
Bloedafname
Coeliakie: IgA/IgG‑transglutaminase
IgA en IgG tegen transglutaminase; bij coeliakiescreening.
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Darm · Bloed
Antistoffen die het lichaam bij coeliakie maakt; de eerste bloedtest bij een vermoeden van coeliakie, alleen betrouwbaar als je gluten eet.
In het kort
Transglutaminase (tTG) IgA
Uitleg
Bij coeliakie reageert het afweersysteem op gluten, een eiwit in onder andere tarwe, gerst en rogge. Daarbij maakt het lichaam antistoffen tegen een eigen eiwit in de darmwand: weefseltransglutaminase (tTG). De test meet die antistoffen van het type IgA, de soort die vooral in de darm wordt gemaakt. De hoeveelheid hangt samen met de schade aan de darmwand en daalt als iemand geen gluten meer eet.
Uitslag
Een verhoogd tTG IgA maakt coeliakie waarschijnlijk; hoe hoger de waarde, hoe groter de kans. Klachten die erbij kunnen horen zijn diarree of juist verstopping, buikpijn, een opgeblazen gevoel, afvallen, moeheid, bloedarmoede door ijzertekort en tintelingen in handen of voeten; sommige mensen hebben geen klachten. Een licht verhoogde waarde is soms vals-positief, bijvoorbeeld bij andere auto-immuunziekten of kort na het ontstaan van diabetes type 1. De diagnose wordt niet op deze test alleen gesteld.
Een lage of negatieve waarde maakt coeliakie onwaarschijnlijk, maar alleen als je in de weken ervoor gewoon gluten hebt gegeten en je lichaam normaal IgA maakt. Wie al glutenvrij of glutenarm eet, kan een vals-negatieve uitslag krijgen. Ook bij een aangeboren tekort aan IgA (IgA-deficiëntie) is de test onbetrouwbaar laag; dan is een IgG-test nodig. Een negatieve uitslag zegt alleen iets over dit moment: coeliakie kan later nog ontstaan.
Bij een verhoogd tTG IgA verwijst de huisarts naar de MDL-arts, die de diagnose stelt met een aanvullende bloedtest of een kijkonderzoek met biopten uit de dunne darm. Stop niet op eigen initiatief met gluten vóór dat onderzoek, omdat de diagnose dan niet meer goed te stellen is.
Betrouwbaarheid
tTG IgA is volgens de NVKC en de FMS-richtlijn Coeliakie de aangewezen eerste bloedtest bij een vermoeden van coeliakie, samen met totaal IgA om een IgA-tekort uit te sluiten. In de onderzoeken uit de richtlijn liep de sensitiviteit uiteen van 71 tot 100 procent en de specificiteit van 65 tot 100 procent, afhankelijk van de test en de onderzochte groep. Bij volwassenen die gluten eten mag de MDL-arts de diagnose stellen zonder darmbiopt als tTG IgA minstens 10 keer de bovengrens is en een aparte bloedtest (endomysium-antistoffen) positief is; in alle andere gevallen is een biopt uit de dunne darm nodig.
Voor wie
Zinvol bij klachten die bij coeliakie kunnen passen, zoals langdurige buikklachten, diarree, onverklaard afvallen of een onverklaard ijzertekort, en bij mensen met een verhoogde kans: een ouder, broer, zus of kind met coeliakie, diabetes type 1 of een auto-immuunziekte van de schildklier. Wie al glutenvrij eet, heeft weinig aan deze test. Voor familieleden zonder klachten heeft testen volgens de NHG-Standaard voor- en nadelen: een positieve uitslag betekent een levenslang glutenvrij dieet, ook zonder klachten.
Ongeveer 1 op de 100 mensen in Nederland heeft coeliakie, vaker vrouwen dan mannen; veel van hen weten het niet. Bij mensen met een ouder, broer of zus met coeliakie is dat ongeveer 10 op de 100. Coeliakie komt ook vaker voor bij diabetes type 1, auto-immuunziekten van de schildklier, het syndroom van Down en het syndroom van Turner.
Thuisarts.nl (NHG), NVKC en NHG-Standaard Voedselovergevoeligheid en coeliakie
Laten testen
Transglutaminase (tTG) IgA zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg