
Bloedafname
C-peptide
C-peptide; inzicht in de eigen insulineproductie.
€ 57,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Suiker en stofwisseling · Bloed
Bijproduct van de eigen insulineaanmaak; laat zien hoeveel insuline de alvleesklier zelf nog maakt.
In het kort
Uitleg
De bètacellen van de alvleesklier maken eerst pro-insuline, dat wordt geknipt in insuline en C-peptide in gelijke hoeveelheden. C-peptide wordt, anders dan insuline, niet door de lever afgebroken en blijft langer in het bloed; het wordt via de nieren afgevoerd. Insulinemedicatie bevat geen C-peptide. Daardoor laat C-peptide zien hoeveel insuline de alvleesklier zelf maakt, ook bij mensen die insuline spuiten. De waarde wordt altijd samen met de op hetzelfde moment gemeten glucose beoordeeld.
Uitslag
Een verhoogd C-peptide bij een normale of hoge glucose past bij insulineresistentie: de alvleesklier maakt extra insuline, bijvoorbeeld bij overgewicht, PCOS of beginnende diabetes type 2. Ook niet nuchter zijn, een verminderde nierfunctie en tabletten die de insulineafgifte stimuleren (sulfonylureumderivaten) verhogen de waarde. Een hoog C-peptide bij een te lage bloedsuiker betekent dat de alvleesklier zelf te veel insuline afgeeft; dat past bij gebruik van zulke tabletten of, zelden, bij een insulinoom.
Een laag C-peptide bij een hoge glucose betekent dat de alvleesklier weinig insuline maakt; dat past bij diabetes type 1, bij langer bestaande diabetes type 2 of bij een beschadigde alvleesklier, bijvoorbeeld na een ontsteking of operatie. Klachten die erbij kunnen horen zijn veel dorst, veel plassen, afvallen en vermoeidheid. Een laag C-peptide bij een te lage bloedsuiker met een hoog insuline past bij toegediende insuline. Bij een lage glucose en een laag insuline is een laag C-peptide normaal.
De huisarts beoordeelt C-peptide samen met glucose en HbA1c. Bij een laag C-peptide met een hoge glucose, of bij twijfel over het type diabetes, volgt vaak bepaling van antistoffen tegen de alvleesklier en overleg met of verwijzing naar een internist. Bij herhaalde te lage bloedsuikers zonder verklaring volgt verwijzing naar een internist.
Betrouwbaarheid
C-peptide is een betrouwbare maat voor de eigen insulineaanmaak, maar alleen te duiden naast de glucose op hetzelfde moment. Voor het opsporen van diabetes is het geen geschikte test: diabetes wordt vastgesteld met nuchtere glucose, en bij bekende diabetes wordt HbA1c gevolgd (NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2). De uitslag zegt het meest bij een gerichte vraag: maakt iemand met diabetes nog eigen insuline, of wat is de oorzaak van een onverklaarde te lage bloedsuiker. Voor het onderscheid tussen diabetes type 1 en type 2 wordt C-peptide gecombineerd met antistoffen tegen de alvleesklier.
Voor wie
De uitslag zegt het meest bij mensen met bekende diabetes bij wie twijfel is over het type of over de eigen insulineaanmaak, en bij onderzoek naar een onverklaarde te lage bloedsuiker. Niet geschikt om diabetes op te sporen: nuchtere glucose en HbA1c zeggen daarover meer. Bij mensen zonder klachten zegt een losse waarde weinig.
In 2024 waren bij de huisarts ruim 1,1 miljoen mensen met diabetes type 2 bekend; diabetes type 1 komt veel minder vaak voor. Een onverklaarde te lage bloedsuiker bij mensen zonder diabetes is zeldzaam, en een insulinoom is zeer zeldzaam.
VZinfo (RIVM) op basis van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn, 2024
Laten testen
C-peptide zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg