
Bloedafname
Q‑koorts (acuut Coxiella burnetii)
Serologie bij acute Q‑koorts.
€ 78,00
Jouw privacy
Noodzakelijke cookies laten de website werken.
Met jouw toestemming gebruiken we aanvullende cookies voor:
Met 5 dienstverleners kunnen we bezochte pagina’s, interacties en apparaatgegevens delen.
Gehashte contactgegevens alleen met marketingtoestemming.
Je kunt dit later wijzigen via Cookievoorkeuren onderaan elke pagina.
Meer informatie staat in ons privacybeleid.
Infecties · Bloed
IgG-antistoffen tegen het fase 2-eiwit van de Q-koortsbacterie; ze tonen contact met de bacterie en blijven lang aanwezig.
In het kort
Q-koorts fase II, Coxiella burnetii IgG
Uitleg
Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii, die vooral van geiten en schapen komt en via de lucht wordt ingeademd. De buitenlaag van de bacterie komt in twee vormen voor, fase 1 en fase 2. Bij een acute infectie zijn de antistoffen tegen fase 2 het hoogst, bij een chronische infectie juist die tegen fase 1. Deze test meet IgG tegen fase 2. Dat is de antistof die na de eerste IgM-reactie opkomt en die daarna jarenlang aantoonbaar kan blijven.
Uitslag
Een positieve fase 2-IgG betekent dat je afweersysteem ooit contact heeft gehad met Coxiella burnetii. Dat kan een infectie van enkele weken geleden zijn, maar ook een die jaren geleden ongemerkt is doorgemaakt; ongeveer 60 van de 100 infecties geeft geen klachten. Volgens de LCI-richtlijn kunnen fase 2-antistoffen lang blijven bestaan, dus één positieve uitslag maakt geen onderscheid tussen acuut en doorgemaakt. Voor een acute infectie is een duidelijke stijging tussen twee bloedmonsters nodig.
Een negatieve fase 2-IgG maakt een doorgemaakte Q-koorts onwaarschijnlijk. In de eerste twee ziekteweken sluit een negatieve uitslag een acute infectie niet uit, want de antistoffen komen pas vanaf ongeveer de zevende tot vijftiende ziektedag op en IgG komt na IgM. Bij een blijvend vermoeden adviseert de richtlijn na 14 dagen een tweede bloedmonster in te sturen; in de eerste twee weken is een PCR op bloed de betere test.
Bij een vermoeden van een acute infectie vergelijkt de arts de uitslag met een tweede bloedmonster na ongeveer twee weken; bij een bevestigde acute Q-koorts volgt behandeling met antibiotica en daarna serologische controle om chronische Q-koorts op tijd te vinden. Acute Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte uit groep C van de Wet publieke gezondheid en moet binnen één werkdag aan de GGD worden gemeld.
Betrouwbaarheid
De LCI-richtlijn Q-koorts noemt de immunofluorescentietest de referentiemethode, met een gevoeligheid en specificiteit voor IgG van vrijwel 100 procent. De test toont de afweerreactie aan, niet of de bacterie nog aanwezig is. Een eenmalige positieve uitslag is niet geschikt om acute Q-koorts aan te tonen; daarvoor is een seroconversie of een duidelijke titerstijging in een tweede monster nodig. Bij mensen zonder klachten zegt een positieve uitslag vooral iets over het verleden.
Voor wie
Zinvol bij een vermoeden van acute Q-koorts, samen met een tweede bloedmonster na ongeveer twee weken, en bij mensen die zijn blootgesteld aan geiten, schapen of een besmet bedrijf. De uitslag kan ook laten zien of iemand de infectie al heeft doorgemaakt, bijvoorbeeld vóór een vaccinatie. Niet zinvol als algemene controle bij mensen zonder klachten en zonder blootstelling: een positieve uitslag betekent dan meestal een oude, onschuldige infectie en verandert het beleid niet.
Q-koorts is in Nederland zeldzaam. Tussen 2007 en 2010 was er een grote uitbraak rond melkgeitenbedrijven, met 2.354 meldingen in 2009. Na vaccinatie van geiten en schapen daalde dat weer naar enkele tientallen meldingen per jaar, net als voor de uitbraak. Bij een landelijk onderzoek in 2006 en 2007 had ongeveer 2,4 op de 100 Nederlanders antistoffen tegen de bacterie zonder ziek te zijn.
RIVM en RIVM/LCI-richtlijn Q-koorts
Laten testen
Q-koorts fase II, Coxiella burnetii IgG zit in deze onderzoeken. Je bestelt online en laat het bloed afnemen op een priklocatie of neemt het monster thuis af.
Onderbouwing
Deze uitleg is gebaseerd op Nederlandse richtlijnen en onafhankelijke informatie. Het is algemene informatie en geen diagnose. Bespreek een afwijkende uitslag met je huisarts.
Meer over risico's en uitslagenMeer uitleg