Suiker en stofwisseling
C-peptide
Bijproduct van de eigen insulineaanmaak; laat zien hoeveel insuline de alvleesklier zelf nog maakt.
Alles over deze analyseWat meet dit
De bètacellen van de alvleesklier maken eerst pro-insuline, dat wordt geknipt in insuline en C-peptide in gelijke hoeveelheden. C-peptide wordt, anders dan insuline, niet door de lever afgebroken en blijft langer in het bloed; het wordt via de nieren afgevoerd. Insulinemedicatie bevat geen C-peptide. Daardoor laat C-peptide zien hoeveel insuline de alvleesklier zelf maakt, ook bij mensen die insuline spuiten. De waarde wordt altijd samen met de op hetzelfde moment gemeten glucose beoordeeld.
- Hoeveel insuline de alvleesklier zelf nog maakt bij bekende diabetes, bijvoorbeeld bij twijfel tussen diabetes type 1 en type 2
- Oorzaak van een onverklaarde te lage bloedsuiker: te veel eigen insuline of toegediende insuline
- Zelden: een insulineproducerend gezwel van de alvleesklier (insulinoom)
Verhoogd
Een verhoogd C-peptide bij een normale of hoge glucose past bij insulineresistentie: de alvleesklier maakt extra insuline, bijvoorbeeld bij overgewicht, PCOS of beginnende diabetes type 2. Ook niet nuchter zijn, een verminderde nierfunctie en tabletten die de insulineafgifte stimuleren (sulfonylureumderivaten) verhogen de waarde. Een hoog C-peptide bij een te lage bloedsuiker betekent dat de alvleesklier zelf te veel insuline afgeeft; dat past bij gebruik van zulke tabletten of, zelden, bij een insulinoom.
Verlaagd
Een laag C-peptide bij een hoge glucose betekent dat de alvleesklier weinig insuline maakt; dat past bij diabetes type 1, bij langer bestaande diabetes type 2 of bij een beschadigde alvleesklier, bijvoorbeeld na een ontsteking of operatie. Klachten die erbij kunnen horen zijn veel dorst, veel plassen, afvallen en vermoeidheid. Een laag C-peptide bij een te lage bloedsuiker met een hoog insuline past bij toegediende insuline. Bij een lage glucose en een laag insuline is een laag C-peptide normaal.
Voorbereiding
- Eet vanaf 12 uur voor de afname niets meer en drink alleen water. Na een maaltijd is de waarde vele malen hoger.
- Slik je biotine (vitamine B8, vaak in haar- en nagelsupplementen)? Stop daar minstens 2 dagen voor de afname mee, bij een hoge dosis 4 dagen.
Bij een afwijkende uitslag
De huisarts beoordeelt C-peptide samen met glucose en HbA1c. Bij een laag C-peptide met een hoge glucose, of bij twijfel over het type diabetes, volgt vaak bepaling van antistoffen tegen de alvleesklier en overleg met of verwijzing naar een internist. Bij herhaalde te lage bloedsuikers zonder verklaring volgt verwijzing naar een internist.
Betrouwbaarheid
C-peptide is een betrouwbare maat voor de eigen insulineaanmaak, maar alleen te duiden naast de glucose op hetzelfde moment. Voor het opsporen van diabetes is het geen geschikte test: diabetes wordt vastgesteld met nuchtere glucose, en bij bekende diabetes wordt HbA1c gevolgd (NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2). De uitslag zegt het meest bij een gerichte vraag: maakt iemand met diabetes nog eigen insuline, of wat is de oorzaak van een onverklaarde te lage bloedsuiker. Voor het onderscheid tussen diabetes type 1 en type 2 wordt C-peptide gecombineerd met antistoffen tegen de alvleesklier.
Beperkingen
- Voedingstoestand: na een maaltijd is de waarde veel hoger; nuchter prikken maakt de uitslag vergelijkbaar.
- De glucose op hetzelfde moment is nodig om de waarde te duiden; een losse C-peptidewaarde zegt weinig.
- Een verminderde nierfunctie verhoogt de waarde, omdat C-peptide via de nieren wordt afgevoerd.
- Sulfonylureumderivaten en andere diabetesmedicijnen veranderen de waarde; meetmethoden verschillen tussen laboratoria.
Hoe vaak komt dit voor
In 2024 waren bij de huisarts ruim 1,1 miljoen mensen met diabetes type 2 bekend; diabetes type 1 komt veel minder vaak voor. Een onverklaarde te lage bloedsuiker bij mensen zonder diabetes is zeldzaam, en een insulinoom is zeer zeldzaam.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt het meest bij mensen met bekende diabetes bij wie twijfel is over het type of over de eigen insulineaanmaak, en bij onderzoek naar een onverklaarde te lage bloedsuiker. Niet geschikt om diabetes op te sporen: nuchtere glucose en HbA1c zeggen daarover meer. Bij mensen zonder klachten zegt een losse waarde weinig.
Nadelen en risico's
- Een verhoogd C-peptide zonder klachten wordt snel uitgelegd als ziekte, terwijl de glucose en HbA1c normaal kunnen zijn en het advies dan niet anders is dan bij overgewicht.
- Een niet-nuchtere afname of een verminderde nierfunctie kan een vals hoge uitslag geven.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
