Metalen, gifstoffen en medicijnen
Sirolimus
De sirolimusspiegel controleert de dosering bij mensen die dit afweeronderdrukkende medicijn gebruiken na een transplantatie.
Alles over deze analyseWat meet dit
De analyse meet hoeveel sirolimus er in je bloed zit. Sirolimus, ook bekend als rapamycine, remt de afweer en wordt vooral gebruikt om afstoting van een getransplanteerde nier te voorkomen; daarnaast wordt het bij enkele zeldzame aandoeningen gebruikt. De meting gebeurt in volbloed, omdat sirolimus zich grotendeels in de rode bloedcellen bevindt. Het gaat om een dalspiegel: bloed dat vlak voor de volgende dosis wordt afgenomen.
- Of de dosering sirolimus in het gebied ligt dat de behandelaar wil bij iemand die dit middel gebruikt
- Een te lage spiegel, met een groter risico op afstoting van een transplantaatorgaan
- Een te hoge spiegel, met een groter risico op bijwerkingen
Verhoogd
Een te hoge spiegel geeft meer kans op bijwerkingen van sirolimus, onder andere op bloedbeeldafwijkingen, verhoogde vetten in het bloed, vochtophoping en slechtere wondgenezing. Ook een sterkere onderdrukking van de afweer en daardoor meer kans op infecties hoort daarbij. Welke spiegel te hoog is hangt af van het soort transplantatie, de tijd sinds de transplantatie en de andere medicijnen; dat beoordeelt de behandelaar.
Verlaagd
Een te lage spiegel betekent dat de afweer minder wordt geremd dan bedoeld, met meer kans op afstoting van het getransplanteerde orgaan. Een lage waarde kan komen door een te lage dosering, een gemiste dosis, een wisselwerking met een ander medicijn of door slechte opname. Bij iemand die geen sirolimus gebruikt is er geen sirolimus in het bloed aantoonbaar; dat is verwacht en betekent niets.
Voorbereiding
- Laat je bloed afnemen vlak voor je volgende dosis sirolimus en neem die dosis pas na de afname.
Bij een afwijkende uitslag
De behandelaar past op geleide van de spiegel de dosering aan en herhaalt de meting, vaker na een verandering van dosering of medicatie. Bij aanwijzingen voor afstoting of voor ernstige bijwerkingen volgt beoordeling in het transplantatiecentrum.
Betrouwbaarheid
Sirolimus wordt gedoseerd op geleide van de bloedspiegel, omdat de hoeveelheid in het bloed bij dezelfde dosis sterk per persoon verschilt. De meting is alleen te duiden als een dalspiegel, vlak voor de volgende dosis, en in samenhang met de andere afweeronderdrukkende medicijnen. Bij iemand die sirolimus niet gebruikt heeft de uitslag geen betekenis.
Beperkingen
- Alleen een dalspiegel vlak voor de volgende dosis is te vergelijken met de streefwaarden; op een ander tijdstip is de uitslag niet bruikbaar.
- Sirolimus wordt in de lever afgebroken via een route die veel medicijnen beïnvloeden; onder andere bepaalde antibiotica, schimmelmiddelen, anti-epileptica en grapefruitsap veranderen de spiegel.
- De meting gebeurt in volbloed; een uitslag uit serum of plasma is niet vergelijkbaar.
- Laboratoria gebruiken verschillende methoden, waardoor uitslagen tussen laboratoria kunnen verschillen.
Hoe vaak komt dit voor
In Nederland vinden per jaar ongeveer duizend niertransplantaties plaats, naast transplantaties van andere organen. Alle mensen met een getransplanteerd orgaan gebruiken afweeronderdrukkende medicijnen; sirolimus is daarvan een van de minder gebruikte middelen.
Voor wie is dit zinvol
Dit is geen preventief onderzoek. De bepaling is bedoeld voor mensen die sirolimus gebruiken; de behandelaar in het ziekenhuis vraagt de spiegel aan en beoordeelt hem. Voor mensen die het middel niet gebruiken heeft de meting geen betekenis.
Nadelen en risico's
- Een meting op het verkeerde tijdstip of in het verkeerde buisje geeft een uitslag die niet te duiden is en kan tot een verkeerde dosisaanpassing leiden.
- Een spiegel die buiten het behandelteam om wordt bepaald, mist de context van de andere medicijnen en de tijd sinds de transplantatie.
Bronnen
Bespreek een afwijkende uitslag altijd met je huisarts. Bij een sterk afwijkende uitslag proberen wij je zo snel mogelijk te bereiken. Lees je uitslag ook zelf en neem bij twijfel contact op met je huisarts. Een test stelt geen diagnose. Lees meer over risico's en uitslagen