Infecties
Varicella Zoster antilichamen
Antistoffen tegen het waterpokkenvirus; laat zien of je beschermd bent, vooral van belang bij een kinderwens of zwangerschap.
Alles over deze analyseWat meet dit
Het varicellazostervirus (VZV) veroorzaakt waterpokken en later soms gordelroos. Na waterpokken of een vaccinatie maakt het afweersysteem IgG-antistoffen (afweereiwitten) tegen het virus, die meestal levenslang aantoonbaar blijven. De test meet de hoeveelheid VZV-IgG in het bloed. Boven de afkapwaarde van de test (100 of 150 IU/l, afhankelijk van de test) geldt iemand als beschermd tegen waterpokken.
- Bescherming tegen waterpokken na een doorgemaakte infectie of vaccinatie
- Geen aantoonbare bescherming: kans op waterpokken, met extra risico's tijdens een zwangerschap
Positief
Een positieve uitslag betekent dat er antistoffen zijn gevonden: je hebt waterpokken gehad of bent ertegen gevaccineerd. Volgens de FMS-richtlijn Varicella geldt je dan als beschermd tegen waterpokken; waterpokken ondanks een positieve uitslag is zeldzaam. Een zwangere met een positieve uitslag hoeft bij contact met iemand met waterpokken of gordelroos geen extra maatregelen te nemen. De uitslag zegt niets over de kans op gordelroos later, want gordelroos ontstaat doordat het eigen, al aanwezige virus weer actief wordt.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er geen of te weinig antistoffen zijn gevonden; je kunt dan mogelijk nog waterpokken krijgen. Omdat ongeveer 95 op de 100 mensen in Nederland antistoffen heeft, komt dit bij volwassenen niet vaak voor, en de gangbare testen missen soms lage hoeveelheden antistoffen: bij een negatieve uitslag is er volgens de FMS-richtlijn een reële kans dat er toch bescherming is. Een negatieve uitslag komt vaker voor bij mensen die zijn opgegroeid in een land waar waterpokken minder voorkomen. Tijdens een zwangerschap kunnen waterpokken ernstig verlopen: ongeveer 5 op de 100 zwangeren met waterpokken krijgt een longontsteking, en bij een infectie tussen week 13 en 20 heeft ongeveer 2 op de 100 kinderen een aangeboren afwijking.
Bij een afwijkende uitslag
Bij geen antistoffen en een kinderwens kan de huisarts vaccinatie tegen waterpokken bespreken; na de vaccinatie is het advies 4 weken niet zwanger te worden. Heeft een zwangere zonder aantoonbare antistoffen contact gehad met iemand met waterpokken of gordelroos, dan kan zij via verloskundige, huisarts of ziekenhuis binnen 10 dagen antistoffen (immunoglobuline) krijgen. Individuele gevallen van waterpokken zijn niet meldingsplichtig.
Betrouwbaarheid
Volgens de FMS-richtlijn Varicella geldt iemand met aantoonbaar VZV-IgG als beschermd en iemand zonder aantoonbaar IgG als niet beschermd. De in Nederland veel gebruikte testen zijn zeer specifiek (meer dan 98 procent), maar missen een deel van de lage antistofspiegels: een positieve uitslag voorspelt bescherming dus heel goed, een negatieve uitslag veel minder. Ook de voorgeschiedenis is betrouwbaar: wie zeker weet dat hij waterpokken heeft gehad, is bijna altijd beschermd, terwijl 43 tot 75 procent van de volwassenen die denken het nooit te hebben gehad toch antistoffen heeft. IgM is volgens de LCI-richtlijn weinig betrouwbaar om een actuele infectie aan te tonen.
Beperkingen
- De afkapwaarde verschilt per test (100 of 150 IU/l); een uitslag net onder de afkapwaarde kan toch bij bescherming passen.
- Na vaccinatie kan de hoeveelheid antistoffen lager zijn dan na doorgemaakte waterpokken en soms onder de afkapwaarde vallen.
- Na een bloedtransfusie of toediening van immunoglobulinen kunnen tijdelijk antistoffen van donoren worden meegemeten.
- Bij een verminderde afweer zegt de hoeveelheid antistoffen minder over bescherming.
Hoe vaak komt dit voor
In Nederland heeft ongeveer 95 op de 100 mensen tussen 0 en 79 jaar antistoffen tegen het waterpokkenvirus; bij 6-jarigen is dat al meer dan 95 op de 100. Huisartsen registreerden in 2022 ongeveer 4 op de 1000 mensen met waterpokken, vooral jonge kinderen. Vaccinatie tegen waterpokken zit in Europees Nederland niet in het Rijksvaccinatieprogramma.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol voor vrouwen met een kinderwens of zwangerschap die niet zeker weten of ze waterpokken hebben gehad; de FMS-richtlijn Varicella beveelt aan de test te bespreken bij een negatieve of onzekere voorgeschiedenis. Ook zinvol voor mensen die met kinderen of kwetsbare patiënten werken en waterpokken niet zeker hebben gehad of buiten West-Europa zijn opgegroeid, en vóór een behandeling die de afweer sterk onderdrukt. Wie zeker weet dat hij waterpokken heeft gehad, of bij wie een kind in het gezin waterpokken had, heeft de test meestal niet nodig.
Nadelen en risico's
- Een negatieve uitslag bij iemand die wel beschermd is, bijvoorbeeld na vaccinatie of met antistoffen net onder de afkapwaarde, kan onnodige ongerustheid of een onnodige vaccinatie geven.
- Een negatieve uitslag tijdens de zwangerschap kan zorgen geven, terwijl vaccinatie dan niet meer mogelijk is.
Bronnen
- LCI-richtlijn Waterpokken (RIVM, 2024)
- FMS Richtlijnendatabase: Varicella, module Bepaling VZV-serostatus
- FMS Richtlijnendatabase: Varicella, module Seropositiviteit als maat voor bescherming
- Thuisarts.nl: Ik ben zwanger en ben in de buurt geweest van iemand met waterpokken of gordelroos
- NHG-Standaard Preconceptiezorg (M97)
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen