IJzer
Oplosbare transferrinereceptor
Maat voor de ijzerbehoefte van de cellen; helpt ijzergebrek te onderscheiden van bloedarmoede bij ontsteking.
Alles over deze analyseWat meet dit
Cellen die ijzer nodig hebben, vooral de voorlopers van rode bloedcellen in het beenmerg, nemen ijzer op via de transferrinereceptor op hun oppervlak. Hebben ze te weinig ijzer, dan maken ze meer receptoren; een deel daarvan komt los in het bloed terecht als oplosbare transferrinereceptor (sTfR). De waarde stijgt dus bij een ijzertekort op celniveau en bij een verhoogde aanmaak van rode bloedcellen. Anders dan ferritine stijgt sTfR nauwelijks bij een ontsteking.
- IJzergebrek op celniveau, ook als ferritine door een ontsteking normaal lijkt
- Het onderscheid tussen bloedarmoede door ijzergebrek en bloedarmoede door een chronische ziekte of ontsteking
- Een verhoogde aanmaak van rode bloedcellen, bijvoorbeeld bij afbraak van rode bloedcellen
Verhoogd
Een verhoogde waarde past bij ijzergebrek: de cellen maken extra receptoren om meer ijzer te kunnen opnemen. Dat is vooral bruikbaar als ferritine niet goed te duiden is door een ontsteking, infectie of chronische ziekte. Een verhoogde waarde komt ook voor als het beenmerg extra rode bloedcellen maakt, bijvoorbeeld bij afbraak van rode bloedcellen (hemolyse), bij thalassemie, na een bloeding, op grote hoogte en bij behandeling met epo. Klachten die bij ijzergebrek horen zijn vermoeidheid, bleekheid, kortademigheid bij inspanning en hartkloppingen.
Verlaagd
Een lage waarde past bij een verminderde aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg, bijvoorbeeld bij ernstige nierschade of na chemotherapie, of bij een overschot aan ijzer. Een lage waarde geeft zelf geen klachten. Bij een normale ijzerhuishouding is een laag-normale waarde de gewone uitslag.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een verhoogde waarde beoordeelt de huisarts de uitslag samen met hemoglobine, ferritine, CRP en het bloedbeeld. Past de uitslag bij ijzergebrek, dan zoekt de huisarts naar de oorzaak, zoals bloedverlies of een verminderde opname, en start meestal ijzersuppletie. Bij een onduidelijke oorzaak of aanwijzingen voor afbraak van rode bloedcellen volgt verwijzing naar een internist.
Betrouwbaarheid
sTfR is een goed onderzochte aanvulling bij één specifieke vraag: onderscheiden of bloedarmoede bij iemand met een ontsteking of chronische ziekte (mede) door ijzergebrek komt. Volgens de NHG-Standaard Anemie zegt ferritine, zo nodig samen met CRP, het meest over de ijzerstatus; sTfR is vooral een aanvulling als ferritine door een ontsteking niet goed te duiden is. Voor sTfR zijn geen afgesproken grenswaarden: de meetmethoden zijn niet gestandaardiseerd, waardoor uitslagen en afkapwaarden sterk per laboratorium verschillen. Bij iemand zonder bloedarmoede en zonder ontsteking voegt de uitslag weinig toe aan ferritine.
Beperkingen
- Een verhoogde aanmaak van rode bloedcellen (hemolyse, thalassemie, na een bloeding, op grote hoogte, epo) verhoogt de waarde zonder ijzergebrek.
- Een verminderde aanmaak in het beenmerg, bijvoorbeeld bij ernstige nierschade, verlaagt de waarde en kan ijzergebrek maskeren.
- De meetmethoden zijn niet gestandaardiseerd; uitslagen van verschillende laboratoria zijn niet vergelijkbaar.
- Zwangerschap verhoogt de waarde door de toegenomen aanmaak van rode bloedcellen.
Hoe vaak komt dit voor
Bloedarmoede komt in de huisartsenpraktijk bij ongeveer 8 tot 9 op de 1000 mensen per jaar nieuw voor, vaker bij vrouwen; bij ongeveer de helft gaat het om ijzergebrek. Bloedarmoede bij een chronische ziekte of ontsteking is de tweede veelvoorkomende vorm, vooral bij ouderen.
Voor wie is dit zinvol
De uitslag zegt vooral iets bij bloedarmoede waarbij ferritine niet goed te duiden is, zoals bij een ontsteking, infectie, reumatische ziekte, nierziekte of andere chronische ziekte. Bij mensen zonder bloedarmoede en zonder ontsteking zegt ferritine meestal genoeg en voegt sTfR weinig toe.
Nadelen en risico's
- Een verhoging door een verhoogde aanmaak van rode bloedcellen kan ten onrechte als ijzergebrek worden gelezen.
- Omdat afkapwaarden per laboratorium verschillen, kan een uitslag verkeerd worden geduid als hij met die van een ander laboratorium wordt vergeleken.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen