Hormonen
IGF-1
Groeifactor uit de lever die laat zien hoeveel groeihormoon er gemiddeld werkzaam is.
Alles over deze analyseWat meet dit
IGF-1 (insuline-achtige groeifactor 1, ook somatomedine C genoemd) is een eiwithormoon dat vooral in de lever wordt gemaakt onder invloed van groeihormoon uit de hypofyse. Samen met groeihormoon regelt het de groei van botten en spieren. Groeihormoon wordt in pieken afgegeven en wisselt sterk per moment, terwijl IGF-1 over de dag veel stabieler is; daardoor geeft IGF-1 een beter beeld van de gemiddelde werking van groeihormoon. De waarde hangt sterk af van de leeftijd: hoog in de puberteit en daarna geleidelijk lager.
- Acromegalie: te veel groeihormoon, meestal door een goedaardig gezwel van de hypofyse
- Een tekort aan groeihormoon, bijvoorbeeld door beschadiging van de hypofyse na een operatie, bestraling of door een hypofysegezwel
- Controle van een behandeling met groeihormoon of van de behandeling van acromegalie
- Gebruik van groeihormoon of van middelen die de afgifte van groeihormoon stimuleren
Verhoogd
Een hoog IGF-1 is normaal in de puberteit en tijdens de zwangerschap. Bij volwassenen komt een verhoogde waarde vaak door het gebruik van groeihormoon of van middelen die de afgifte ervan stimuleren. Een waarde die voor de leeftijd duidelijk te hoog is en blijft, kan wijzen op acromegalie: te veel groeihormoon door een meestal goedaardig gezwel van de hypofyse. De klachten ontstaan langzaam over jaren: grotere handen en voeten (knellende ringen en schoenen), grover wordende gelaatstrekken, veel zweten, gewrichts- en spierklachten, snurken, hoofdpijn en tintelingen in de vingers.
Verlaagd
IGF-1 daalt geleidelijk met de leeftijd; een lage waarde bij oudere mensen is meestal normaal. Ook ondervoeding, snel afvallen, een slecht werkende lever, een onbehandelde te traag werkende schildklier, slecht ingestelde diabetes en het slikken van oestrogenen kunnen de waarde verlagen. Een lage waarde kan passen bij een tekort aan groeihormoon door een beschadigde hypofyse, met klachten als minder energie, minder spierkracht, een andere lichaamssamenstelling en botontkalking. Een lage waarde bewijst dat tekort niet en een normale waarde sluit het niet uit: daarvoor is een stimulatietest in het ziekenhuis nodig.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een waarde die voor de leeftijd te hoog is en klachten die daarbij passen, volgt verwijzing naar een internist-endocrinoloog voor een suikerwatertest en zo nodig een MRI van de hypofyse. Bij een lage waarde met een bekende hypofyseaandoening volgt aanvullend hormoononderzoek en eventueel een stimulatietest in het ziekenhuis. Bij een licht afwijkende waarde zonder klachten kijkt de huisarts eerst naar leeftijd, voeding, ziekten en medicijnen en herhaalt de meting.
Betrouwbaarheid
IGF-1 is bij volwassenen de gangbare eerste bloedtest bij een vermoeden van acromegalie en wordt gebruikt om een behandeling met groeihormoon of tegen acromegalie te volgen. Een verhoogde waarde wordt bevestigd met een suikerwatertest: bij gezonde mensen daalt het groeihormoon na suiker, bij acromegalie niet. Voor het aantonen van een tekort is IGF-1 minder betrouwbaar; daarvoor is een stimulatietest nodig. Als maat voor veroudering of fitheid bij mensen zonder klachten is IGF-1 niet onderbouwd.
Beperkingen
- Leeftijd: de referentiewaarden verschillen sterk per leeftijdsgroep; een uitslag is alleen te duiden naast de grenzen die bij die leeftijd horen.
- Meetmethoden geven onderling verschillende uitslagen en er is geen algemene tabel met referentiewaarden; vergelijk uitslagen bij voorkeur uit hetzelfde laboratorium.
- Gebruik van groeihormoon, IGF-1 of middelen die de afgifte van groeihormoon stimuleren verhoogt de waarde; oestrogenen via de mond verlagen haar.
- Ondervoeding, leverziekte, een onbehandelde te traag werkende schildklier en slecht ingestelde diabetes verlagen de waarde; puberteit en zwangerschap verhogen haar.
Hoe vaak komt dit voor
Acromegalie is zeldzaam: in Nederland wordt de diagnose bij ongeveer 50 tot 100 mensen per jaar gesteld. Omdat de klachten langzaam ontstaan, duurt het vaak jaren voordat de ziekte wordt herkend. Een tekort aan groeihormoon bij volwassenen komt vooral voor bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol bij klachten die passen bij acromegalie, zoals langzaam groter wordende handen en voeten, grover wordende gelaatstrekken en veel zweten, en bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling. Ook bruikbaar bij de controle van een behandeling met groeihormoon. Niet zinvol als maat voor veroudering, fitheid of spieropbouw bij gezonde mensen: daarvoor is de waarde niet onderbouwd, en een lage waarde is geen reden voor behandeling met groeihormoon.
Nadelen en risico's
- Een licht afwijkende waarde zonder klachten kan tot onnodige zorgen over de hypofyse en tot onnodig onderzoek zoals een MRI leiden.
- Een lage waarde wordt soms uitgelegd als reden om groeihormoon te gebruiken; gebruik zonder aangetoond tekort heeft geen medische onderbouwing en staat op de dopinglijst.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen