Allergie en intolerantie
Notenmengsel (IgE)
Eén IgE-test op pinda, hazelnoot, paranoot, amandel en kokosnoot samen; zegt of je voor een ervan gevoelig bent, niet voor welke.
Alles over deze analyseWat meet dit
De test meet in één keer IgE-antistoffen tegen een vaste mix van 5 voedingsmiddelen: pinda, hazelnoot, paranoot, amandel en kokosnoot. Pinda is botanisch geen noot maar een peulvrucht, en kokosnoot is volgens Stichting Voedselallergie een vrucht; ze zitten wel in deze mix. IgE is het type antistof dat bij een allergische reactie mestcellen aanzet tot het afgeven van histamine; het lichaam maakt die antistoffen pas nadat het eerder met een allergeen in aanraking is geweest, en dat heet sensibilisatie. Omdat de 5 voedingsmiddelen samen worden getest, geeft de uitslag één getal en het oordeel positief of negatief, maar niet tegen welk voedingsmiddel de antistoffen gericht zijn. Andere noten, zoals walnoot, cashewnoot, pistache, pecannoot en macadamia, en sesam zitten niet in de mix.
- Sensibilisatie voor ten minste één van de 5 voedingsmiddelen in de mix: het lichaam heeft IgE-antistoffen tegen een of meer ervan aangemaakt
- Een eerste aanwijzing of een acute reactie kort na het eten met pinda of een van deze noten te maken kan hebben
Positief
Een positieve uitslag betekent dat je IgE-antistoffen hebt tegen ten minste één van de voedingsmiddelen in de mix: sensibilisatie. Dat is niet hetzelfde als een allergie, en de test zegt niet tegen welk voedingsmiddel de antistoffen gericht zijn. Een positieve uitslag telt pas als er ook een duidelijke reactie is geweest kort na het eten: jeuk in de mond, netelroos, zwelling, buikklachten of benauwdheid. Een positieve uitslag komt ook vaak door kruisreactie met berkenpollen; volgens Stichting Voedselallergie verloopt een notenallergie dan meestal milder, met vooral klachten in mond en keel. Welk voedingsmiddel het is, blijkt uit losse IgE-bepalingen samen met het verhaal over de klachten.
Negatief
Een negatieve uitslag betekent dat er geen IgE-antistoffen tegen de 5 voedingsmiddelen zijn gevonden. Een allergie die via IgE loopt voor pinda, hazelnoot, paranoot, amandel of kokosnoot is dan minder waarschijnlijk, maar niet volledig uitgesloten. Andere noten, zoals walnoot en cashewnoot, en sesam zitten niet in de mix; een allergie daarvoor wordt gemist. Klachten na het eten kunnen ook een andere oorzaak hebben, bijvoorbeeld een intolerantie of een darmaandoening.
Bij een afwijkende uitslag
De huisarts kijkt vooral naar het verhaal: welk voedingsmiddel, welke klachten, hoe snel na het eten en hoe vaak. Bij een positieve uitslag volgen zo nodig losse IgE-bepalingen om te zien om welke noot of om pinda het gaat. Bij een vermoeden van een echte allergie of na een ernstige reactie volgt verwijzing naar een allergoloog of kinderarts, waar zo nodig een voedselprovocatie wordt gedaan.
Betrouwbaarheid
Een positieve IgE-uitslag toont sensibilisatie aan, geen allergie: hij zegt alleen dat er antistoffen zijn, niet dat je klachten krijgt van dat voedingsmiddel. De FMS-richtlijn Voedselprovocatie raadt IgE-bepalingen voor veel voedingsmiddelen tegelijk en voedselmixen af als er geen verdenking is op basis van een goed verhaal over de klachten, en noemt de voedselprovocatie onder begeleiding de gouden standaard. Bij pinda en noten geeft kruisreactie met berkenpollen vaak een positieve uitslag zonder echte voedselallergie. Het mengsel is daarom vooral een eerste stap na een duidelijke reactie: een negatieve uitslag maakt een allergie voor deze 5 voedingsmiddelen minder waarschijnlijk, een positieve uitslag vraagt om losse bepalingen.
Beperkingen
- Sensibilisatie zonder klachten komt veel voor, vooral door kruisreactie met berkenpollen; de uitslag is alleen te duiden samen met het verhaal over de klachten.
- De test zegt niet welk voedingsmiddel de oorzaak is; daarvoor zijn losse IgE-bepalingen nodig.
- De test meet alle eiwitten per voedingsmiddel samen; onderzoek naar losse eiwitten, zoals Ara h 2 bij pinda, zegt meer over de kans op een ernstige reactie.
- Noten buiten de mix, zoals walnoot, cashewnoot, pistache, pecannoot en macadamia, en sesam worden niet onderzocht.
Hoe vaak komt dit voor
Volgens Stichting Voedselallergie heeft 1 tot 2 op de 100 mensen in Nederland een allergie voor noten, zowel kinderen als volwassenen. Pinda-allergie begint meestal op jonge leeftijd en blijft vaak het hele leven bestaan. Pinda en noten kunnen ernstige reacties geven, terwijl sensibilisatie zonder klachten veel vaker voorkomt dan de allergie zelf.
Voor wie is dit zinvol
Zinvol na een duidelijke reactie kort na het eten van pinda of noten, zoals jeuk in de mond, netelroos, zwelling, braken of benauwdheid, als niet duidelijk is welk voedingsmiddel de oorzaak is. Gaat het duidelijk om één voedingsmiddel, dan zegt een losse IgE-bepaling meer. Bij vage klachten zonder duidelijk verband met een maaltijd, en bij mensen die pinda en noten zonder problemen eten, voegt de test weinig toe; de FMS-richtlijn raadt screenend onderzoek dan af.
Nadelen en risico's
- Een positieve uitslag zonder duidelijke reactie kan leiden tot onnodig schrappen van pinda of noten; volgens Stichting Voedselallergie vergroot langdurig schrappen juist het risico op een allergie die later heftiger kan verlopen.
- Een negatieve uitslag kan onterecht geruststellen bij een allergie voor een noot of zaad dat niet in de mix zit.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen