseert de CPT-richtlijn minimaal 8 weken na het laatste contact met iemand met tuberculose te testen. Een negatieve test sluit actieve tuberculose niet uit: ook bij actieve tuberculose of bij een verminderde afweer kan de test negatief zijn. Een onbepaalde uitslag betekent dat de controles in de test niet goed werkten; de test wordt dan één keer herhaald met nieuw bloed.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve test verwijst de huisarts naar de afdeling tuberculosebestrijding van de GGD of naar een longarts. Daar wordt met een gesprek, lichamelijk onderzoek en een röntgenfoto van de longen actieve tuberculose uitgesloten en besproken of een preventieve behandeling met medicijnen zinvol is. Actieve tuberculose is volgens de Wet publieke gezondheid meldingsplichtig (groep B1); de GGD start dan zo nodig bron- en contactonderzoek.
Betrouwbaarheid
Er bestaat geen gouden standaard voor een tuberculose-infectie. Volgens de CPT-richtlijn Diagnostiek tuberculose-infectie is de gevoeligheid van de Quantiferontest, gemeten bij mensen met tuberculose, ongeveer 78 tot 81 procent en de specificiteit 82 tot 99 procent; die specificiteit is duidelijk hoger dan die van de huidtest (Mantoux), omdat BCG-vaccinatie geen rol speelt. De betekenis van een positieve uitslag hangt sterk af van de kans op besmetting: bij iemand zonder bekend contact of risico is de kans op een fout-positieve uitslag groter. Uitslagen dicht bij de afkapwaarde kunnen bij herhaling omslaan van positief naar negatief of andersom.
Beperkingen
- In de eerste 8 weken na besmetting kan de test nog negatief zijn.
- Een verminderde afweer (bijvoorbeeld door hiv of afweeronderdrukkende medicijnen) en jonge leeftijd geven vaker een fout-negatieve of onbepaalde uitslag.
- Bij herhaald testen van mensen met een laag risico, zoals bij periodieke controles, komen positieve uitslagen en wisselingen rond de afkapwaarde vaker voor dan verwacht.
- Het bloed moet binnen een vaste tijd in het laboratorium worden verwerkt; bloed dat te lang onderweg is, kan een onbepaalde uitslag geven.
Hoe vaak komt dit voor
In 2025 kregen in Nederland 869 mensen de diagnose tuberculose; 82 procent van hen was niet in Nederland geboren. In hetzelfde jaar werden 1652 tuberculose-infecties zonder ziekte gemeld. Bij mensen uit landen waar tuberculose veel voorkomt, heeft volgens de CPT-richtlijn soms meer dan 15 tot 20 op de 100 een oude infectie; bij in Nederland geboren mensen van na 1945 is dat laag.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol na nauw contact met iemand met besmettelijke tuberculose (minimaal 8 weken na het laatste contact), voor mensen die langere tijd in een land met veel tuberculose hebben gewoond, gewerkt of gereisd, voor zorgmedewerkers met een verhoogd risico en vóór het starten van medicijnen die de afweer sterk onderdrukken, zoals TNF-alfaremmers. Na contact met een patiënt regelt de GGD het onderzoek meestal zelf. Bij mensen zonder risico op besmetting is testen niet zinvol, omdat een positieve uitslag dan relatief vaak fout-positief is. De test is niet geschikt om actieve tuberculose vast te stellen of uit te sluiten.
Nadelen en risico's
- Bij mensen met een laag risico is een positieve uitslag relatief vaak fout-positief; dat kan leiden tot een röntgenfoto, ongerustheid en soms maanden preventieve behandeling met medicijnen die bijwerkingen kunnen geven.
- Een negatieve test kan ten onrechte geruststellen als de test te snel na een contact is gedaan of als er klachten zijn die bij actieve tuberculose passen.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen