
Bloedafname
Q‑koorts (acuut Coxiella burnetii)
Serologie bij acute Q‑koorts.
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
Antistoffen die kort na een besmetting met de Q-koortsbacterie ontstaan; op zichzelf zeggen ze weinig.
In het kort
Q-koorts, Coxiella burnetii IgM
Uitleg
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, die vooral van geiten en schapen komt en via de lucht wordt ingeademd. Deze test meet IgM-antistoffen: het type antistof dat het afweersysteem als eerste maakt. Bij Q-koorts verschijnen antistoffen gemiddeld tussen de zevende en vijftiende ziektedag, meestal in de volgorde fase 2-IgM, fase 2-IgG, fase 1-IgM en fase 1-IgG. Welke fase deze test meet staat niet in de naam; meestal gaat het om IgM tegen fase 2.
Uitslag
Een positieve IgM-uitslag kan passen bij een acute Q-koorts, maar is op zichzelf geen bewijs. Volgens de LCI-richtlijn heeft alleen een verhoogde IgM tegen fase 2 een lage positief voorspellende waarde en moet die worden bevestigd, bijvoorbeeld doordat de IgG-antistoffen in een tweede bloedmonster alsnog opkomen of doordat de PCR positief is. Bovendien kan IgM na een doorgemaakte infectie lang blijven bestaan, waardoor een positieve uitslag ook bij een oude infectie hoort. Acute Q-koorts geeft vaak koorts, hoofdpijn, spierpijn en soms een longontsteking, maar verloopt bij ongeveer 60 van de 100 besmette mensen zonder klachten.
Een negatieve IgM-uitslag sluit een acute Q-koorts in de eerste ziekteweek niet uit, want de antistoffen komen pas vanaf ongeveer de zevende tot vijftiende ziektedag op. In die vroege periode is een PCR op bloed de betere test. Als de eerste uitslag niet duidelijk is, adviseert de richtlijn na 14 dagen een tweede bloedmonster in te sturen. Bij klachten die al maanden bestaan zegt een negatieve IgM weinig over een infectie die langer geleden is.
Bij een positieve uitslag en passende klachten laat de arts meestal na ongeveer twee weken een tweede bloedmonster onderzoeken om te zien of de IgG-antistoffen opkomen, en soms een PCR doen. Acute Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte uit groep C van de Wet publieke gezondheid: de arts of het laboratorium moet dit binnen één werkdag aan de GGD melden, ook bij een waarschijnlijke uitslag. Wie een acute Q-koorts heeft doorgemaakt, wordt daarna serologisch vervolgd om chronische Q-koorts op tijd te vinden.
Betrouwbaarheid
De LCI-richtlijn Q-koorts noemt de immunofluorescentietest de referentiemethode, met een gevoeligheid van 100 procent en een specificiteit van 95 tot 100 procent voor IgM. Een ELISA op fase 2-IgM heeft een gevoeligheid van ongeveer 85 procent. Een eenmalig aangetoonde antistof is niet geschikt om een acute infectie aan te tonen, omdat de test geen onderscheid maakt tussen een acute en een doorgemaakte infectie. Bij mensen zonder klachten en zonder contact met geiten of schapen is de kans op Q-koorts zo klein dat een positieve uitslag vaker onterecht dan terecht is.
Voor wie
Zinvol bij koorts, hoofdpijn, spierpijn of een longontsteking bij iemand die in de buurt van geiten, schapen of een besmet bedrijf is geweest, of bij een uitbraak. Bij zwangeren en bij mensen met een hartklep- of vaataandoening is er extra reden om aan Q-koorts te denken, omdat de infectie bij hen ernstiger kan verlopen. Niet zinvol als algemene controle bij mensen zonder klachten: Q-koorts is in Nederland zeldzaam geworden en de kans op een fout-positieve uitslag is dan groter dan de kans op een echte infectie.
Q-koorts is in Nederland zeldzaam. Tussen 2007 en 2010 was er een grote uitbraak rond melkgeitenbedrijven, met 2.354 meldingen in 2009. Na vaccinatie van geiten en schapen daalde dat weer naar enkele tientallen meldingen per jaar, net als voor de uitbraak. Bij een landelijk onderzoek in 2006 en 2007 had ongeveer 2,4 op de 100 Nederlanders antistoffen tegen de bacterie zonder ziek te zijn.
RIVM en RIVM/LCI-richtlijn Q-koorts
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg