Darm
Tryptofaan
Een bouwsteen van eiwit die in de ontlasting wordt gemeten; de betekenis voor de gezondheid is niet vastgesteld.
Alles over deze analyseWat meet dit
Tryptofaan is een aminozuur, een bouwsteen van eiwit, dat het lichaam niet zelf kan maken en uit voeding haalt. Het wordt normaal in de dunne darm opgenomen. Darmbacteriën zetten tryptofaan dat de dikke darm bereikt om in andere stoffen. Het laboratorium meet hoeveel tryptofaan er in een portie ontlasting zit.
- Aanwijzing voor onvolledig opgenomen eiwit of een snelle darmpassage; de betekenis is niet vastgesteld
Verhoogd
Een verhoogde waarde kan komen door een eiwitrijke voeding of een snelle darmpassage, waardoor eiwit en de bouwstenen ervan niet volledig worden opgenomen. Er is geen aandoening waarbij deze meting in de ontlasting wordt gebruikt om een diagnose te stellen. De uitslag zegt niets over de hoeveelheid tryptofaan in het bloed of in de hersenen.
Verlaagd
Een lage waarde betekent weinig tryptofaan in de ontlasting en past bij een goede opname van eiwit. Een lage waarde zegt niet dat je te weinig tryptofaan binnenkrijgt of een tekort hebt, en heeft geen bekende betekenis voor stemming of slaap.
Bij een afwijkende uitslag
Zonder klachten is bij een afwijkende uitslag van dit onderzoek meestal geen vervolg nodig. Bij klachten die passen bij een slechte vertering kan de huisarts pancreas-elastase in de ontlasting of een bloedtest op coeliakie aanvragen, en zo nodig verwijzen naar de MDL-arts of internist.
Betrouwbaarheid
Voedselresten in een losse portie ontlasting zeggen vooral iets over wat je hebt gegeten en hoe snel het eten door de darm ging. Hoe goed de uitslag een slechte vertering aantoont of uitsluit, is niet goed onderzocht, bij mensen zonder klachten en ook bij darmklachten. Bij een vermoeden van een slechte vetvertering (malabsorptie) kan de specialist vet laten bepalen in ontlasting die een paar dagen wordt verzameld. Voor de werking van de alvleesklier is pancreas-elastase in de ontlasting beter onderzocht.
Beperkingen
- Voeding in de dagen voor de afname (vet, vlees, rauwe groente, peulvruchten, zuivel, suikers) bepaalt voor een groot deel de uitslag.
- Diarree of juist verstopping verandert de uitslag, omdat de snelheid door de darm bepaalt hoeveel wordt verteerd.
- Eén portie ontlasting geeft een momentopname; de samenstelling verschilt van dag tot dag.
- Medicijnen zoals laxeermiddelen, antibiotica, maagzuurremmers, pancreasenzymen en afslankmiddelen die vetopname remmen (orlistat) beïnvloeden de uitslag.
Hoe vaak komt dit voor
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkende uitslag van deze bepalingen voorkomt. Darmklachten zelf komen veel voor: het prikkelbaredarmsyndroom heeft volgens de richtlijn ongeveer 4 op de 100 volwassenen. Aandoeningen waarbij voedsel echt slecht wordt verteerd, zoals een chronische ontsteking van de alvleesklier, zijn veel zeldzamer.
Voor wie is dit zinvol
Omdat voeding de uitslag sterk bepaalt, zegt dit onderzoek weinig bij mensen zonder klachten, en ook bij klachten wijst het geen oorzaak aan. Bij klachten die kunnen passen bij een slechte vertering, zoals langdurig vettige of brijige ontlasting, onbedoeld afvallen of langdurige diarree, is onderzoek via de huisarts de aangewezen route. Pancreas-elastase in de ontlasting en een bloedtest op coeliakie zijn dan gerichtere eerste tests. Bij bloed bij de ontlasting, onbedoeld afvallen of nieuwe darmklachten na je 50e is dit onderzoek geen vervanging voor een bezoek aan de huisarts.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen