Infecties
Difterie antitoxinen
Antistoffen tegen het difterietoxine; laten zien hoe goed je door vaccinatie beschermd bent, niet of je difterie hebt.
Alles over deze analyseWat meet dit
Difterie is een infectie met de bacterie Corynebacterium diphtheriae of een verwante soort, die een gif (toxine) kan maken dat keel, hart en zenuwen beschadigt. Vaccinatie leert het lichaam antistoffen tegen dit gif te maken, zogenoemde antitoxine. In Nederland zit de vaccinatie sinds 1957 in het Rijksvaccinatieprogramma, als onderdeel van de DKTP-prik. De test meet de hoeveelheid antitoxine in het bloed in internationale eenheden per milliliter (IE/ml) en zegt daarmee iets over bescherming, niet over een infectie.
- De mate van bescherming tegen difterie na vaccinatie
- Onvoldoende bescherming, waarbij een extra vaccinatie zinvol kan zijn
Verhoogd
Een waarde van 0,1 IE/ml of hoger geldt volgens de LCI-richtlijn Difterie als volledig beschermend. Een hoge waarde past bij een vaccinatie die niet lang geleden is gegeven; na een herhalingsprik stijgt de hoeveelheid antitoxine sterk. Een hoge waarde is geen teken van ziekte en geeft geen klachten. In de loop van de jaren daalt de waarde weer geleidelijk.
Verlaagd
Een waarde onder 0,01 IE/ml geldt volgens de LCI-richtlijn als niet beschermend; tussen 0,01 en 0,1 IE/ml is er enige bescherming. Een lage waarde komt vooral voor als de laatste vaccinatie lang geleden is, bij ouderen die als kind minder vaccinaties kregen en bij mensen die niet of onvolledig zijn gevaccineerd, bijvoorbeeld omdat ze in een ander land zijn opgegroeid. Een lage waarde betekent niet dat je difterie hebt; het is een aanwijzing dat een herhalingsprik zinvol kan zijn, zeker vóór een reis naar een gebied waar difterie voorkomt.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een waarde onder de grens voor bescherming kan een herhalingsvaccinatie worden gegeven, via de huisarts, de GGD of een reisvaccinatiebureau; soms wordt de waarde enkele weken na de prik opnieuw gemeten. Bij een vermoeden van difterie zelf is ander onderzoek nodig; difterie is meldingsplichtig (groep B1).
Betrouwbaarheid
De LCI-richtlijn Difterie noemt grenswaarden voor bescherming: onder 0,01 IE/ml niet beschermend, vanaf 0,01 IE/ml enige bescherming en vanaf 0,1 IE/ml volledig beschermend. De test meet antistoffen in bloed en is volgens de richtlijn niet geschikt om een infectie met difterie aan te tonen; daarvoor is een kweek of PCR van keel of wond nodig. De uitslag is een momentopname en zegt het meest bij twijfel over de vaccinatiegeschiedenis.
Beperkingen
- Laboratoria gebruiken verschillende meetmethoden; vooral rond de grenswaarden kunnen uitslagen per methode verschillen.
- De test zegt niets over een infectie met difterie op dit moment.
- Na een bloedtransfusie of toediening van immunoglobulinen kunnen tijdelijk antistoffen van donoren worden meegemeten.
- Bij een verminderde afweer zegt de hoeveelheid antistoffen minder over de werkelijke bescherming.
Hoe vaak komt dit voor
Difterie is in Nederland zeldzaam door de vaccinatie in het Rijksvaccinatieprogramma. Tussen 2011 en 2021 werden 18 gevallen gemeld, 0 tot 4 per jaar, bijna allemaal een infectie van de huid. In 2022 waren er 7 en in 2023 14 gevallen, vooral bij mensen die kort daarvoor naar Nederland waren gekomen.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt het meest bij twijfel over de eigen vaccinatiegeschiedenis, bijvoorbeeld bij mensen die in een ander land zijn opgegroeid of bij wie de laatste prik lang geleden is, vóór een reis naar een gebied waar difterie voorkomt, en bij werk met mensen uit zulke gebieden. Voor wie het Rijksvaccinatieprogramma volledig heeft gevolgd en geen bijzondere blootstelling heeft, verandert de uitslag weinig. De test is niet bedoeld om te beoordelen of klachten door difterie komen.
Nadelen en risico's
- Een lage waarde kan ongerustheid geven, terwijl difterie in Nederland zeer zeldzaam is en een herhalingsprik eenvoudig is.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen