Urineonderzoek
Urinekweek
Kweek van bacteriën uit urine: welke bacterie, hoeveel, en voor welke antibiotica die gevoelig is.
Alles over deze analyseWat meet dit
Bij een urinekweek brengt het laboratorium een beetje urine op een voedingsbodem en kijkt na 1 tot 2 dagen welke bacteriën groeien. Het telt hoeveel bacteriën er per milliliter urine zijn (het kiemgetal), bepaalt welke soort het is (determinatie) en test bij een bacterie die een urineweginfectie kan veroorzaken voor welke antibiotica die gevoelig is (antibiogram). De urine wordt thuis opgevangen en overgebracht in een buisje met boorzuur, een stabilisator die het aantal bacteriën tijdens het vervoer naar het laboratorium gelijk houdt.
- Een urineweginfectie, zoals een blaasontsteking, en de bacterie die die veroorzaakt
- Of die bacterie gevoelig is voor de gangbare antibiotica, of juist ongevoelig (resistent)
- Bacteriën in de urine zonder klachten (asymptomatische bacteriurie)
Positief
Een positieve uitslag betekent dat er bacteriën uit de urine zijn gegroeid. Bij klachten zoals vaak en pijnlijk plassen past ruime groei van één soort bacterie, meestal E. coli, bij een urineweginfectie; het antibiogram laat zien welke antibiotica tegen die bacterie werken. Hoe het kiemgetal moet worden geduid, hangt af van de klachten, de manier van opvangen en eventueel antibioticagebruik. Groei van meerdere soorten bacteriën (mengflora) past meestal bij bacteriën van de huid of rond de plasbuis die in het potje zijn gekomen, en niet bij een infectie. Zonder klachten gaat het vaak om bacteriën in de urine zonder infectie, wat vooral bij ouderen voorkomt en buiten de zwangerschap meestal niet behandeld hoeft te worden.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er geen of zeer weinig bacteriën zijn gegroeid. Een urineweginfectie door bacteriën is dan onwaarschijnlijk. De kweek kan ten onrechte negatief zijn als je al antibiotica gebruikte of als de urine maar kort in de blaas had gezeten, bijvoorbeeld na veel drinken. Klachten bij het plassen kunnen ook een andere oorzaak hebben, zoals een soa (bijvoorbeeld chlamydia of gonorroe), die met een gewone urinekweek niet wordt gevonden.
Voorbereiding
- Vang urine op die minstens 4 uur in je blaas heeft gezeten, bij voorkeur de eerste ochtendurine.
- Gebruik je antibiotica? Vang de urine dan op vóór je de eerste tablet neemt; tijdens een kuur is de kweek niet betrouwbaar.
Bij een afwijkende uitslag
Bij een positieve kweek met klachten kiest de huisarts een antibioticum waarvoor de gevonden bacterie gevoelig is, of past een al gestarte behandeling aan. Bij mengflora of twijfel volgt meestal een nieuwe kweek met goed opgevangen urine. Bacteriën in de urine zonder klachten worden buiten de zwangerschap meestal niet behandeld; een bijzonder resistente bacterie (BRMO) vermeldt het laboratorium apart op de uitslag.
Betrouwbaarheid
Volgens de FMS-richtlijn Urineweginfecties bij volwassenen is de kweek de manier om de verwekker en de gevoeligheid voor antibiotica vast te stellen; de uitslag is na 1 tot 2 dagen groei bekend. De betrouwbaarheid hangt sterk af van de afname: de richtlijn geeft de voorkeur aan ochtendurine die enkele uren in de blaas heeft gezeten, en aan gekoeld vervoer of een buisje met stabilisator, zodat bacteriën in het monster niet verder groeien. Welk kiemgetal op een infectie wijst, verschilt volgens de richtlijn per situatie, bijvoorbeeld met klachten, de manier van opvangen, antibioticagebruik en zwangerschap.
Beperkingen
- Antibioticagebruik op het moment van afname kan de kweek ten onrechte negatief maken of het kiemgetal verlagen.
- Urine die kort in de blaas heeft gezeten geeft eerder een te laag kiemgetal; ochtendurine of urine die minstens 3 uur in de blaas heeft gezeten, heeft de voorkeur.
- Bacteriën van de huid of rond de plasbuis kunnen in het potje komen en geven dan groei van meerdere soorten (mengflora); de uitslag is dan niet goed te beoordelen.
- Met minder dan ongeveer 10 milliliter urine in het boorzuurbuisje kan de stabilisator te sterk zijn en bacteriën beschadigen, waardoor de kweek ten onrechte negatief kan uitvallen.
Hoe vaak komt dit voor
Urineweginfecties horen bij de meest voorkomende infecties in de huisartsenpraktijk: volgens NIVEL krijgen, afhankelijk van de groep, 40 tot 60 op de 1000 patiënten er per jaar een. Vrouwen krijgen veel vaker een blaasontsteking dan mannen. Bij de helft van de vrouwen gaat een blaasontsteking binnen een week vanzelf over.
Voor wie is dit zinvol
Een kweek is vooral zinvol bij klachten die bij een urineweginfectie passen en een grotere kans op problemen, zoals bij zwangerschap, een verminderde afweer (bijvoorbeeld door diabetes of medicijnen), een ziekte van nieren of blaas of een blaaskatheter, of als een blaasontsteking na antibiotica niet overgaat. Volgens de NHG-Standaard Urineweginfecties is bij een gewone blaasontsteking bij een vrouw zonder zulke risico's meestal geen kweek nodig, en bij klachten van een blaasontsteking is de huisarts de eerste stap. Zonder plasklachten, bijvoorbeeld alleen bij urine die anders ruikt of troebel is, heeft een kweek geen zin. Bij koorts, koude rillingen, pijn in de zij of zich ziek voelen hoort dezelfde dag een arts te kijken, zonder op een kweekuitslag te wachten.
Nadelen en risico's
- Bacteriën in de urine zonder klachten komen vaak voor, vooral bij ouderen; een positieve kweek kan dan leiden tot onnodig antibioticagebruik, met bijwerkingen en meer kans op resistente bacteriën.
- Wachten op een kweekuitslag kan de beoordeling van een blaas- of nierbekkenontsteking vertragen als er klachten zijn die om snelle beoordeling vragen.
Bronnen
- NHG-Standaard Urineweginfecties (M05)
- FMS Richtlijnendatabase: Urineweginfecties (UWI) bij volwassenen, module Afnamewijze
- FMS Richtlijnendatabase: Urineweginfecties (UWI) bij volwassenen, module Gebruik stabilisator
- FMS Richtlijnendatabase: Urineweginfecties (UWI) bij volwassenen, module Uitwerken urinekweek
- Thuisarts.nl: Ik denk dat ik blaasontsteking heb (vrouw)
- Thuisarts.nl: Ik heb blaasontsteking (vrouw)
- NIVEL: Urineweginfecties, jaarrapport Peilstations 2015
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen
