
Bloedafname
Voedselallergiescreening FX5
Screening op zes voedingsallergenen: kippeneiwit, koemelk, kabeljauw, tarwe, pinda en soja. Eén gezamenlijke uitslag voor het mengsel.
€ 44,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Allergie en intolerantie · Bloed
Antistoffen tegen melkeiwit; laat zien of het afweersysteem gevoelig is voor koemelk, niet of je er klachten van krijgt.
In het kort
IgE antilichamen koemelk
Uitleg
Deze test meet in het bloed de hoeveelheid IgE-antistoffen tegen de eiwitten uit koemelk. IgE is het type antistof dat bij een allergische reactie mestcellen aanzet tot het afgeven van histamine. Het lichaam maakt zulke antistoffen pas nadat het eerder met het allergeen in contact is geweest; dat heet sensibilisatie. De uitslag is een getal in kU/l; het laboratorium geeft aan vanaf welke waarde de uitslag als positief geldt.
Uitslag
Een waarde boven de afkapgrens betekent dat je IgE-antistoffen tegen koemelk hebt: sensibilisatie. Dat is niet hetzelfde als een allergie. Koemelkallergie komt vooral in het eerste levensjaar voor en gaat bij de meeste kinderen weer over: iets meer dan de helft verdraagt koemelk weer rond de eerste verjaardag. Net als bij ei blijft de IgE-uitslag vaak positief terwijl het kind melk alweer verdraagt. Kinderen met een koemelkallergie via IgE reageren volgens de NVK vaak ook op geitenmelk, schapenmelk en andere dierlijke melk; sojaproducten hoeven zij niet te vermijden. De hoogte van de uitslag zegt volgens de NVKC niets over hoe ernstig een reactie zou verlopen, al hoort een duidelijk hogere waarde wel bij een grotere kans dat er echt een allergie is.
Een waarde onder de afkapgrens betekent dat er geen IgE-antistoffen tegen koemelk zijn gevonden. Een allergie voor koemelk die via IgE loopt, is dan een stuk minder waarschijnlijk. Bij een deel van de jonge kinderen verlopen de klachten niet via IgE; de test is dan normaal terwijl er toch een koemelkallergie is. Lactose-intolerantie is geen allergie en is met deze test niet te zien. Klachten na het eten kunnen ook een andere oorzaak hebben, bijvoorbeeld een intolerantie of een darmaandoening.
De huisarts kijkt vooral naar het verhaal: welke klachten, hoe snel na het eten en hoe vaak. Vaak volgt een voedingsdagboek en het tijdelijk weglaten en daarna weer invoeren van het verdachte voedingsmiddel. Bij een vermoeden van een echte allergie of bij een ernstige reactie volgt verwijzing naar een allergoloog of kinderarts, waar zo nodig een voedselprovocatie wordt gedaan; die test is volgens de FMS-richtlijn de gouden standaard.
Betrouwbaarheid
Een positieve IgE-uitslag toont sensibilisatie aan, geen allergie: het betekent alleen dat er antistoffen zijn, niet dat je klachten krijgt van koemelk. De gepoolde specificiteit van de IgE-bepaling voor koemelk is in de FMS-richtlijn 48 procent: ongeveer de helft van de onderzochte mensen zonder koemelkallergie heeft toch een positieve uitslag. Omdat een positieve uitslag ook bij mensen zonder allergie voorkomt, kan de uitslag los van de klachten verwarring geven. De uitslag is alleen te duiden samen met het verhaal over de klachten, en bij twijfel met een voedselprovocatie in het ziekenhuis.
Voor wie
De uitslag zegt het meest als er een duidelijke reactie is geweest kort na het eten van koemelk, als aanvulling op het gesprek met de arts. Bij mensen die koemelk gewoon eten en daar nooit een acute reactie op hebben gehad, zegt een positieve uitslag niet dat je allergisch bent en kan die leiden tot onnodig vermijden van koemelk. Bij vage klachten zoals buikpijn, moeheid of eczeem zonder duidelijk verband met een maaltijd voegt de test weinig toe. Bij een baby met verdenking op koemelkallergie loopt het onderzoek via het consultatiebureau, de huisarts of de kinderarts.
Het Voedingscentrum schat dat 2 tot 3 op de 100 kinderen in het eerste levensjaar een koemelkallergie krijgt; het is daarmee de meest voorkomende voedselallergie bij baby's. De vorm die via IgE loopt, komt volgens de NVK bij ongeveer 0,7 op de 100 kinderen voor. Bij volwassenen is koemelkallergie zeldzaam.
Voedingscentrum en NVK-kennisdocument IgE-gemedieerde koemelkallergie bij kinderen
Laten testen
IgE antilichamen koemelk zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg