
Feces
Galzuren
Onderzoek naar vetten, watergehalte, eiwitten, zetmeel, suiker en galzuren in ontlasting.
€ 95,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Darm · Ontlasting
Hoeveel water de ontlasting bevat; een maat voor hoe dun of vast de ontlasting is op het moment van afname.
In het kort
Watergehalte (feces)
Uitleg
Het laboratorium meet welk deel van de ontlasting uit water bestaat. De dikke darm haalt normaal het meeste water uit de darminhoud. Hoe sneller de darminhoud passeert, hoe meer water er in de ontlasting overblijft.
Uitslag
Een hoog watergehalte past bij dunne ontlasting of diarree, bijvoorbeeld door een darminfectie, voeding, laxeermiddelen of spanning. Een hoog watergehalte kan de uitslag van andere bepalingen verdunnen of juist verhogen. Het zegt niets over de oorzaak van de diarree.
Een laag watergehalte past bij harde ontlasting en een trage darmpassage, bijvoorbeeld door weinig vezels, weinig drinken, weinig bewegen of medicijnen zoals sterke pijnstillers. Een laag watergehalte op zichzelf heeft verder geen betekenis.
Zonder klachten is bij een afwijkende uitslag van dit onderzoek meestal geen vervolg nodig. Bij klachten die passen bij een slechte vertering kan de huisarts pancreas-elastase in de ontlasting of een bloedtest op coeliakie aanvragen, en zo nodig verwijzen naar de MDL-arts of internist.
Betrouwbaarheid
Voedselresten in een losse portie ontlasting zeggen vooral iets over wat je hebt gegeten en hoe snel het eten door de darm ging. Hoe goed de uitslag een slechte vertering aantoont of uitsluit, is niet goed onderzocht, bij mensen zonder klachten en ook bij darmklachten. Bij een vermoeden van een slechte vetvertering (malabsorptie) kan de specialist vet laten bepalen in ontlasting die een paar dagen wordt verzameld. Voor de werking van de alvleesklier is pancreas-elastase in de ontlasting beter onderzocht.
Voor wie
Omdat voeding de uitslag sterk bepaalt, zegt dit onderzoek weinig bij mensen zonder klachten, en ook bij klachten wijst het geen oorzaak aan. Bij klachten die kunnen passen bij een slechte vertering, zoals langdurig vettige of brijige ontlasting, onbedoeld afvallen of langdurige diarree, is onderzoek via de huisarts de aangewezen route. Pancreas-elastase in de ontlasting en een bloedtest op coeliakie zijn dan gerichtere eerste tests. Bij bloed bij de ontlasting, onbedoeld afvallen of nieuwe darmklachten na je 50e is dit onderzoek geen vervanging voor een bezoek aan de huisarts.
Er zijn geen Nederlandse cijfers over hoe vaak een afwijkende uitslag van deze bepalingen voorkomt. Darmklachten zelf komen veel voor: het prikkelbaredarmsyndroom heeft volgens de richtlijn ongeveer 4 op de 100 volwassenen. Aandoeningen waarbij voedsel echt slecht wordt verteerd, zoals een chronische ontsteking van de alvleesklier, zijn veel zeldzamer.
FMS-richtlijnen Prikkelbaredarmsyndroom (NHG en NVMDL) en Chronische pancreatitis
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg