
Bloedafname
EBV (ziekte van Pfeiffer)
EBV‑serologie; recente of doorgemaakte infectie.
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
Antistoffen die laten zien of je ooit het epstein-barrvirus hebt gehad, het virus dat de ziekte van Pfeiffer geeft.
In het kort
EBV IgG antistoffen (VCA-IgG)
Uitleg
Het epstein-barrvirus (EBV) veroorzaakt de ziekte van Pfeiffer. Na besmetting maakt het lichaam antistoffen tegen het omhulsel van het virus (viral capsid antigen, VCA): eerst VCA-IgM en kort daarna VCA-IgG. VCA-IgG blijft meestal levenslang aantoonbaar, net zoals het virus in rust in het lichaam blijft. De uitslag wordt samen met VCA-IgM en EBNA-IgG beoordeeld.
Uitslag
Een positieve VCA-IgG betekent dat je besmet bent of bent geweest met het epstein-barrvirus. Of dat recent of lang geleden is, blijkt uit de andere twee testen: met een positieve EBNA-IgG en een negatieve VCA-IgM gaat het om een oude infectie, met een positieve VCA-IgM en een negatieve EBNA-IgG waarschijnlijk om een recente infectie. Een positieve VCA-IgG komt bij de meeste volwassenen voor en is op zichzelf geen verklaring voor klachten.
Een negatieve VCA-IgG betekent meestal dat je het epstein-barrvirus nog niet hebt gehad. Heel vroeg in een infectie kan VCA-IgG nog negatief zijn terwijl VCA-IgM al positief is. Omdat de meeste volwassenen het virus al hebben gehad, komt een negatieve uitslag bij volwassenen niet vaak voor.
Bij een patroon dat bij een recente infectie past, gaat de ziekte meestal vanzelf over en let de huisarts vooral op het beloop en op zeldzame complicaties. Bij een onduidelijk patroon kan het laboratorium een bevestigingstest doen of wordt de test na enkele weken herhaald. De ziekte van Pfeiffer is niet meldingsplichtig.
Betrouwbaarheid
Volgens de bepalingenwijzer van het UMC Utrecht volstaat voor de vraag of iemand EBV heeft gehad de combinatie van VCA-IgG en EBNA-IgG; bij de vraag naar een recente infectie worden VCA-IgM, VCA-IgG en EBNA-IgG samen bepaald. Een losse VCA-IgG onderscheidt een oude infectie niet van een recente. Het patroon van de drie testen is meestal goed te duiden; bij een onduidelijk patroon kan het laboratorium een aanvullende test doen.
Voor wie
De uitslag zegt het meest bij klachten die passen bij de ziekte van Pfeiffer, zoals keelpijn, koorts, gezwollen klieren en uitgesproken moeheid, vooral bij tieners en jongvolwassenen, of om vast te stellen of iemand het virus al heeft gehad, bijvoorbeeld vóór een transplantatie. Bij mensen zonder klachten, en bij langdurige moeheid zonder zo'n ziektebeeld, zegt een positieve IgG weinig, omdat de meeste volwassenen het virus al hebben gehad.
Infectie met het epstein-barrvirus komt in Nederland heel vaak voor: de helft van de bevolking ouder dan 5 jaar heeft de infectie doorgemaakt, en de meeste volwassenen al voor hun twintigste, meestal zonder het te merken. Bij tieners en jongvolwassenen geeft de infectie vaker klachten, zoals keelontsteking, koorts, gezwollen klieren en moeheid die 2 tot 3 maanden kan aanhouden.
RIVM, Ziekte van Pfeiffer
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg