
Bloedafname
IGF‑1 (somatomedine)
IGF‑1; groei en metabolisme.
€ 50,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Hormonen · Bloed
Groeifactor uit de lever die laat zien hoeveel groeihormoon er gemiddeld werkzaam is.
In het kort
Uitleg
IGF-1 (insuline-achtige groeifactor 1, ook somatomedine C genoemd) is een eiwithormoon dat vooral in de lever wordt gemaakt onder invloed van groeihormoon uit de hypofyse. Samen met groeihormoon regelt het de groei van botten en spieren. Groeihormoon wordt in pieken afgegeven en wisselt sterk per moment, terwijl IGF-1 over de dag veel stabieler is; daardoor geeft IGF-1 een beter beeld van de gemiddelde werking van groeihormoon. De waarde hangt sterk af van de leeftijd: hoog in de puberteit en daarna geleidelijk lager.
Uitslag
Een hoog IGF-1 is normaal in de puberteit en tijdens de zwangerschap. Bij volwassenen komt een verhoogde waarde vaak door het gebruik van groeihormoon of van middelen die de afgifte ervan stimuleren. Een waarde die voor de leeftijd duidelijk te hoog is en blijft, kan wijzen op acromegalie: te veel groeihormoon door een meestal goedaardig gezwel van de hypofyse. De klachten ontstaan langzaam over jaren: grotere handen en voeten (knellende ringen en schoenen), grover wordende gelaatstrekken, veel zweten, gewrichts- en spierklachten, snurken, hoofdpijn en tintelingen in de vingers.
IGF-1 daalt geleidelijk met de leeftijd; een lage waarde bij oudere mensen is meestal normaal. Ook ondervoeding, snel afvallen, een slecht werkende lever, een onbehandelde te traag werkende schildklier, slecht ingestelde diabetes en het slikken van oestrogenen kunnen de waarde verlagen. Een lage waarde kan passen bij een tekort aan groeihormoon door een beschadigde hypofyse, met klachten als minder energie, minder spierkracht, een andere lichaamssamenstelling en botontkalking. Een lage waarde bewijst dat tekort niet en een normale waarde sluit het niet uit: daarvoor is een stimulatietest in het ziekenhuis nodig.
Bij een waarde die voor de leeftijd te hoog is en klachten die daarbij passen, volgt verwijzing naar een internist-endocrinoloog voor een suikerwatertest en zo nodig een MRI van de hypofyse. Bij een lage waarde met een bekende hypofyseaandoening volgt aanvullend hormoononderzoek en eventueel een stimulatietest in het ziekenhuis. Bij een licht afwijkende waarde zonder klachten kijkt de huisarts eerst naar leeftijd, voeding, ziekten en medicijnen en herhaalt de meting.
Betrouwbaarheid
IGF-1 is bij volwassenen de gangbare eerste bloedtest bij een vermoeden van acromegalie en wordt gebruikt om een behandeling met groeihormoon of tegen acromegalie te volgen. Een verhoogde waarde wordt bevestigd met een suikerwatertest: bij gezonde mensen daalt het groeihormoon na suiker, bij acromegalie niet. Voor het aantonen van een tekort is IGF-1 minder betrouwbaar; daarvoor is een stimulatietest nodig. Als maat voor veroudering of fitheid bij mensen zonder klachten is IGF-1 niet onderbouwd.
Voor wie
Zinvol bij klachten die passen bij acromegalie, zoals langzaam groter wordende handen en voeten, grover wordende gelaatstrekken en veel zweten, en bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling. Ook bruikbaar bij de controle van een behandeling met groeihormoon. Niet zinvol als maat voor veroudering, fitheid of spieropbouw bij gezonde mensen: daarvoor is de waarde niet onderbouwd, en een lage waarde is geen reden voor behandeling met groeihormoon.
Acromegalie is zeldzaam: in Nederland wordt de diagnose bij ongeveer 50 tot 100 mensen per jaar gesteld. Omdat de klachten langzaam ontstaan, duurt het vaak jaren voordat de ziekte wordt herkend. Een tekort aan groeihormoon bij volwassenen komt vooral voor bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling.
Maastricht UMC+, afdeling Endocrinologie
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagen