
Bloedafname
IGF‑BP3
IGF‑BP3; binding van IGF‑1.
€ 60,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Hormonen · Bloed
Het eiwit dat groeifactor IGF-1 in het bloed bindt; volgt de werking van groeihormoon, maar minder scherp dan IGF-1 zelf.
In het kort
Uitleg
IGF-BP3 (insuline-achtige groeifactor-bindend eiwit 3) is het belangrijkste eiwit waaraan IGF-1 in het bloed gebonden is; verreweg het meeste IGF-1 circuleert in een complex met IGF-BP3. De lever maakt IGF-BP3, net als IGF-1, onder invloed van groeihormoon uit de hypofyse. Daardoor volgt de waarde de gemiddelde werking van groeihormoon en is ze over de dag stabiel. De waarde hangt sterk af van de leeftijd: hoog in de puberteit en daarna geleidelijk lager.
Uitslag
Een hoge waarde is normaal in de puberteit. Bij volwassenen komt een verhoogde waarde vaak door het gebruik van groeihormoon of middelen die de afgifte ervan stimuleren. Ook bij een verminderde nierfunctie kan de waarde hoger zijn. Een waarde die voor de leeftijd duidelijk te hoog is, samen met een verhoogd IGF-1, kan passen bij acromegalie: te veel groeihormoon door een meestal goedaardig gezwel van de hypofyse, met langzaam groter wordende handen en voeten, grover wordende gelaatstrekken en veel zweten.
IGF-BP3 daalt geleidelijk met de leeftijd; een lagere waarde bij oudere mensen is meestal normaal. Ondervoeding, snel afvallen, leverziekte, slecht ingestelde diabetes, een onbehandelde te traag werkende schildklier en oestrogenen via de mond kunnen de waarde verlagen. Een lage waarde kan passen bij een tekort aan groeihormoon, bijvoorbeeld door een beschadigde hypofyse, maar bewijst dat niet; daarvoor is een stimulatietest nodig.
Bij een afwijkende waarde laat de huisarts meestal IGF-1 bepalen en kijkt naar leeftijd, voeding, ziekten en medicijnen. Bij een voor de leeftijd te hoog IGF-1 met passende klachten volgt verwijzing naar een internist-endocrinoloog; bij een kind met een groeiachterstand naar een kinderarts. Een licht afwijkende waarde zonder klachten leidt meestal niet tot verder onderzoek.
Betrouwbaarheid
IGF-BP3 volgt de werking van groeihormoon minder scherp dan IGF-1 en overlapt meer tussen mensen met en zonder een stoornis. Bij volwassenen zegt IGF-1 bij een afwijking meer, zowel bij een vermoeden van acromegalie als bij de controle van een behandeling. Bij kinderen met een groeiachterstand kan IGF-BP3 samen met IGF-1 helpen, omdat IGF-1 bij jonge kinderen van nature laag is. Een tekort of overmaat aan groeihormoon wordt pas vastgesteld met een stimulatie- of suikerwatertest. Als maat voor fitheid of veroudering is IGF-BP3 niet onderbouwd.
Voor wie
De uitslag zegt het meest samen met IGF-1, bij kinderen met een groeiachterstand, bij klachten die passen bij acromegalie of bij een bekende hypofyseaandoening. Niet geschikt als maat voor veroudering, fitheid of spieropbouw bij gezonde mensen. Bij mensen zonder klachten zegt een losse waarde weinig.
Acromegalie is zeldzaam: in Nederland wordt de diagnose bij ongeveer 50 tot 100 mensen per jaar gesteld. Een tekort aan groeihormoon bij volwassenen komt vooral voor bij mensen met een bekende hypofyseaandoening of na een hypofyseoperatie of bestraling.
Maastricht UMC+, afdeling Endocrinologie
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagen