
Bloedafname
Hantavirus IgG (puumala)
Hantavirus puumala‑IgG; doorgemaakte of langer bestaande infectie.
€ 80,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
IgG-antistoffen tegen het puumalavirus, het hantavirus dat in Nederland voorkomt; ze blijven na een infectie lang aanwezig.
In het kort
Hantavirus Puumala IgG
Uitleg
Het puumalavirus is een hantavirus dat bij de rosse woelmuis hoort en dat in Nederland de meeste hantavirusinfecties veroorzaakt. Mensen raken besmet door het inademen van stofdeeltjes met virus uit uitwerpselen. Deze test meet IgG-antistoffen tegen het virus. IgG komt later op dan IgM, meestal in de tweede ziekteweek, en blijft daarna waarschijnlijk levenslang aantoonbaar. Daardoor toont IgG vooral aan dat je de infectie ooit hebt doorgemaakt.
Uitslag
Een positieve IgG-uitslag betekent dat je afweersysteem contact heeft gehad met het puumalavirus. Dat kan kort geleden zijn, maar ook jaren terug: ongeveer 90 van de 100 infecties met dit virus verlopen zonder klachten. Bij een landelijk onderzoek had ongeveer 1,7 op de 100 Nederlanders deze antistoffen. Voor een recente infectie is een duidelijke stijging tussen twee bloedmonsters nodig, of een positieve IgM-uitslag erbij. Ook kruisreactie met een ander hantavirus is mogelijk.
Een negatieve IgG-uitslag maakt een doorgemaakte puumalavirusinfectie onwaarschijnlijk. In de eerste ziektedagen sluit hij een infectie niet uit, want IgG komt pas na IgM op. Bij een vermoeden van een pas begonnen infectie is IgM de aangewezen test, of een tweede bloedmonster na minstens veertien dagen om te kijken of de IgG-antistoffen stijgen.
Bij een vermoeden van een recente infectie vergelijkt de arts de uitslag met een tweede bloedmonster na minstens veertien dagen en beoordeelt hij de nierfunctie; er bestaat geen specifiek medicijn. Orthohantavirusinfectie is een meldingsplichtige ziekte uit groep C van de Wet publieke gezondheid en moet binnen één werkdag aan de GGD worden gemeld.
Betrouwbaarheid
Serologie is volgens de LCI-richtlijn de aangewezen methode voor de diagnostiek van hantavirusinfecties; hoe vaak de test een infectie mist of ten onrechte positief is, is niet goed vastgelegd. De belangrijkste beperking is dat de verschillende hantavirussen sterk op elkaars testen reageren, zodat een positieve puumala-uitslag niet bewijst dat het juist om dit virus ging. Omdat IgG waarschijnlijk levenslang blijft, zegt een losse positieve uitslag niets over een actieve infectie. Bij mensen zonder klachten is de uitslag daarom vooral een gegeven over het verleden.
Voor wie
Zinvol bij een vermoeden van een hantavirusinfectie, samen met IgM en zo nodig een tweede bloedmonster, bij mensen met plotselinge koorts, hoofdpijn, buikpijn en een verminderde nierfunctie na contact met muizenuitwerpselen. Ook bruikbaar om achteraf vast te stellen of iemand de infectie heeft doorgemaakt, bijvoorbeeld bij bronopsporing. Niet zinvol als algemene controle bij mensen zonder klachten; een positieve uitslag betekent dan meestal een oude infectie en verandert het beleid niet.
Orthohantavirusinfectie is in Nederland zeldzaam: tussen 2018 en 2023 werden er gemiddeld 31 gevallen per jaar gemeld, met een spreiding van 10 tot 49. Bijna alle gevallen gaan om het puumalavirus en komen uit het oosten en zuidoosten van het land. Bij een landelijk onderzoek in 2006 en 2007 had ongeveer 1,7 op de 100 Nederlanders antistoffen tegen het puumalavirus; in Enschede was dat 3,2 op de 100.
RIVM/LCI-richtlijn Orthohantavirusinfectie
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg