Lever en alvleesklier
Totaal eiwit
De totale hoeveelheid eiwit in het bloed, vooral albumine en antistoffen; een grove maat voor voeding, lever, nieren en afweer.
Alles over deze analyseWat meet dit
Totaal eiwit is de som van alle eiwitten in het bloed. Het grootste deel is albumine, dat door de lever wordt gemaakt. De rest zijn globulinen: een grote groep van honderden eiwitten, waaronder transporteiwitten, stollingseiwitten en antistoffen (afweereiwitten). De waarde verandert als het bloed is ingedikt of verdund, als de lever minder albumine maakt, als het lichaam eiwit verliest via de nieren of de darm, of als het afweersysteem meer antistoffen maakt.
- Uitdroging (dan is de waarde verhoogd)
- Ernstige ondervoeding, eiwitverlies via de nieren of de darm, of minder aanmaak door de lever bij gevorderde leverziekte (cirrose)
- Meer antistoffen in het bloed bij langdurige ontsteking, chronische infectie of leverziekte
- Zelden: een M-proteïne, dat is één soort antistof die in grote hoeveelheid wordt gemaakt
Verhoogd
Een licht verhoogd totaal eiwit komt meestal door uitdroging: te weinig drinken, zweten, diarree of overgeven. Ook lang stuwen bij de afname geeft een iets hogere waarde. Bij een langdurige ontsteking, een chronische infectie zoals hepatitis of een leverziekte maakt het afweersysteem meer antistoffen; het totaal eiwit stijgt dan terwijl albumine normaal of laag is. Zelden: een M-proteïne, één soort antistof die in grote hoeveelheid wordt gemaakt, meestal bij MGUS (een aandoening zonder klachten) en heel soms bij de ziekte van Kahler (multipel myeloom). Volgens de NVKC vraagt vooral een sterk verhoogde waarde om verder onderzoek.
Verlaagd
Een verlaagd totaal eiwit komt meestal door een verlaagd albumine. Mogelijke oorzaken zijn ernstige ondervoeding, eiwitverlies via de nieren (dan zit er veel eiwit in de urine en ontstaat vocht in de benen) of via de darm, en een gevorderde leverziekte. Tijdens een ernstige infectie, in de zwangerschap en na het drinken van veel water kan de waarde tijdelijk lager zijn. Zelden komt een lage waarde door een tekort aan antistoffen; daarbij horen vaak terugkerende infecties. Een licht verlaagde waarde zonder klachten heeft meestal geen betekenis.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een afwijkend totaal eiwit laat de huisarts meestal albumine bepalen en herhaalt de meting, bij voorkeur zonder uitdroging of ziekte. Is het totaal eiwit verhoogd terwijl albumine normaal is, dan volgt vaak eiwitelektroforese om te zien welke eiwitgroep verhoogd is. Bij een verlaagde waarde volgt onderzoek van de nieren (eiwit in de urine), de lever en de voeding.
Betrouwbaarheid
Totaal eiwit is een grove, onspecifieke waarde: een afwijking zegt niet welk eiwit te hoog of te laag is. Volgens de NVKC moeten andere testen, zoals albumine en eiwitelektroforese, eerst uitwijzen welke eiwitgroep afwijkt voordat er iets over de oorzaak te zeggen is. Totaal eiwit is geen goede maat voor hoeveel eiwit je eet: bij gezonde mensen blijft de waarde ook bij een vegetarisch of veganistisch eetpatroon normaal en daalt hij pas bij ernstige ondervoeding. Bij mensen zonder klachten zegt een losse waarde weinig; albumine en eiwitelektroforese zeggen bij een afwijking meer.
Beperkingen
- Uitdroging, lang stuwen bij de afname en staan vlak voor de afname verhogen de waarde; langdurig liggen en veel drinken vlak voor de afname verlagen hem.
- Bij een vingerprik kan hard knijpen weefselvocht bijmengen, waardoor de uitslag lager en minder betrouwbaar wordt.
- Een infectie, ontsteking of zwangerschap verandert de waarde tijdelijk.
- Serum en plasma geven iets andere waarden; referentiewaarden verschillen per laboratorium.
Hoe vaak komt dit voor
Een duidelijk afwijkend totaal eiwit bij gezonde volwassenen zonder klachten is ongewoon; de meeste afwijkingen zijn licht en komen door uitdroging of de afname. Een eiwittekort door de voeding is in Nederland zeldzaam: volgens het Voedingscentrum krijgen de meeste mensen genoeg eiwit binnen, ook vegetariërs en sporters, en lopen vooral ouderen risico op ondervoeding. Een M-proteïne komt voor bij ongeveer 3 op de 100 mensen boven de 50, meestal zonder dat het totaal eiwit afwijkt.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol als onderdeel van onderzoek naar lever, nieren of voedingstoestand, bij vocht in de benen zonder duidelijke oorzaak, bij onbedoeld gewichtsverlies en als eerste stap om een afwijkende eiwitverdeling verder uit te zoeken. Als controle van de eiwitinname bij een vegetarisch of veganistisch eetpatroon zegt de test weinig, omdat de waarde bij gezonde mensen vrijwel altijd normaal blijft. Bij gezonde volwassenen zonder klachten voegt een losse bepaling weinig toe.
Nadelen en risico's
- Een licht afwijkende waarde door uitdroging of de afname kan zonder herhaalmeting tot onnodige ongerustheid leiden.
- Vervolgonderzoek bij een verhoogde waarde kan een M-proteïne zonder klachten (MGUS) vinden, dat geen behandeling nodig heeft maar wel tot jarenlange controles kan leiden.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen