Suiker en stofwisseling
HbA1c
Gemiddelde bloedsuiker over de laatste 2 tot 3 maanden; de vaste controlewaarde bij diabetes en internationaal ook een diagnosetest.
Alles over deze analyseWat meet dit
Glucose in het bloed hecht zich spontaan aan hemoglobine, de rode kleurstof in rode bloedcellen. Hoe hoger de bloedsuiker gemiddeld is, hoe groter het aandeel 'versuikerd' hemoglobine (HbA1c). Omdat een rode bloedcel ongeveer 3 maanden leeft, geeft HbA1c het gemiddelde van de bloedsuiker over de voorgaande 8 tot 12 weken, ongeacht wat er die ochtend gegeten is. De uitslag staat in mmol/mol (vroeger in procenten: 48 mmol/mol komt overeen met 6,5 procent).
- Diabetes mellitus: HbA1c van 48 mmol/mol of hoger (WHO-criterium; de NHG stelt de diagnose met nuchtere glucose)
- Verhoogd risico op diabetes bij waarden net onder die grens (ongeveer 42 tot 47 mmol/mol)
- Mate van instelling bij bekende diabetes (streefwaarde meestal 53 mmol/mol of lager)
Verhoogd
Een HbA1c van 48 mmol/mol of hoger past bij diabetes; volgens de WHO geldt dat als diagnostisch, mits het bij iemand zonder klachten in een tweede meting wordt bevestigd. De NHG-Standaard laat de huisarts de diagnose stellen met nuchtere glucose, dus een hoog HbA1c wordt in Nederland gevolgd door een nuchtere glucosemeting. Waarden van ongeveer 42 tot 47 mmol/mol betekenen een verhoogde gemiddelde bloedsuiker met een grotere kans op diabetes en hart- en vaatziekten, zonder dat er al diabetes is. Bij bekende diabetes betekent een waarde boven de persoonlijke streefwaarde dat de instelling de afgelopen maanden te hoog was. Een vals hoge uitslag komt voor bij ernstig nierfalen, na verwijdering van de milt en bij bepaalde hemoglobinevarianten. Klachten geeft een verhoogd HbA1c zelf niet.
Verlaagd
Een HbA1c onder de referentiewaarde komt bij gezonde mensen zelden voor en heeft dan meestal geen betekenis. Bij diabetes wijst een waarde ver onder de streefwaarde op een strakke instelling met kans op te lage bloedsuikers. Een vals lage uitslag ontstaat als rode bloedcellen korter leven dan normaal: na bloedverlies, bij bloedafbraak (hemolyse), in de eerste weken van een ijzer- of vitamine B12-behandeling, tijdens de zwangerschap en bij sommige hemoglobinevarianten; de gemiddelde bloedsuiker is dan hoger dan de uitslag suggereert.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een HbA1c van 48 mmol/mol of hoger, of net daaronder, laat de huisarts een nuchtere glucose bepalen (twee keer, op verschillende dagen) om diabetes vast te stellen of uit te sluiten, en brengt het cardiovasculaire risicoprofiel in kaart. Bij bekende diabetes wordt de behandeling zo nodig aangepast en het HbA1c op vaste momenten herhaald.
Betrouwbaarheid
HbA1c is een goed gestandaardiseerde test met weinig invloed van eten, stress of tijdstip; het is de vaste controlewaarde bij diabetes. Voor het opsporen van diabetes ligt het genuanceerder: de WHO en veel landen gebruiken 48 mmol/mol of hoger als diagnosecriterium, maar HbA1c vindt minder mensen met diabetes dan glucose: in het Nieuwe Hoorn-onderzoek had bij een afkapwaarde van 48 mmol/mol slechts 24 procent van de mensen met diabetes volgens de glucosetolerantietest een verhoogd HbA1c, bij een specificiteit van 99 procent. Een verhoogd HbA1c is dus een sterke aanwijzing; een normaal HbA1c sluit diabetes niet uit. In Nederland wordt de diagnose daarom met nuchtere glucose gesteld.
Beperkingen
- Alles wat de levensduur van rode bloedcellen verandert verstoort de uitslag: bloedverlies, hemolyse, zwangerschap en een pas gestarte ijzer- of B12-behandeling (vals laag); een verwijderde milt en ernstig nierfalen (vals hoog).
- Hemoglobinevarianten zoals sikkelcel- en thalassemiedragerschap, vaker bij mensen met een niet-westerse achtergrond, kunnen de meting onbetrouwbaar maken; de diagnose moet dan op glucose worden gesteld.
- HbA1c loopt achter: een bloedsuiker die pas kort verhoogd is (bijvoorbeeld door prednison of een snel ontstane diabetes) is er nog niet in te zien.
- Leeftijd en etnische achtergrond beïnvloeden de waarde iets (verschillen van 2 tot 3 mmol/mol), mensen verschillen in de mate waarin eiwitten versuikeren, en de meetmethode laat een spreiding van enkele procenten toe.
Hoe vaak komt dit voor
In 2024 waren ongeveer 1,2 miljoen mensen in Nederland bij de huisarts bekend met diabetes, van wie ruim 1,1 miljoen met type 2 (61 per 1000 inwoners), mannen vaker dan vrouwen en vooral op hogere leeftijd. Volgens de NHG-Standaard heeft ongeveer 30 procent van de 60-plussers een voorstadium van diabetes (gestoorde nuchtere glucose of glucosetolerantie); minstens de helft van hen krijgt nooit diabetes.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol voor de controle van bekende diabetes en als aanvullende maat voor wie een verhoogd risico op diabetes heeft (overgewicht, diabetes in de familie, een eerder gestoorde nuchtere glucose, eerdere zwangerschapsdiabetes) en niet nuchter kan of wil prikken. Als losse screeningstest bij gezonde mensen zonder risicofactoren zegt HbA1c minder dan nuchtere glucose, omdat het een deel van de mensen met diabetes mist. Niet geschikt bij bloedarmoede, hemoglobinevarianten, zwangerschap of een pas ontstane ontregeling van de bloedsuiker.
Nadelen en risico's
- Een normaal HbA1c kan ten onrechte geruststellen: het mist een deel van de mensen die volgens de glucosecriteria wel diabetes hebben.
- Een licht verhoogde waarde bij een hemoglobinevariant of na bloedverlies kan onnodig ongerust maken.
Bronnen
- NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 (M01)
- NVKC, allesovertesten.nl: HbA1c
- WHO (2011): Use of glycated haemoglobin (HbA1c) in the diagnosis of diabetes mellitus
- Thuisarts.nl: Ik heb een grotere kans op diabetes type 2
- VZinfo (RIVM): Diabetes mellitus, op basis van Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn 2024
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen