Soa
HSV-1/2 IgG
IgG-antistoffen tegen herpes simplex type 1 en 2 samen; toont een oude herpesinfectie zonder te zeggen welk type.
Alles over deze analyseWat meet dit
De test zoekt IgG-antistoffen tegen het herpes simplex virus, zonder onderscheid tussen type 1 (HSV-1) en type 2 (HSV-2). HSV-1 geeft meestal een koortslip, maar kan via orale seks ook genitale herpes veroorzaken; HSV-2 zit vrijwel altijd in de genitale of anale regio. IgG-antistoffen ontstaan weken tot maanden na de eerste besmetting en blijven meestal levenslang aanwezig, net als het virus zelf. Omdat antistoffen tegen beide typen op elkaar lijken, zegt een positieve uitslag niet welk type je hebt en ook niet waar in het lichaam de infectie zit.
- Een eerder doorgemaakte infectie met herpes simplex type 1, type 2 of beide, ook als die nooit klachten gaf
Positief
Een positieve uitslag betekent dat je ooit besmet bent met HSV-1, HSV-2 of beide. Dat is heel gewoon: in landelijk bevolkingsonderzoek had ruim 4 op de 10 inwoners antistoffen tegen HSV-1, dat vaak al op jonge leeftijd via een koortslip wordt opgelopen. De uitslag zegt dus niet dat je genitale herpes hebt. Wil je weten of het om HSV-2 gaat, dan is een typespecifieke test nodig.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er geen IgG-antistoffen tegen herpes simplex zijn gevonden. Na een eerste besmetting duurt het weken tot soms maanden voordat antistoffen aantoonbaar zijn; een recente infectie is dus niet uitgesloten. Ook later mist een antistoftest een deel van de infecties, zodat een negatieve uitslag geen volledige zekerheid geeft.
Bij een afwijkende uitslag
Een positieve uitslag vraagt meestal geen vervolg, omdat antistoffen tegen herpes simplex bij veel gezonde mensen voorkomen. Als de vraag is of je genitale herpes hebt, kan een arts een typespecifieke test of bij klachten een PCR-test op een blaasje laten doen. Herpes is niet meldingsplichtig.
Betrouwbaarheid
Voor de vraag of je genitale herpes hebt, is deze test weinig bruikbaar: hij maakt geen onderscheid tussen HSV-1 en HSV-2, en een groot deel van de bevolking heeft HSV-1-antistoffen. Bloedonderzoek zegt vooral iets met een typespecifieke test, bijvoorbeeld bij een partner met genitale herpes of een vermoedelijke eerste infectie tijdens de zwangerschap; deze test is niet typespecifiek. Bij blaasjes of zweertjes zegt een PCR-test op het wondvocht meer, omdat die het virus zelf aantoont.
Beperkingen
- De test maakt geen onderscheid tussen HSV-1 en HSV-2 en zegt niet waar de infectie zit (mond, genitaal of huid).
- Kort na een eerste besmetting zijn nog geen antistoffen aantoonbaar.
- De uitslag zegt niets over het moment van besmetting of over de kans op een uitbraak.
Hoe vaak komt dit voor
In landelijk bevolkingsonderzoek (Pienter-2, 2006 tot 2007) had 42,7 procent van de inwoners antistoffen tegen HSV-1 en 6 procent tegen HSV-2; het percentage stijgt met de leeftijd. Huisartsen stelden in 2023 naar schatting 28.600 keer de diagnose genitale herpes. Het werkelijke aantal infecties is niet goed bekend, omdat de meeste geen klachten geven.
Voor wie is dit zinvol
De test laat alleen zien of je ooit met een herpes simplex-virus in contact bent geweest en beantwoordt niet de vraag of je genitale herpes hebt. Voor die vraag zegt een typespecifieke HSV-2-test meer, of bij klachten een PCR-test op een blaasje of zweertje.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag kan ten onrechte de indruk geven dat je genitale herpes hebt en onnodige ongerustheid geven.
- Een negatieve uitslag kort na een risicocontact kan ten onrechte geruststellen.
Bronnen
- RIVM-LCI-richtlijn Herpessimplexvirusinfecties
- Soa Aids Nederland: Herpes, onderzoek en behandelen (samenvatting Multidisciplinaire Richtlijn Soa's)
- RIVM: Herpes genitalis
- Thuisarts.nl: Herpes genitalis
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen