Stolling
Fibrinogeen
Een stollingseiwit uit de lever dat ook stijgt bij ontsteking; vooral gebruikt bij onderzoek naar bloedingsneiging.
Alles over deze analyseWat meet dit
Fibrinogeen is een eiwit dat de lever maakt en dat nodig is voor de bloedstolling. Bij een wond zet het lichaam fibrinogeen om in fibrine: draden die samen met bloedplaatjes een stolsel vormen en de bloeding stoppen. Fibrinogeen is ook een acutefase-eiwit: bij een ontsteking, infectie, operatie of verwonding maakt de lever er tijdelijk meer van. De waarde zegt dus iets over de stolling en iets over ontsteking.
- Tekort aan fibrinogeen bij een bloedingsneiging, ernstige leverziekte of een ernstig verbruik van stollingsfactoren
- Ontsteking of weefselschade, als acutefase-eiwit
- Zelden: een erfelijke stoornis in de aanmaak of werking van fibrinogeen
Verhoogd
Een verhoogd fibrinogeen past volgens de NVKC meestal bij een ontsteking, infectie, verwonding of operatie in de voorafgaande weken; de waarde wordt weer normaal als dat voorbij is. Ook roken, overgewicht, zwangerschap, de pil en een hogere leeftijd gaan samen met een hogere waarde. In onderzoek hangt een hoger fibrinogeen samen met een iets hoger risico op hart- en vaatziekten, maar dat betekent niet dat een hoge waarde bij jou tot een hartinfarct of trombose leidt. Een verhoogde waarde geeft zelf geen klachten.
Verlaagd
Een verlaagd fibrinogeen betekent volgens de NVKC dat er minder van deze stollingsfactor is, waardoor bloed minder goed kan stollen. Oorzaken zijn een ernstige leverziekte, een groot bloedverlies, stolseloplossende medicijnen en een ernstige ontsporing van de stolling bij zeer zieke mensen. Zelden is er een erfelijk tekort. Klachten die erbij kunnen horen zijn snel blauwe plekken, lang nabloeden na een wondje of tandartsbehandeling en veel bloedverlies bij de menstruatie. Een licht verlaagde waarde zonder klachten heeft meestal geen gevolgen.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een verhoogd fibrinogeen zonder klachten volgt meestal geen apart onderzoek; de huisarts kan de meting herhalen als een recente infectie of ontsteking voorbij is, eventueel samen met CRP. Bij een verlaagd fibrinogeen of een bloedingsneiging volgt aanvullend stollingsonderzoek en zo nodig verwijzing naar de internist-hematoloog.
Betrouwbaarheid
Als maat voor het risico op hart- en vaatziekten voegt fibrinogeen weinig toe aan leeftijd, geslacht, roken, bloeddruk en cholesterol; de FMS-richtlijn Cardiovasculair risicomanagement noemt fibrinogeen als ontstekingsmarker met weinig extra waarde voor de risicoschatting. Omdat fibrinogeen stijgt bij elke ontsteking, zegt een losse verhoogde waarde weinig over de oorzaak. Bij onderzoek naar een bloedingsneiging wordt fibrinogeen samen met andere stollingstesten beoordeeld.
Beperkingen
- Een infectie, ontsteking, operatie of verwonding in de weken voor de afname verhoogt de waarde tijdelijk.
- Roken, zwangerschap, de pil en hormoonbehandeling verhogen fibrinogeen.
- Een moeizame afname of een buisje dat niet goed gevuld is, kan de uitslag verstoren; stollingsbepalingen zijn gevoelig voor de afname.
- Stolseloplossende medicijnen verlagen de waarde.
Hoe vaak komt dit voor
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkend fibrinogeen voorkomt. Een tijdelijk verhoogde waarde door een ontsteking of infectie komt vaak voor. Een erfelijk tekort aan fibrinogeen is zeer zeldzaam.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij een bloedingsneiging, zoals snel blauwe plekken of lang nabloeden, meestal samen met andere stollingstesten, en bij een ernstige leverziekte. Bij gezonde volwassenen zegt een losse waarde weinig, en voor het schatten van het risico op hart- en vaatziekten zijn bloeddruk, cholesterol, roken en glucose belangrijker. Als ontstekingsmaat is CRP gebruikelijker.
Nadelen en risico's
- Een verhoogd fibrinogeen kan ten onrechte ongerust maken over hart- en vaatziekten of trombose, terwijl de waarde voor die vraag weinig zegt.
- Een tijdelijk verhoogde waarde door een recente infectie kan tot onnodig vervolgonderzoek leiden.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen