
Bloedafname
Groeihormoon (hGH)
hGH; groei, bot en metabolisme.
€ 41,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Hormonen · Bloed
Hypofysehormoon voor groei en stofwisseling; een losse meting zegt weinig omdat het in pieken wordt afgegeven.
In het kort
Uitleg
Groeihormoon (GH, ook somatotropine genoemd) wordt gemaakt in de hypofyse, een hormoonklier onder de hersenen. Bij kinderen zorgt het voor de lengtegroei; bij volwassenen speelt het een rol bij spiermassa, botdichtheid en de vetstofwisseling. Een groot deel van de werking loopt via IGF-1, dat de lever onder invloed van groeihormoon maakt. Groeihormoon wordt in pieken afgegeven, onder andere tijdens de slaap en na inspanning, en is daartussen vaak nauwelijks meetbaar.
Uitslag
Een verhoogde losse waarde is meestal onschuldig: het kan een gewone piek zijn, bijvoorbeeld door slaap, inspanning, spanning of vasten kort voor de afname. Ook gebruik van groeihormoon of van middelen die de afgifte stimuleren geeft een hogere waarde. Pas als het groeihormoon na het drinken van suikerwater niet voldoende daalt en het IGF-1 te hoog is voor de leeftijd, past dat bij acromegalie: te veel groeihormoon door een meestal goedaardig gezwel van de hypofyse. Klachten die daarbij horen ontstaan langzaam: grotere handen en voeten, grover wordende gelaatstrekken, veel zweten, gewrichtsklachten en hoofdpijn.
Een lage of niet-meetbare waarde is bij een losse meting heel gewoon, omdat de waarde tussen de pieken door laag is. Overgewicht verlaagt de afgifte ook. Een lage losse waarde bewijst dus geen tekort. Een echt tekort, bijvoorbeeld door beschadiging van de hypofyse na een operatie, bestraling of door een gezwel, wordt vastgesteld met een stimulatietest samen met IGF-1, en geeft klachten als minder energie, minder spierkracht, een andere lichaamssamenstelling en botontkalking.
Bij een afwijkende losse waarde laat de huisarts meestal eerst IGF-1 bepalen. Bij een te hoog IGF-1 met passende klachten volgt verwijzing naar een internist-endocrinoloog voor een suikerwatertest en zo nodig een MRI van de hypofyse; bij een vermoeden van een tekort volgt een stimulatietest. Bij een normaal IGF-1 zonder klachten is geen vervolgonderzoek nodig.
Betrouwbaarheid
Volgens de NVKC is het door de pieken en dalen niet mogelijk om met één meting vast te stellen of er te veel of te weinig groeihormoon wordt gemaakt. Daarvoor zijn een remmingstest met suikerwater of een stimulatietest met arginine of clonidine nodig, die in het ziekenhuis worden gedaan. IGF-1 is de gangbare eerste bloedtest, omdat die waarde over de dag stabiel is. Een losse groeihormoonmeting zegt daarom weinig, zeker bij mensen zonder klachten.
Voor wie
Een losse groeihormoonmeting is zelden zinvol. Bij klachten die passen bij acromegalie of bij een bekende hypofyseaandoening is IGF-1 de eerste stap; groeihormoon wordt daarna in het ziekenhuis gemeten tijdens een remmings- of stimulatietest. Niet zinvol als maat voor veroudering, fitheid, spieropbouw of herstel, en niet om te beslissen over het gebruik van groeihormoon.
Acromegalie is zeldzaam: in Nederland wordt de diagnose bij ongeveer 50 tot 100 mensen per jaar gesteld. Een tekort aan groeihormoon bij volwassenen komt vooral voor bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling. Bij kinderen is achterblijvende groei meestal niet door groeihormoon veroorzaakt, maar bijvoorbeeld door de lengte van de ouders of een andere ziekte.
Maastricht UMC+, afdeling Endocrinologie en NVKC
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagen