
Bloedafname
Vitamine K1 en K2
Vitamine K1 en K2; stolling en botgezondheid.
€ 125,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Vitaminen, mineralen en aminozuren · Bloed
De hoeveelheid vitamine K1 in het bloed; zegt vooral iets over de inname van de laatste dagen.
In het kort
Uitleg
Vitamine K1 (fylochinon) komt vooral uit groene bladgroenten, plantaardige oliën, melk, vlees en vis. De lever gebruikt vitamine K1 om de stollingsfactoren II, VII, IX en X actief te maken, de eiwitten die het bloed laten stollen bij een bloeding. De voorraad ligt in de lever en is genoeg voor ongeveer twee maanden. Wat het laboratorium meet is de hoeveelheid in het bloed op dat moment, en die schommelt sterk met wat je de afgelopen dagen hebt gegeten.
Uitslag
Een hoge waarde komt vrijwel altijd door een maaltijd met veel groene groenten kort voor de afname of door een supplement. Volgens de NVKC heeft een hoog vitamine K1 weinig tot geen betekenis. Er zijn geen klachten bekend die bij een hoge waarde horen. Wel is een supplement met veel vitamine K van belang voor wie een bloedverdunner van het cumarinetype gebruikt, omdat dat de instelling verstoort.
Een lage waarde kan passen bij een lage inname of bij een verminderde opname van vetten uit de darm, bijvoorbeeld door een probleem met de galafvoer, de alvleesklier of de lever. Bij volwassenen in Nederland is een echt tekort zeldzaam. Een lage waarde zegt op zichzelf weinig over de stolling: daarvoor kijkt het laboratorium naar de protrombinetijd (PT of INR), die meet wat er functioneel van de stolling over is. Een lage waarde kan ook alleen betekenen dat je de dagen voor de afname weinig groene groente hebt gegeten.
Bij een lage waarde kijkt de huisarts eerst naar de stolling (PT of INR) en naar redenen waarom vetten slecht worden opgenomen, zoals een lever-, gal- of alvleesklierprobleem of een darmziekte. Bij een bloedingsneiging of een sterk verlengde stollingstijd volgt verwijzing naar een internist.
Betrouwbaarheid
Voor vitamine K1 in bloed zijn geen afgesproken grenswaarden waaronder van een tekort wordt gesproken, en de betekenis van een licht afwijkende waarde bij mensen zonder klachten is weinig onderzocht. De waarde in het bloed volgt de inname van de laatste dagen en zegt weinig over de voorraad in de lever of over de werking in het lichaam. De uitslag zegt vooral iets als er bij bloedingen of een verlengde stollingstijd naar een oorzaak wordt gezocht. Wat vitamine K functioneel doet, is beter af te lezen aan de stollingstest (PT of INR) dan aan de spiegel.
Voor wie
De uitslag zegt vooral iets bij een onbegrepen bloedingsneiging of een verlengde stollingstijd, en bij ziekten waarbij vetten slecht worden opgenomen. Bij volwassenen zonder klachten en met gevarieerde voeding voegt de waarde weinig toe. Wie een bloedverdunner van het cumarinetype gebruikt, heeft niets aan deze bepaling: de werking van die medicijnen is af te lezen aan de INR, niet aan de vitamine K-spiegel.
Een tekort aan vitamine K1 is bij volwassenen in Nederland zeldzaam, omdat de vitamine in veel voedingsmiddelen zit en darmbacteriën er ook aan bijdragen. Pasgeborenen hebben wel vaak een lage voorraad; daarom krijgen zij in Nederland standaard vitamine K-druppels. Bij volwassenen komt een tekort vooral voor bij langdurige problemen met de vetopname.
NVKC, allesovertesten.nl en Voedingscentrum
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg