
Bloedafname
Q‑koorts (chronisch Coxiella burnetii)
Serologie bij chronische Q‑koorts.
€ 87,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
Antistoffen tegen het fase 1-eiwit van de Q-koortsbacterie; een sterk verhoogde titer past bij chronische Q-koorts.
In het kort
Coxiella burnetii fase 1 IgG (Q-koorts)
Uitleg
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, die vooral van geiten en schapen komt en via de lucht wordt ingeademd. De bacterie heeft twee vormen van zijn buitenlaag: fase 1 en fase 2. Het afweersysteem maakt tegen beide vormen antistoffen, maar in een vaste volgorde: eerst tegen fase 2, later tegen fase 1. Deze test meet IgG-antistoffen tegen fase 1. Die komen het laatst op gang en zijn de belangrijkste aanwijzing voor chronische Q-koorts, waarbij de bacterie zich bijvoorbeeld in een hartklep of een vaatwand nestelt.
Uitslag
Een positieve fase 1-IgG betekent dat er antistoffen tegen deze vorm van de bacterie zijn. Een lage titer past meestal bij een infectie die je in het verleden hebt doorgemaakt en die vanzelf over is gegaan. Pas een sterk verhoogde en blijvend hoge titer is verdacht voor chronische Q-koorts: de LCI-richtlijn hanteert daarvoor een titer van 1:1.024 of hoger in de immunofluorescentietest, en dan is altijd aanvullend onderzoek nodig voordat er iets wordt geconcludeerd. Chronische Q-koorts komt vooral voor bij mensen met een aandoening van een hartklep of een bloedvat, of met een verminderde afweer.
Een negatieve fase 1-IgG maakt chronische Q-koorts onwaarschijnlijk. Het sluit niet uit dat je ooit Q-koorts hebt doorgemaakt: bij een acute infectie komen eerst de antistoffen tegen fase 2 op, en fase 1-IgG blijft dan soms laag of afwezig. Vlak na een besmetting is deze test vrijwel altijd negatief, want de antistoffen ontstaan pas vanaf ongeveer de zevende tot vijftiende ziektedag en fase 1-IgG komt daarvan als laatste.
Bij een sterk verhoogde titer volgt volgens de richtlijn verwijzing naar een ziekenhuis of referentiecentrum voor verder onderzoek, bijvoorbeeld een hartecho, een PET-CT en een PCR op bloed, voordat over behandeling wordt besloten. Acute Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte uit groep C van de Wet publieke gezondheid; chronische Q-koorts is dat niet.
Betrouwbaarheid
Volgens de LCI-richtlijn Q-koorts is de immunofluorescentietest de referentiemethode; de gevoeligheid en specificiteit voor IgG liggen daarbij dicht bij 100 procent. De uitslag zegt het meest bij mensen die een acute Q-koorts hebben doorgemaakt of bij wie chronische Q-koorts wordt vermoed; bij mensen zonder klachten zegt een losse waarde weinig. Een uitslag heeft alleen betekenis samen met de klachten, de ziektegeschiedenis en de fase 2-uitslagen, en het lab dat de titer bepaalt, bepaalt ook de schaal waarop die titer gelezen moet worden.
Voor wie
Zegt het meest bij mensen die een acute Q-koorts hebben doorgemaakt, en bij mensen bij wie chronische Q-koorts wordt vermoed, bijvoorbeeld met een kunstklep, een vaatprothese, een aneurysma of een verminderde afweer. Bij mensen zonder klachten en zonder blootstelling aan geiten of schapen zegt een losse uitslag weinig: antistoffen komen dan zelden voor en een positieve uitslag is dan vaker onterecht dan terecht.
Q-koorts is in Nederland zeldzaam. Tussen 2007 en 2010 was er een grote uitbraak rond melkgeitenbedrijven, met 2.354 meldingen in 2009. Na vaccinatie van geiten en schapen daalde dat weer naar enkele tientallen meldingen per jaar, net als voor de uitbraak. Bij een landelijk onderzoek in 2006 en 2007 had ongeveer 2,4 op de 100 Nederlanders antistoffen tegen de bacterie zonder ziek te zijn.
RIVM en RIVM/LCI-richtlijn Q-koorts
Laten testen
Coxiella burnetii fase 1 IgG (Q-koorts) zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg