Infecties
EBV blot
Bevestigende immunoblot bij antistoffen tegen het epstein-barrvirus; helpt een onduidelijk uitslagpatroon te ordenen.
Alles over deze analyseWat meet dit
Het epstein-barrvirus (EBV) veroorzaakt de ziekte van Pfeiffer en blijft daarna levenslang in het lichaam. Losse antistofbepalingen (VCA-IgM, VCA-IgG en EBNA-IgG) meten elk de reactie tegen één deel van het virus. Bij een immunoblot staan losse eiwitten van het virus op een strip, zodat zichtbaar wordt tegen welke eiwitten de antistoffen in je bloed reageren. Daarmee is beter te beoordelen of het om een eerste infectie gaat of om een infectie van lang geleden: antistoffen tegen het kerneiwit EBNA ontstaan pas maanden na de eerste infectie. Als bevestigingstest zegt de blot vooral iets als het patroon van die losse bepalingen onduidelijk of tegenstrijdig is.
- Bevestiging van een recente eerste infectie met het epstein-barrvirus (ziekte van Pfeiffer)
- Bevestiging van een infectie die lang geleden is doorgemaakt, bij een onduidelijk uitslagpatroon
Positief
Er zijn antistoffen tegen een of meer eiwitten van het epstein-barrvirus gevonden. Welk patroon van eiwitten oplicht, bepaalt de betekenis. Reageren de antistoffen vooral op eiwitten van het virusomhulsel en niet op het kerneiwit EBNA, dan past dat bij een eerste infectie van de laatste maanden, zoals bij de ziekte van Pfeiffer. Zijn er ook antistoffen tegen EBNA, dan gaat het om een infectie die al langer geleden is doorgemaakt. Vrijwel alle volwassenen hebben deze antistoffen; een positieve uitslag zegt daarom op zichzelf weinig over de oorzaak van klachten.
Negatief
Er zijn geen antistoffen tegen eiwitten van het epstein-barrvirus gevonden. Je hebt de infectie dan waarschijnlijk nooit doorgemaakt, wat bij volwassenen weinig voorkomt. Heel vroeg in een eerste infectie kunnen de antistoffen nog ontbreken; bij een duidelijk vermoeden wordt het onderzoek dan na enkele weken herhaald of wordt het virus met een PCR gezocht.
Bij een afwijkende uitslag
De uitslag wordt samen met VCA-IgM, VCA-IgG en EBNA-IgG beoordeeld. Past het patroon bij een recente eerste infectie, dan gaat de ziekte meestal vanzelf over en let de huisarts op zeldzame complicaties zoals een ontstoken lever of een vergrote milt. Blijft het beeld onduidelijk, dan kan het onderzoek na enkele weken worden herhaald of volgt een PCR. De ziekte van Pfeiffer is niet meldingsplichtig.
Betrouwbaarheid
De blot is bedoeld als bevestiging bij een onduidelijk patroon van de gewone EBV-bepalingen, bijvoorbeeld een losse positieve VCA-IgM zonder passend beeld. Volgens de bepalingenwijzer van het UMC Utrecht worden VCA-IgM, VCA-IgG en EBNA-IgG altijd samen beoordeeld; een sneltest op zogenoemde heterofiele antistoffen is minder gevoelig en minder specifiek dan deze EBV-specifieke testen. Als losse eerste test heeft de blot weinig waarde, omdat vrijwel iedereen antistoffen heeft. De uitslag zegt niets over de hoeveelheid virus in het lichaam; daarvoor is een PCR nodig.
Beperkingen
- Vrijwel alle volwassenen hebben antistoffen tegen EBV; een positieve uitslag onderscheidt daardoor niet vanzelf tussen een recente en een oude infectie.
- Heel vroeg in een eerste infectie kunnen antistoffen nog ontbreken.
- Bij een verminderde afweer kan het patroon van antistoffen afwijken en lastig te duiden zijn.
- De uitslag zegt niets over de hoeveelheid virus of over het opnieuw actief worden ervan; daarvoor is een PCR nodig.
Hoe vaak komt dit voor
Infectie met het epstein-barrvirus komt in Nederland heel vaak voor: de helft van de bevolking ouder dan 5 jaar heeft de infectie doorgemaakt en de meeste volwassenen al voor hun twintigste, meestal zonder het te merken. Bij tieners en jongvolwassenen geeft de infectie vaker klachten, zoals keelontsteking, koorts, gezwollen klieren en moeheid die 2 tot 3 maanden kan aanhouden.
Voor wie is dit zinvol
Bedoeld als bevestiging bij een onduidelijk of tegenstrijdig patroon van de gewone EBV-bepalingen, meestal bij klachten die bij de ziekte van Pfeiffer passen. Bij mensen zonder klachten of bij langdurige moeheid zonder een recent ziektebeeld verandert de uitslag weinig: vrijwel iedereen heeft antistoffen, en die zeggen dan niets over de oorzaak van de klachten.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag komt bij vrijwel iedereen voor; toch kunnen langdurige klachten er ten onrechte aan worden toegeschreven, waardoor een andere oorzaak later wordt gevonden.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen