
Bloedafname
Reumafactor
Reumafactor (RF) bij verdenking reumatoïde artritis.
€ 60,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Ontsteking en afweer · Bloed
Het IgM-type reumafactor; de vorm die reumatologen samen met anti-CCP gebruiken bij een vermoeden van reuma.
In het kort
Reumafactor IgM (IgM-RF)
Uitleg
Reumafactoren zijn autoantistoffen tegen het eigen afweereiwit IgG. Verreweg de meeste reumafactor is van het type IgM, en deze test meet specifiek dat type. In de Nederlandse richtlijn Reumatoïde artritis is de IgM-reumafactor de bepaling die samen met anti-CCP wordt gebruikt bij de beoordeling van gewrichtsklachten. Een verhoogde waarde hoort bij een ontstekingsproces, maar is niet specifiek voor één ziekte.
Uitslag
Een verhoogde IgM-reumafactor maakt reumatoïde artritis waarschijnlijker als er ook gewrichtsontsteking is, zeker in combinatie met een positieve anti-CCP. Volgens de Nederlandse richtlijn hangt de combinatie van beide antistoffen het sterkst samen met het ontstaan van gewrichtsontsteking bij mensen die al gewrichtspijn hebben. Zonder gewrichtsklachten zegt een verhoogde waarde weinig: tot 5 op de 100 gezonde mensen heeft reumafactor en/of anti-CCP. Ook langdurige infecties, andere ontstekingsziekten en een hogere leeftijd geven een verhoogde waarde zonder reuma.
Een lage of niet-aantoonbare IgM-reumafactor is de normale uitslag. Reumatoïde artritis is daarmee niet uitgesloten: ongeveer 1 op de 5 mensen met RA heeft geen aantoonbare reumafactor, en een deel van hen heeft wel anti-CCP. Bij ontstoken gewrichten blijven de klachten en het lichamelijk onderzoek doorslaggevend.
Bij gewrichtsontsteking verwijst de huisarts meestal naar een reumatoloog, ongeacht de uitslag. De reumatoloog beoordeelt reumafactor en anti-CCP samen met het onderzoek van de gewrichten. Een verhoogde waarde zonder klachten leidt meestal niet tot vervolgonderzoek.
Betrouwbaarheid
De IgM-reumafactor is gevoeliger dan specifiek: hij vindt veel mensen met RA, maar is ook vaak positief zonder reuma. De Nederlandse richtlijn Reumatoïde artritis adviseert anti-CCP en reumafactor samen te bepalen bij mensen met gewrichtsontsteking of duidelijke gewrichtspijn die door een reumatoloog worden gezien, en houdt daarbij rekening met fout-positieve uitslagen, vooral van de reumafactor. Volgens de NVKC is de bepaling in de eerste lijn vrijwel nooit nodig, omdat een sterke klinische verdenking al voldoende reden is om te verwijzen.
Voor wie
Zinvol bij ontstoken gewrichten of bij gewrichtspijn waarbij een arts aan reumatoïde artritis denkt, samen met anti-CCP. Bij mensen zonder gewrichtsklachten is de bepaling volgens de NVKC zinloos: de kans dat een positieve uitslag reuma betekent is dan klein. Een aparte IgM-bepaling naast een gewone reumafactor voegt voor de meeste mensen weinig informatie toe.
Reumatoïde artritis komt voor bij ongeveer 0,5 tot 1 op de 100 mensen; per jaar krijgen ongeveer 3 op de 10.000 mensen de diagnose. Het syndroom van Sjögren is zeldzamer. Een verhoogde reumafactor komt vaker voor dan deze ziekten: tot 5 op de 100 gezonde mensen heeft reumafactor en/of anti-CCP, en bij ouderen wordt vaker een positieve uitslag gevonden zonder ziekte.
NVKC Zinnige Diagnostiek en FMS-richtlijn Reumatoïde artritis (NVR)
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg