
Bloedafname
Cardiolipine (IgM)
Cardiolipine‑IgM; APLS/SLE‑diagnostiek.
€ 51,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Stolling · Bloed
De IgM-klasse van de cardiolipine-antistoffen; vaak tijdelijk verhoogd en daardoor lastiger te duiden dan IgG.
In het kort
Cardiolipine IgM antistoffen
Uitleg
Cardiolipine is een vetachtige stof (fosfolipide) in celmembranen. Deze test meet alleen de IgM-klasse van de antistoffen tegen cardiolipine. IgM is de antistof die het lichaam als eerste maakt en die vaak weer verdwijnt; IgG blijft langer in het bloed. Een verhoogd IgM tegen cardiolipine komt daarom regelmatig tijdelijk voor, bijvoorbeeld tijdens of kort na een infectie.
Uitslag
Een positieve uitslag betekent dat er IgM-antistoffen tegen cardiolipine zijn gevonden. Van de twee klassen is dit de minst betekenisvolle: een verhoogd IgM is vaak tijdelijk en verdwijnt na een infectie weer. Volgens de NVKC wordt de bepaling daarom na ongeveer 12 weken herhaald. Alleen een blijvend en duidelijk verhoogd IgM telt mee, en dan nog alleen samen met trombose of een zwangerschapsprobleem. Zonder zulke gebeurtenissen betekent een positieve uitslag meestal niets.
Een negatieve uitslag betekent dat er geen IgM-antistoffen tegen cardiolipine zijn gevonden. Het antifosfolipidensyndroom is daarmee niet uitgesloten: iemand kan alleen IgG-antistoffen hebben, of alleen lupus anticoagulans of antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I. Bij trombose zonder duidelijke oorzaak blijft verder onderzoek dus soms nodig.
Bij een positieve uitslag wordt de bepaling volgens de NVKC na ongeveer 12 weken herhaald om te zien of de antistoffen blijven. Is dat zo en is er ook trombose of een zwangerschapsprobleem geweest, dan verwijst de huisarts naar een internist; daar worden ook lupus anticoagulans en antistoffen tegen bèta-2-glycoproteïne I bepaald. Een positieve uitslag zonder trombose of zwangerschapsprobleem is volgens de FMS-richtlijn geen reden om met bloedverdunners te beginnen.
Betrouwbaarheid
De uitslag zegt vooral iets na trombose of herhaalde miskramen. Van de drie bepalingen voor het antifosfolipidensyndroom is een los verhoogd IgM tegen cardiolipine het zwakste signaal; het is vaak tijdelijk en komt ook voor zonder ziekte. Bij mensen zonder trombose of zwangerschapsproblemen is een positieve uitslag daardoor veel vaker fout-positief dan terecht. De uitslag telt volgens de FMS-richtlijn alleen mee als hij na ongeveer 12 weken opnieuw positief is en duidelijk verhoogd.
Voor wie
Zinvol bij een gerichte vraag van een arts: trombose op jonge leeftijd of op een ongewone plaats, trombose die terugkeert zonder aanleiding, herhaalde miskramen of andere zwangerschapsproblemen, of een bekende auto-immuunziekte zoals lupus. Bij mensen zonder zulke gebeurtenissen is de voorspellende waarde laag: een positieve uitslag betekent dan meestal niet dat je het antifosfolipidensyndroom hebt, en er volgt geen behandeling.
Het antifosfolipidensyndroom is zeldzaam. Cardiolipine-antistoffen worden veel vaker gevonden dan het syndroom voorkomt: ook bij gezonde mensen, tijdelijk na infecties en vaker op hogere leeftijd. Trombose zelf komt wel regelmatig voor, maar heeft meestal een andere oorzaak, zoals een operatie, langdurig stilzitten, zwangerschap of de pil.
NVKC en FMS-richtlijn Antitrombotisch beleid; er is geen Nederlands prevalentiecijfer voor APS gecontroleerd
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg