
Bloedafname
Alfa‑1‑antitrypsine (AAT)
AAT; deficiëntie‑screening.
€ 32,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Lever en alvleesklier · Bloed
Een beschermend eiwit uit de lever; een te laag gehalte kan wijzen op een erfelijk tekort met gevolgen voor longen en lever.
In het kort
Alfa-1-antitrypsine
Uitleg
Alfa-1-antitrypsine is een eiwit dat de lever maakt. Het beschermt vooral de longen tegen enzymen die witte bloedcellen bij een ontsteking loslaten en die anders longweefsel afbreken. Bij een erfelijk tekort maakt de lever te weinig of een afwijkende vorm, die zich soms in de lever ophoopt. Het eiwit is ook een acutefase-eiwit: bij ontsteking, infectie of zwangerschap stijgt het tijdelijk.
Uitslag
Een verhoogde waarde komt meestal door een ontsteking of infectie, zwangerschap, de anticonceptiepil of andere oestrogenen, omdat het lichaam dan meer alfa-1-antitrypsine maakt. Een verhoogde waarde heeft op zichzelf geen betekenis en geeft geen klachten. Belangrijk is wel dat een ontsteking een tekort kan maskeren: de waarde kan dan normaal lijken terwijl er toch een erfelijk tekort is.
Een verlaagde waarde past bij een erfelijk tekort. Hoe lager de waarde, hoe groter meestal de kans op longschade. Een licht verlaagde waarde past vaak bij dragerschap van één afwijkend gen; dat geeft meestal geen klachten, maar roken verhoogt dan wel het risico op longschade. Een sterk verlaagde waarde past bij twee afwijkende genen en kan op jonge leeftijd kortademigheid, hoesten en longemfyseem geven, vooral bij rokers, en soms een leverziekte. Een lage waarde kan ook door eiwitverlies ontstaan, bijvoorbeeld via de nieren of de darm.
Bij een verlaagde waarde herhaalt de huisarts de bepaling meestal samen met CRP en laat de erfelijke variant vaststellen. Bij een bevestigd tekort volgt verwijzing naar een longarts, en soms een maag-darm-leverarts, voor onderzoek van longen en lever. Familieleden kunnen via de huisarts of een klinisch geneticus worden onderzocht. Stoppen met roken is bij een tekort extra belangrijk.
Betrouwbaarheid
Een duidelijk verlaagde waarde is een betrouwbare aanwijzing voor een erfelijk tekort; welke variant iemand heeft, blijkt pas uit aanvullend onderzoek (fenotypering of DNA-onderzoek). Een normale waarde sluit een tekort niet helemaal uit, omdat de waarde tijdens een ontsteking stijgt. De uitslag zegt het meest bij COPD of longemfyseem op jonge leeftijd, bij onbegrepen leverziekte en bij een bekend tekort in de familie. De richtlijn Bronchiëctasieën noemt het opsporen van een erfelijk tekort van belang voor familieonderzoek en advies over kinderwens.
Voor wie
De uitslag zegt vooral iets bij COPD of longemfyseem op jonge leeftijd of bij weinig of niet roken, bij onbegrepen leverziekte of langdurige geelzucht bij een kind, en bij familieleden van iemand met een bekend tekort. Bij klachtenvrije mensen zonder zo'n familiegeschiedenis is de kans op een ernstig tekort klein. Omdat het om een erfelijke aanleg gaat, kan een afwijkende uitslag ook iets zeggen over broers, zussen en kinderen.
Een ernstig erfelijk tekort aan alfa-1-antitrypsine komt in Nederland naar schatting bij ongeveer 1 op de 5000 mensen voor. Dragerschap van één afwijkend gen is veel vaker. Veel mensen met een tekort weten het niet, omdat hun klachten als gewone COPD of astma worden gezien.
Schatting uit vakliteratuur; geen Nederlands registratiecijfer beschikbaar
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagen