
Urine
Energiestofwisseling
Onderzoekt energiestofwisseling via urinemonster; breed beeld van cellulaire processen.
€ 180,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Suiker en stofwisseling · Urine
Melkzuur, dat ontstaat als cellen suiker afbreken zonder genoeg zuurstof; in urine vooral hoger na zware inspanning.
In het kort
Lactaat (urine)
Uitleg
Lactaat (melkzuur) ontstaat als cellen suiker afbreken zonder genoeg zuurstof, bijvoorbeeld in hard werkende spieren. Lever en nieren ruimen lactaat normaal snel op, waardoor er weinig in de urine komt. In het ziekenhuis wordt lactaat vooral in bloed gemeten, bij een vermoeden van zuurstoftekort in de weefsels, een ernstige infectie of een stofwisselingsziekte; in urine maakt het deel uit van het profiel van organische zuren.
Uitslag
Een verhoogd lactaat in urine komt meestal door zware inspanning kort voor het opvangen van de urine. Ook ernstige ziekte met zuurstoftekort in de weefsels, een ernstige infectie, leverziekten, ontregelde diabetes, veel alcohol, een tekort aan vitamine B1 en medicijnen zoals metformine kunnen lactaat verhogen. Bij iemand zonder klachten heeft een licht verhoogde waarde meestal geen betekenis. Zelden past een blijvend verhoogd lactaat bij een aangeboren stoornis in de energieproductie van de cel (mitochondriële ziekte).
Een lage waarde heeft bij deze stoffen meestal geen betekenis en geeft geen klachten. Een lage uitscheiding kan komen door verdunde urine, door weinig inname van de stof via voeding of door gewone schommelingen van dag tot dag. Voor geen van deze stoffen is een lage waarde in urine een erkende aanwijzing voor een tekort of ziekte. Bij stoffen die uit voeding of darmbacteriën komen, zegt een lage waarde vooral iets over wat er recent gegeten is.
Een licht afwijkende waarde bij iemand zonder klachten leidt meestal niet tot vervolgonderzoek; de huisarts kijkt vooral naar voeding, supplementen, medicijnen en de omstandigheden van het opvangen. Alleen bij een uitgesproken afwijkend patroon samen met passende klachten overlegt de huisarts met, of verwijst naar, een internist of kinderarts met ervaring in stofwisselingsziekten, die zo nodig opnieuw laat meten in een gespecialiseerd laboratorium.
Betrouwbaarheid
Organische zuren in urine worden in Nederland gemeten in gespecialiseerde laboratoria voor stofwisselingsziekten, zoals die van de UMC's, op aanvraag van een specialist bij een vermoeden van een aangeboren stofwisselingsziekte, meestal bij kinderen. Volgens de Amerikaanse laboratoriumstandaard (ACMG) wordt de uitslag dan beoordeeld als patroon van meerdere stoffen, samen met klachten, voeding en medicijnen, en niet per losse stof. Als 'functioneel' profiel voor volwassenen zonder klachten, om tekorten, darmfermentatie of de energiehuishouding van de cellen te beoordelen, is de bepaling niet gevalideerd.
Voor wie
In het ziekenhuis vraagt een specialist deze bepaling aan bij een gericht vermoeden van een stofwisselingsstoornis, meestal bij een kind met passende klachten, en laat haar uitvoeren in een gespecialiseerd laboratorium. Voor volwassenen zonder klachten, of om darmgezondheid, voedingstekorten of energie te beoordelen, is de bepaling volgens de huidige kennis niet zinvol. Ook bij klachten zoals vermoeidheid of buikklachten is niet aangetoond dat de uitslag de oorzaak laat zien.
Aangeboren stofwisselingsziekten zijn elk afzonderlijk zeldzaam. Via de hielprik worden in Nederland per jaar bijvoorbeeld 1 tot 2 kinderen met methylmalonacidemie en ongeveer 1 kind met propionacidemie of glutaaracidurie type 1 gevonden. Over afwijkende waarden van losse organische zuren bij volwassenen zonder klachten zijn geen Nederlandse cijfers.
RIVM, hielprikscreening (pns.nl)
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg