
Feces
Galzuren
Onderzoek naar vetten, watergehalte, eiwitten, zetmeel, suiker en galzuren in ontlasting.
€ 95,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Darm · Ontlasting
Suikers die niet zijn opgenomen en in de ontlasting terechtkomen; kan passen bij een slechte opname van suikers.
In het kort
Suikergehalte (feces)
Uitleg
Suikers uit de voeding, zoals melksuiker (lactose), vruchtensuiker en suiker uit zetmeel, worden normaal in de dunne darm opgenomen. Als dat niet goed lukt, komen ze in de dikke darm terecht. Bacteriën vergisten ze daar, wat gas en zuren geeft en water aantrekt. Het laboratorium meet hoeveel suiker er nog in de ontlasting zit.
Uitslag
Een verhoogd suikergehalte past bij suikers die niet goed in de dunne darm worden opgenomen. Dat kan komen door een tekort aan het enzym dat melksuiker afbreekt (lactose-intolerantie), door veel vruchtensuiker of zoetstoffen zoals sorbitol, of door een snelle darmpassage bij diarree. Klachten die erbij passen zijn een opgeblazen gevoel, winderigheid, buikpijn en dunne ontlasting na het eten van bepaalde producten. De uitslag hangt af van wat je kort daarvoor hebt gegeten; of een product echt klachten geeft, blijkt vooral door het een tijd weg te laten en daarna opnieuw te proberen.
Weinig of geen suiker in de ontlasting is de gewone uitslag en past bij een goede opname van suikers. Een lage waarde heeft geen verdere betekenis en sluit een lactose-intolerantie niet uit, omdat de uitslag afhangt van wat je hebt gegeten.
Zonder klachten is bij een afwijkende uitslag van dit onderzoek meestal geen vervolg nodig. Bij klachten die passen bij een slechte vertering kan de huisarts pancreas-elastase in de ontlasting of een bloedtest op coeliakie aanvragen, en zo nodig verwijzen naar de MDL-arts of internist.
Betrouwbaarheid
Voedselresten in een losse portie ontlasting zeggen vooral iets over wat je hebt gegeten en hoe snel het eten door de darm ging. Hoe goed de uitslag een slechte vertering aantoont of uitsluit, is niet goed onderzocht, bij mensen zonder klachten en ook bij darmklachten. Bij een vermoeden van een slechte vetvertering (malabsorptie) kan de specialist vet laten bepalen in ontlasting die een paar dagen wordt verzameld. Voor de werking van de alvleesklier is pancreas-elastase in de ontlasting beter onderzocht.
Voor wie
Omdat voeding de uitslag sterk bepaalt, zegt dit onderzoek weinig bij mensen zonder klachten, en ook bij klachten wijst het geen oorzaak aan. Bij klachten die kunnen passen bij een slechte vertering, zoals langdurig vettige of brijige ontlasting, onbedoeld afvallen of langdurige diarree, is onderzoek via de huisarts de aangewezen route. Pancreas-elastase in de ontlasting en een bloedtest op coeliakie zijn dan gerichtere eerste tests. Bij bloed bij de ontlasting, onbedoeld afvallen of nieuwe darmklachten na je 50e is dit onderzoek geen vervanging voor een bezoek aan de huisarts.
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkende uitslag van deze bepalingen voorkomt. Darmklachten zelf komen veel voor: het prikkelbaredarmsyndroom heeft volgens de richtlijn ongeveer 4 op de 100 volwassenen. Aandoeningen waarbij voedsel echt slecht wordt verteerd, zoals een chronische ontsteking van de alvleesklier, zijn veel zeldzamer.
FMS-richtlijnen Prikkelbaredarmsyndroom (NHG en NVMDL) en Chronische pancreatitis
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg