
Bloedafname
Antistreptolysine‑titer (ASO)
ASO; recente streptokokkenblootstelling.
€ 41,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
Antistoffen tegen een gifstof van de groep A-streptokok; laat zien of je die bacterie in de afgelopen maanden hebt gehad.
In het kort
Antistreptolysine titer (AST)
Uitleg
De groep A-streptokok is de bacterie achter keelontsteking, roodvonk en krentenbaard. Hij maakt streptolysine O, een stof die rode bloedcellen kapot maakt. Het afweersysteem maakt daartegen antistoffen; die zijn in het bloed te meten. Het laboratorium rapporteert de uitslag als titer: hoe ver het bloed verdund kan worden en toch nog reageert. Een hogere titer betekent meer antistoffen.
Uitslag
Een verhoogde titer wijst volgens de NVKC op een recente, vaak onbehandelde infectie met de groep A-streptokok. De titer stijgt pas ongeveer een tot drie weken na de infectie, piekt daarna en daalt in de maanden erna langzaam. Een verhoogde waarde zegt dus dat je de bacterie hebt gehad, niet dat je nu een infectie hebt. Bij acuut reuma is de titer ook verhoogd, maar die aandoening is in Nederland zeldzaam; verreweg de meeste mensen met een verhoogde titer hebben gewoon een keelontsteking doorgemaakt. Kinderen en jonge mensen hebben gemiddeld hogere waarden dan ouderen, doordat zij vaker met de bacterie in aanraking komen.
Een lage of normale titer past bij iemand die de groep A-streptokok niet recent heeft gehad. Helemaal uitgesloten is dat niet: bij een heel vroege infectie is de titer nog niet gestegen, en bij een infectie van de huid, zoals krentenbaard, stijgt de titer vaak minder sterk. Ook wie snel antibiotica kreeg, kan een lagere titer houden. Voor de vraag of je nu een keelontsteking door deze bacterie hebt, is de titer niet de juiste test; daarvoor wordt een kweek of sneltest van de keel gebruikt.
Bij een verhoogde titer samen met passende klachten herhaalt de arts de bepaling meestal na enkele weken om te zien of de titer stijgt of daalt. Bij een vermoeden van acuut reuma volgt verwijzing naar een kinderarts, internist of cardioloog, onder meer voor een echo van het hart. Bij een vermoeden van nierontsteking worden urine, nierfunctie en bloeddruk gecontroleerd.
Betrouwbaarheid
De AST zegt iets over het verleden, niet over het heden: hij is niet geschikt om een acute keelontsteking aan te tonen. De uitslag zegt vooral iets bij een vermoeden van acuut reuma of van een nierontsteking na een streptokokkeninfectie. Bij mensen zonder klachten is de uitslag lastig te duiden, omdat een verhoogde titer bij gezonde mensen veel voorkomt: streptokokkeninfecties zijn alledaags en de antistoffen blijven maandenlang meetbaar. Eén meting zegt bovendien minder dan twee metingen met enkele weken ertussen, waarbij de arts naar de stijging kijkt.
Voor wie
Zinvol bij een gerichte vraag: gewrichtsklachten, koorts of hartklachten enkele weken na een keelontsteking, of bloed in de urine en vocht vasthouden na een keel- of huidinfectie. Bij een gewone keelpijn nu voegt de bepaling niets toe; daar wordt zo nodig een keelkweek of sneltest voor gebruikt. Bij mensen zonder klachten is de test niet zinvol, omdat een verhoogde titer bij hen meestal alleen een doorgemaakte, onschuldige infectie weerspiegelt.
Infecties met de groep A-streptokok zijn alledaags, vooral bij kinderen: keelontsteking, roodvonk en krentenbaard komen elk jaar bij veel mensen voor. De ernstige nasleep waar deze test naar zoekt is in Nederland juist zeldzaam. Acuut reuma is hier zeer ongebruikelijk geworden, en ook nierontsteking na een streptokokkeninfectie komt weinig voor.
RIVM/LCI-richtlijn Groep A-streptokokkeninfectie
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg