Ontsteking en afweer
Antilichamen tegen extracteerbare nucleaire antigenen
Screening op afweerstoffen tegen een set kerneiwitten; bij een positieve uitslag volgt uitzoeken welke antistof het is.
Alles over deze analyseWat meet dit
ENA zijn eiwitten uit de celkern die in het laboratorium los te maken zijn. De test zoekt naar autoantistoffen (afweerstoffen tegen het eigen lichaam) tegen een vaste set van die eiwitten, waaronder SS-A (Ro), SS-B (La), Sm, U1RNP, Scl-70, CENP-B en Jo-1. Dit is een screeningstest: het laboratorium test het bloed met een fluorescentie-immunoassay (FEIA) tegen een mengsel van die eiwitten tegelijk, en je krijgt één uitslag, positief of negatief. De screening zegt dus niet tegen welk eiwit de antistoffen gericht zijn; daarvoor is na een positieve uitslag een aparte bepaling van de afzonderlijke antistoffen nodig.
- Syndroom van Sjögren (ontsteking van traan- en speekselklieren), meestal met anti-SS-A en soms anti-SS-B
- Systemische lupus erythematodes (SLE), onder andere met anti-Sm
- Systemische sclerose (anti-Scl-70 of anti-CENP-B) en mixed connective tissue disease (anti-U1RNP)
- Myositis (spierontsteking), onder andere met anti-Jo-1
Positief
Een positieve uitslag betekent dat er antistoffen tegen een of meer kerneiwitten zijn gevonden. Welke antistof het is, blijkt pas uit een aparte bepaling van de afzonderlijke antistoffen; bij passende klachten kan dat een bepaalde diagnose ondersteunen. Het is geen diagnose op zichzelf: autoantistoffen komen ook voor bij gezonde mensen, vaker op hogere leeftijd, en bij gebruik van sommige medicijnen. Een zwak positieve screening zonder klachten heeft weinig betekenis.
Negatief
Een negatieve uitslag maakt een aantal auto-immuunziekten minder waarschijnlijk, bijvoorbeeld het syndroom van Sjögren met anti-SS-A. Uitsluiten doet de test niet: een klein deel van de mensen met een auto-immuunziekte maakt geen aantoonbare antistoffen, en antistoffen tegen eiwitten die niet in het panel zitten worden niet gevonden. Bij een blijvend vermoeden adviseert de richtlijn alsnog een ANA-test (HEp-2) te doen of de test later te herhalen.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve screening worden de afzonderlijke antistoffen bepaald om te zien tegen welk eiwit ze gericht zijn. Bij een positieve uitslag en passende klachten verwijst de huisarts meestal naar een reumatoloog of internist, die de uitslag samen met lichamelijk onderzoek en ander bloedonderzoek beoordeelt. Een positieve uitslag zonder klachten leidt meestal niet tot behandeling; nieuwe klachten zijn wel een reden om opnieuw te laten beoordelen.
Betrouwbaarheid
Volgens de CMI/NVKC-richtlijn hoort een ENA-bepaling thuis in het traject na een positieve ANA-test of bij een duidelijk vermoeden van een auto-immuunziekte die met deze antistoffen samenhangt; een positieve screening wordt gevolgd door uittypering van minimaal acht standaardantistoffen. Een ENA-screening is geen vervanging van de ANA-test, omdat die alleen een vaste set eiwitten bevat. Bij een vermoeden van het syndroom van Sjögren is directe bepaling van anti-SS-A en anti-SS-B zinvol, ook als de ANA-test negatief is. De uitslag is alleen te duiden samen met klachten en lichamelijk onderzoek.
Beperkingen
- Deze screening met een mengsel van eiwitten zegt niet welke antistof aanwezig is; daarvoor is een aparte bepaling van de afzonderlijke antistoffen nodig.
- Autoantistoffen worden ook gevonden bij mensen zonder auto-immuunziekte, vooral bij ouderen en bij gebruik van sommige medicijnen.
- Testmethode en afkapwaarde verschillen per laboratorium; een zwak positieve uitslag is lastig te duiden.
- Antistoffen tegen kerneiwitten die niet in het panel zitten worden gemist.
Hoe vaak komt dit voor
De ziekten waarbij deze antistoffen horen, zoals het syndroom van Sjögren, SLE en systemische sclerose, zijn zeldzaam. Autoantistoffen zelf komen veel vaker voor: volgens de NVKC kan bij gezonde mensen boven 65 jaar het aandeel positieve uitslagen zonder auto-immuunziekte oplopen tot bijna 40 op de 100. Nederlandse cijfers per afzonderlijke antistof zijn niet beschikbaar.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol na een positieve ANA-test, of bij klachten die duidelijk passen bij één van deze ziekten: droge ogen en droge mond met gewrichtsklachten, huiduitslag met gewrichtsontstekingen, strakke of verdikte huid van de vingers met witte vingers bij kou, of spierzwakte. Zonder zulke klachten, bijvoorbeeld bij alleen vermoeidheid of spierpijn, is de kans op een onduidelijke of fout-positieve uitslag groter dan de kans op een zinvolle vondst.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag zonder passende klachten kan onnodige ongerustheid en vervolgonderzoek geven.
- Een negatieve uitslag sluit een auto-immuunziekte niet uit.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen