
Bloedafname
EBV (ziekte van Pfeiffer)
EBV‑serologie; recente of doorgemaakte infectie.
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
Antistoffen tegen het epstein-barrvirus die pas maanden na de infectie ontstaan; passen bij een Pfeiffer van langer geleden.
In het kort
Uitleg
Het epstein-barrvirus (EBV) veroorzaakt de ziekte van Pfeiffer en blijft na de infectie levenslang in rust in het lichaam. EBNA-IgG zijn antistoffen tegen een eiwit uit de celkern van cellen die met het virus besmet zijn (Epstein-Barr nuclear antigen). Ze verschijnen pas 2 tot 3 maanden na de eerste infectie en blijven daarna meestal aanwezig. EBNA-IgG wordt samen met VCA-IgG en VCA-IgM beoordeeld om een recente infectie van een oude te onderscheiden.
Uitslag
Een positieve EBNA-IgG betekent dat je het epstein-barrvirus ooit hebt gehad en dat de eerste infectie waarschijnlijk meer dan 2 tot 3 maanden geleden is. Samen met een positieve VCA-IgG en een negatieve VCA-IgM past dat bij een oude infectie. Klachten die je nu hebt, komen dan meestal niet door een recente ziekte van Pfeiffer. Dit is een heel gewone uitslag: de meeste volwassenen hebben het virus al gehad, vaak ongemerkt.
Een negatieve EBNA-IgG kan twee dingen betekenen. Is ook VCA-IgG negatief, dan heb je het virus waarschijnlijk nog nooit gehad. Is VCA-IgG of VCA-IgM wel positief, dan past dat bij een infectie van minder dan enkele maanden geleden, zoals bij een actieve ziekte van Pfeiffer. Bij een klein deel van de mensen worden geen EBNA-antistoffen gevormd of verdwijnen ze later, vooral bij een verminderde afweer; de uitslag is dan lastiger te duiden.
Bij een patroon dat bij een oude infectie past, is voor EBV geen vervolg nodig; bij aanhoudende klachten zoekt de huisarts naar een andere oorzaak. Bij een onduidelijk patroon kan het laboratorium een bevestigingstest doen of wordt de test na enkele weken herhaald. De ziekte van Pfeiffer is niet meldingsplichtig.
Betrouwbaarheid
Volgens de bepalingenwijzer van het UMC Utrecht dient EBNA-IgG om een doorgemaakte infectie aan te tonen en wordt de test altijd gecombineerd: met VCA-IgG voor de vraag of iemand het virus heeft gehad, en met VCA-IgG en VCA-IgM bij de vraag naar een recente infectie. Het patroon van de drie testen samen is meestal goed te duiden; een losse EBNA-IgG zegt weinig. Bij een onduidelijk patroon kan het laboratorium een aanvullende bevestigingstest doen.
Voor wie
De uitslag zegt het meest bij klachten die passen bij de ziekte van Pfeiffer, zoals keelpijn, koorts, gezwollen klieren en uitgesproken moeheid, vooral bij tieners en jongvolwassenen, of om vast te stellen of iemand het virus al heeft gehad, bijvoorbeeld vóór een transplantatie. Bij mensen zonder klachten, en bij langdurige moeheid zonder zo'n ziektebeeld, zegt een positieve IgG weinig, omdat de meeste volwassenen het virus al hebben gehad.
Infectie met het epstein-barrvirus komt in Nederland heel vaak voor: de helft van de bevolking ouder dan 5 jaar heeft de infectie doorgemaakt, en de meeste volwassenen al voor hun twintigste, meestal zonder het te merken. Bij tieners en jongvolwassenen geeft de infectie vaker klachten, zoals keelontsteking, koorts, gezwollen klieren en moeheid die 2 tot 3 maanden kan aanhouden.
RIVM, Ziekte van Pfeiffer
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg